Gemeenschappen

De augustijnen in Papoea Barat

Introductie

 

Mariënhage: Augustijnen die in Papoea werkzaam zijn/waren 

v.l.n.r.: Hans Hulshoff OSA, Ben Noords OSA, Piet Tuyp OSA, Henk Orisu, Frans Jonkergauw OSA, Piet Giesen OSA, Ton Tromp OSA. 

 

De augustijnen in Papoea  Barat, Indonesië

 

Reeds in het begin van de 16de eeuw werd Nieuw Guinea door zeevaarders ontdekt. Het waren Hollanders, Portugezen en Spanjaarden die toen sterke verhalen vertelden over die ‘kroeskoppen’ op dat grote eiland dat 24 keer de grootte van Nederland heeft. Wellicht is de naam Papoea afgeleid van het Maleisische ‘puah puah’ (gekroesd). Midden op de kaart van Nieuw Guinea die men toen in bestuurskringen getekend heeft, verscheen eind 19de eeuw een lijn die dit eiland in tweeën deelde, een Hollandse helft en een Britse, later Australische helft. Dit eiland gold toen als vrij waardeloos. Men sprak over de bewoners als mensen ‘die nog in het stenen tijdperk leven. Hun kleding bestaat uit grasrokjes of een peniskoker.’ In werkelijkheid doen de inwoners van dit gebied in ontwikkeling en levenswijze niet onder voor die van de andere eilanden daar.

 

Ontwikkeling locale kerken

 

Aan de politiek, de buitenlandse bemoeienis, is het te wijten dat de ontwikkeling van Papoea nogal scheef en tragisch verlopen is. Missie en zending zijn hier heel wat later hun werk begonnen dan elders op de grote en kleine eilanden waaruit Indonesië bestaat. Het merendeel van de Papoea’s is christen geworden, maar hun rijke traditionele religieuze gevoelens hebben ze zeker niet losgelaten. Vaak wordt die beleving moeiteloos opgenomen door de jonge kerken. Zo is de sterke verering voor hun voorouders een actief onderdeel van hun dagelijks leven, dus worden in kerk- en huisdiensten de doden niet vergeten. De traditie van de doden herdenken verandert van vorm maar blijft bestaan. Deze inculturatie gaat in steeds andere, nieuwere vormen verder. Bij gebedsdiensten thuis heeft de bijbel in lezingen en preek een vaste plaats gekregen. De Indonesische regering heeft ieder gezin gratis een bijbel of koran gegeven om daarmee inhoud te geven aan het geloof in het bestaan van de ene en enige God en de boodschap die iedere gelovige meekrijgt via zijn of haar opvoeding. Het geloof in de ene God is het eerste van de vijf principes van de Pancasila, de grondslag voor de grondwet van de Indonesische staat zoals president Soekarno die in 1945 heeft uitgesproken.

      Het was Nederlandse Jezuïet Cornelis Le Cocq d’Armandville (1844–1896) die in de 19de eeuw als eerste in Nieuw Guinea het geloof bracht. Op verzoek van enkele stamhoofden uit Irian om vooral scholen te openen, stichtte hij komend van de Kei-eilanden de eerste school nabij Fak-Fak. Helaas kwam zijn missiewerk na zijn dood stil te liggen en pas na de Eerste Wereldoorlog werd dit weer opgenomen door de franciscanen(OFM) en de missionarissen van het Heilig Hart van Jezus (MSC). Er werden zo tientallen scholen opgericht rond Fak-Fak, Kokas en Babo met leerkrachten afkomstig van de kweekschool van Langgur op de Kei-eilanden. In het begin van de 20ste eeuw waren de meeste Papoea’s noch christen noch moslim, maar die kampongs waar de Islam al aanhang had, behielden dit geloof dat men via de handelaren over zee verworven had.

 

Onderwijs

 

In 1935 kwam de NNGPM de Nederlandse Nieuw Guinea Petroleum Maatschappij, later Shell, naar het grote gebied rond Babo en Bintuni voor de oliewinning. In groten getale werden arbeidskrachten en hun gezinnen van elders aangetrokken voor de bouw van installaties, opslagplaatsen, laboratoria etc. Pater Meuwese (MSC) werd de eerste pastoor voor deze arbeiders en met hem verschenen ook vele scholen. De Tweede Wereldoorlog legde het missiewerk stil. Vele guru’s, onderwijzers, van protestantse en katholieke huize werden door de Jappen vermoord. Onder hen ook de franciscaan Guikers die toevallig een bezoek bracht aan een Japanse cacaoplantage in Ransiki.

      Na de Tweede Wereldoorlog is de missie zo snel mogelijk weer opgepakt. In Fak-Fak is voor het bisdom Jayapura de eerste pedagogische opleiding voor onderwijzers gestart o.l.v. de franciscanen Tetteroo en Louter. Onderwijs had immers de hoogste prioriteit binnen het missiewerk. Deze kweekschool is later verhuisd naar Biak en nog later naar Jayapura. Maar de middelbare scholen voor jongens en meisjes bleven met de internaten en de zusters gevestigd in Fak-Fak, Sorong en Manokwari. Met deze scholen heeft het onderwijs in de bisdommen in West-Papoea een flinke vlucht genomen. Het bisdom Merauke is het enige bisdom dat altijd een eigen kweekschool heeft gehad en zelfs een eigen vakschool, geleid door de Broeders van OLV van Zeven Smarten. Deze vakschool heeft veel vruchten afgeworpen. Er zijn nu vijf bisdommen op de westelijke helft van het eiland maar er is één algemeen katholiek schoolbeheer voor alle bisdommen zoals er ook een interdiocesane priesteropleiding is, in Jayapura, de hoofdstad van Irian, een provincie in West-Papoea.

      Met vele kortdurende cursussen van 2à 3 weken begeleidt de missie de bewoners van West-Papoea. De cursussen omvatten met name gezondheidszorg, bouw van huizen en kennisverwerving van zaai- en pootgoed voor de landbouw. Weliswaar is de bevolking in aantal verdubbeld van circa 800.000 in de vorige eeuw naar circa 1,5 miljoen bewoners nu door de verplichte transmigratie opgelegd door de Indonesische regering, maar deze politiek heeft de Papoea’s geen voordeel gebracht. De augustijnen hebben zich ingezet voor de Papoea’s door speciaal voor hen middelbare scholen met internaat in Sorong en Manokwari op te richten. Op de openbare scholen in de grote steden krijgt de Papoeabevolking immers moeilijk toegang omdat de Papoea’s in de binnenlanden wonen dus een school met internaat nodig hebben.

 

Wat hebben we bereikt?

 

kaart van de Vogelkop, bisdom Manokwari-SorongDe grondleggers van de missie in West-Papoea zijn de missionarissen van het Heilig Hart van Jezus (MSC van Tilburg). Zij hebben na de Tweede Wereldoorlog hulp gevraagd en gekregen van verschillende ordes en congregaties, want het land is groot en afstanden ver, ook qua tijd. Er zijn toen grote gebieden overdragen aan onder anderen franciscanen uit Nederland en kruisheren uit de Verenigde Staten. Vervolgens hebben de franciscanen de Vogelkop in 1953 overgedragen aan de augustijnen. De eerste bisschop van Manokwari was een augustijn, Mgr . Piet van Diepen, van 1966 tot en met 1988.

De Vogelkop bestaat nu uit vijf bisdommen. De bisschop benoemt de diocesane priesters en pastoraal werkenden, maar hun aantal is nog gering. Er wordt een beroep gedaan op de aanwezige ordes en congregaties om te zorgen voor continuiteit in de pastorale aanpak en naast de bisschop een band van eenheid te vormen tussen pastores en geloofsgemeenschappen. Tegenwoordig zijn er 15 augustijnse priesters in de Vogelkop, 20 kandidaten in opleiding en 7 novicen. Behalve de vier Nederlandse augustijnen, zijn ze allemaal geboren in Papoea Barat. Indonesië. De Nederlandse augustijnen hebben twee scholen met internaat opgericht, in Sorong en Manokwari, en ruim tachtig locale kerken die nu worden aangestuurd door de bisdommen.

 

Tekst: Hans Hulshoff, OSA 
Hans Hulshoff heeft ruim 38 jaar, van 1955-1993 als stadspastor in Papoea-Barat gewerkt: in Senopi, Sorong, Fakfak, Manokwari. Hij is mei 2017 overleden en begraven op kerkhof Mariënhage Eindhoven.  


Literatuur:
Hans Hulshoff OSA•   Opbouw van een kerkgemeenschap: vijftig jaar Augustijnen in Papoea, Indonesië 1953-2003
    Deel I : Het begin (1953-1960)
/ Piet Giesen
Uit de Nederlandse Analecta van de Orde der Augustijnen:
   • 1993/1: vanuit Irian Jaya teruggekeerd naar Nederland: Ben Noords, Tinus van der Kraan, Jan van Dril
   • 1985: Themanummer N.A: Irian Jaya op weg naar morgen p.1-20
   • 1973/  Rapport Bisdom Manokwari. p. 39-42
   1972/sept:  De A.T.K. in Irian Barat : interview met Andres van Meegeren. p. 64
   1972/mei:  Irian Barat: samenvatting van het bezoek aan Irian Barat door prior-provinciaal Wim Saelman.

 

top