Home

23 mei  Verrijzenis: Leven van Christus, bestemd voor ons




"Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer; gij echter zult Mij zien; want Ik leef en ook gij zult leven". Wat betekenen deze woorden: "want Ik leef en ook gij zult leven"? Waarom zegt Christus, doelend op het ogenblik zelf dat Hij leeft, maar doelend op de toekomst, dat de apostelen zullen leven? Waarom anders dan om uit te drukken dat ook juist het verrijzenisleven van het lichaam in hen, volgens belofte zou volgen, zoals het in Hemzelf voorafging? Omdat zijn eigen verrijzenis in de naaste toekomst lag, gebruikt de Heer de tegenwoordige tijd, om er de nabijheid van uit te drukken; maar omdat de verrijzenis van zijn leerlingen zou uitgesteld worden tot het einde van de wereld, zegt Hij niet: "Gij leeft", maar: "Gij zult leven". Twee momenten van verrijzenis dus, de zijne in de nabije toekomst en de onze op de laatste dag, heeft de Heer met twee uitdrukkingen: de ene die betrekking heeft op het heden en de andere op de toekomst, met enkele goed gekozen woorden in het kort beloofd: "Want Ik leef", zegt Hij, "en ook gij zult leven"; omdat Hij leeft, daarom zullen ook wij leven. Door één mens immers is de dood gekomen en door één mens komt de opstanding der doden. "Zoals allen sterven in Adam, zo zullen ook allen in Christus herleven". Omdat niemand sterft dan door Adam, komt ook niemand tot leven dan door Christus: omdat wij hebben geleefd, zijn wij gestorven; maar omdat Hij zelf heeft geleefd daarom zullen ook wij leven. Wij zijn dood voor Christus als wij leven voor onszelf; maar omdat Hij is gestorven voor ons, leeft Hij én voor zichzelf én voor ons. Omdat Hij dus nu leeft, zullen ook wij leven. Want zoals wij de dood hebben kunnen toebrengen aan onszelf, zo kunnen wij niet het leven teruggeven aan onszelf. "Op die dag", zegt de Heer, "zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u". Zolang wij thuis zijn in het lichaam zoals dat nu is, en het vergankelijke ons bezwaart, zijn wij ver van de Heer; wij leven immers in geloof, wij zien Hem niet. Dan echter is onze blik vrij, omdat wij Hem zien zoals Hij is. Op die dag dus, als wij zullen leven van dat leven waardoor de dood zal worden verslonden, zullen wij weten dat Hij in de Vader is en wij in Hem, en Hij in ons; want dan zal juist tot voltooiïng komen, wat ook nu al is begonnen door Hem, opdat Hij in ons zij en wij in Hem.