Home

18 januari  Het gezag van de Schrift




Ja, ik geloofde nu eens wat sterker, dan weer wat zwakker; maar toch heb ik steeds geloofd: zowel dat Gij bestaat, als dat Gij zorg voor ons draagt, ook al was het mij onbekend, wat men denken moest over uw wezen, of welke weg heenleidde naar U of terugleidde naar U. Wij waren te zwak om al redenerend, met zekerheid de waarheid te vinden. Daarom hadden wij het gezag nodig van de heilige Schrift en begon ik reeds te geloven dat Gij in geen enkel geval aan die Schrift zo'n hoog gezag in wel alle landen toegekend zoudt hebben, als het niet uw wil was geweest dat men door haar in U geloofde en door haar U zocht. Het ongerijmde nu, dat mij in de boeken gewoonlijk aanstoot gaf, schreef ik reeds toe aan de verhevenheid van de geheimen. Des te eerbiedwaardiger immers en meer passend bij het heilig geloof scheen mij hun gezag, omdat de lezing in ieders bereik lag. Niettemin bewaarde de heilige Schrift op waardige wijze de diepere betekenis van haar geheimen. Door uiterst duidelijke taal en een zeer eenvoudige spreektrant bood zij zich aan allen aan en zij vroeg inspanning van de ernstigen van hart, om allen op te nemen in haar liefdevolle schoot. Dit bedacht ik en Gij waart mij nabij; ik zuchtte en Gij hoorde mij, ik dobberde en Gij stuurde mij, ik bewandelde de brede weg van de wereld en Gij verliet mij niet.