Home

18 oktober  Christus' bloed prijsgegeven




"Mijn rouwkleed hebt Gij verscheurd, met vreugde mij omgord". De vraag is: Hoe kan Christus dit zeggen? Zijn rouwkleed was de gelijkheid met het zondige vlees. Denk niet geringschattend over die uitdrukking: "mijn rouwkleed"; want daarin was uw losprijs verborgen. "Mijn rouwkleed hebt Gij verscheurd"? Wij zijn ontkomen ten koste van dat verscheurde rouwkleed. "Mijn rouwkleed hebt gij verscheurd". In het lijden is het rouwkleed verscheurd. Hoe kan nu tot God de Vader worden gezegd: "Mijn rouwkleed hebt Gij verscheurd?" Omdat de Vader zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem voor ons allen heeft overgeleverd". Hij heeft dat immers gedaan door de tussenkomst van de Joden, die niet wisten wat zij deden; waardoor anderen werden verlost, die wisten wat er gebeurde; en de plannen werden verijdeld van hen die weigerden te geloven. De Joden weten immers niet welk goed zij voor ons hebben bewerkt door hun kwade opzet. Het "rouwkleed" werd opgehangen, en wel tot vreugde van de zondaar. Het "rouwkleed" werd verscheurd door de lans van de vervolger, en onze prijs werd gestort door de Verlosser. Zingen moet Christus de Verlosser, zuchten moet Judas de verkoper, zich schamen moet de Joodse koper. Het is Judas die heeft verkocht, het is de Jood die heeft gekocht, daarmee hebben zij een kwalijke handel gedreven; beiden zijn zij benadeeld, zichzelf hebben zij in het verderf gestort: de verkoper en de koper. Kopers hebt gij willen zijn: hoeveel beter zou het zijn als gij vrijgekochten waart! Die ene heeft verkocht, de andere heeft gekocht: welk een onzalige ruil; want de verkoper heeft het geld niet, en de koper heeft Christus niet. Aan de verkoper zeg ik: waar is nu wat gij hebt ontvangen? Aan de koper zeg ik: waar is het wat gij hebt gekocht? Aan de verkoper zeg ik: toen gij hebt verkocht, zijt gij zelf eraan bekocht. Juich, christen; bij de ruilhandel van uw vijanden zijt gij het die hebt gewonnen. Wat die ene heeft verkocht en de ander heeft gekocht, hebt gij verworven.