Home

22 september  Christus: geneesheer




Het jaar 412

Gij kent de waanzinnigen; leer nu ook de geneesheer kennen: "Vader, vergeef hun want zij weten niet wat zij doen". Buiten zichzelf van woede gingen zij zo ver in hun woede dat zij het bloed van hun geneesheer vergoten; maar Hij maakte ook van zijn eigen bloed een geneesmiddel voor de zieken. Hij heeft toch waarlijk niet vergeefs gezegd: "Vader, vergeef hun want zij weten niet wat zij doen". Een christen bidt: en hij wordt verhoord; Christus bidt: en wordt Hij niet verhoord? Hoe wordt Hij, die samen met de Vader verhoort omdat Hij God is, niet verhoord als mens, wat Hij voor ons is geworden? Ja zeker is Hij verhoord. Daar stonden zij dan, en zij bleven daar woedend te keer gaan: zij behoorden tot hen die Hem verwijten toevoegden en zeiden: "Zie, Hij eet met tollenaars en zondaars". Zij behoorden tot dat volk, dat de geneesheer doodde, maar Deze bereidde ook voor hen met zijn bloed een tegengif. De Heer vergoot niet alleen zijn bloed voor hen, maar Hij liet daarna zijn eigen dood dienen voor het bereiden van het geneesmiddel; dan is Hij verrezen, om in zijn verrijzenis voor ons een voorbeeld te zijn. Hij heeft geduld geleden om ons het geduld te leren; Hij is verrezen om ons de prijs van het geduld te laten zien. Dan is Hij zoals gij weet en wij allen belijden, naar de hemel opgegaan en is vervolgens de heilige Geest, die tevoren was beloofd, door Hem gezonden. De Heer had toch tot zijn leerlingen gezegd: "Blijft in de stad, totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn toegerust". Zijn belofte is dus in vervulling gegaan; de heilige Geest is gekomen, Hij vervulde de leerlingen en zij begonnen te spreken in de talen van alle volkeren. Zo voltrok zich aan hen het teken van de eenheid. Toen sprak immers één mens alle talen, omdat de eenheid van de Kerk eens in alle landen zou spreken. Zij, die het hoorden, stonden verbaasd. Zij wisten immers, dat deze mannen ongeletterde mensen geweest waren, slecht één taal machtig; zij stonden dan ook verwonderd en verbijsterd, dat mensen, slechts één taal machtig of hoogstens twee, nu de talen van alle volkeren spraken. Door verslagenheid onzeker, verloren zij hun hoogmoed en van bergen werden zij zo dalen. Ja, als zij nederig zijn, zijn zij voortaan dalen; wat men in hen stort bewaren zij en laten het niet verloren gaan. Als water op een hoogte neerkomt, loopt het naar beneden en vloeit weg; valt het echter op een lage en diepe plaats, dan blijft het er staan. Zo waren zij er toen aan toe; zij stonden verbijsterd, waren verbaasd en verloren zo hun wreedheid.