Ca het jaar 410 of later
leder, die luistert naar het woord van God, moet wel bedenken, dat zijn daden in overeenstemming moeten zijn met hetgeen hij te horen krijgt, en hij moet niet trachten het woord van God wel te prijzen met zijn tong, maar het te verwaarlozen in zijn leven. Als immers hetgeen gezegd wordt aangenaam is om te horen, hoeveel aangenamer moet het dan wel zijn, als het in daden wordt omgezet? Wij zijn immers als zaaiers, maar gij zijt de akker van God: moge het zaad niet verloren gaan, moge de oogst rijke vrucht opleveren. Samen met mij hebt gij gehoord, hoe Christus de Heer, toen de leerlingen naar Hem toe waren gegaan, "het woord nam en hen aldus onderrichtte: zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen", en zo verder. Toen de leerlingen bij de Heer kwamen, heeft de enige en waarachtige Meester zijn leerlingen dus onderricht met de woorden, die wij in het kort in herinnering hebben gebracht. Wat kunnen wij beter doen dan u onderrichten in datgene, wat een zo grote Meester gepredikt heeft? Weest dus arm van geest, opdat het Rijk der hemelen u toebehoort. Waarom ziet gij er tegen op arm te zijn? Denkt aan de rijkdommen van het Rijk der hemelen. Men vreest de armoede; laat men vrezen; maar dan de ongerechtigheid. Na de armoede van de gerechtigen immers zal een groot geluk komen, omdat er een volmaakte onbezorgdheid op zal volgen; naarmate echter hier op aarde dát, wat men rijkdom noemt, maar het niet is, toeneemt, neemt ook de vrees toe, zonder dat er een einde komt aan de begeerte. Gij kunt mij veel rijke mensen aanwijzen, maar kunt gij mij één rijke aanwijzen, die zonder zorg is? De rijke brandt van verlangen om rijkdom erbij te krijgen; hij beeft van angst, hem te verliezen. Wanneer is zulk een slaaf vrij? Een slaaf is hij, die een meesteres, welke dan ook, dient en zou hij dan vrij zijn die slaaf is van de hebzucht? "Zalig zijn" dus "de armen van geest". Wat betekent "armen van geest"? Dat zijn zij, die arm zijn aan begeerten, niet aan aardse middelen. Hij, die arm is van geest, is namelijk nederig; en God verhoort het zuchten van de nederigen en veronachtzaamt hun gebeden niet. Daarom begint de Heer zijn rede met een aanbeveling van de nederigheid, dit is van de armoede.