Home

6 februari  De beproeving van Abraham




Ca. het jaar 391

"God stelde Abraham op de proef". Is God dan zo onwetend, kent Hij zo slecht het hart van de mens, dat Hij hem op de proef moet stellen om hem te doorgronden? Verre van daar. Hij doet het om de mens te leren: zichzelf te doorgronden. God stelt dus niet op de proef om zelf iets te weten te komen wat Hij tevoren niet wist; maar Hij wil, door op de proef te stellen, dus door te ondervragen, aan het licht brengen wat in de mens verborgen is. De mens kent immers zichzelf niet zó, als de Schepper hem kent. Ook de zieke kent zichzelf niet zó, als de geneesheer hem kent. De mens is ziek. Hij zelf lijdt, de geneesheer lijdt niet; maar van hem die niet lijdt, verwacht de lijder te horen waaraan hij lijdt. Daarom roept de mens in de psalm uit: "Reinig mij, Heer, van verborgen kwaad". Want er zijn in de mens dingen die voor hemzelf verborgen zijn. Zij komen niet te voorschijn, zij komen niet aan het licht, zij worden niet gevonden dan alleen in beproevingen. Als God ophoudt te beproeven, dan houdt de Meester op te onderwijzen. De mens kent zichzelf niet als hij niet in de beproeving zichzelf leert kennen. Wanneer hij zichzelf dan heeft leren kennen, mag hij niet onachtzaam zijn. Was hij onachtzaam toen hij nog verborgen was voor zichzelf, hij mag het niet zijn nu hij zichzelf heeft leren kennen. Wat willen wij hiermee zeggen? Zelfs al kende Abraham zichzelf, wij kenden Abraham niet. Ofwel aan zichzelf, of in ieder geval aan ons moest hij bekend worden; aan zichzelf: om te weten, waarvoor hij dankbaar moest zijn; aan ons: om te weten wat wij aan God moeten vragen en wat wij in de mens Abraham moeten navolgen. Wat leert Abraham ons dus? Om het met enkele woorden te zeggen: de gáven van God niet te stellen boven God.