Home

2 oktober  Gebed van Christus en ons gebed




De Heer, onze God, heeft tot ons willen spreken en ons willen bemoedigen; ja óns, die Hij bezig ziet met het eten van ons brood, in "het zweet van ons aanschijn", als gevolg van zijn rechtvaardig oordeel. Hij heeft het niet beneden zich geacht tot ons te spreken in onze eigen taal om aan te tonen, dat Hij niet alleen onze Schepper is, maar ook onze Bewoner. Van de psalmverzen die wij zo juist hebben gehoord en gedeeltelijk gezongen, valt het moeilijk uit te maken of wij de waarheid spreken als wij zeggen dat zij van ons zijn; het zijn immers woorden, meer van Gods Geest dan van ons. Wanneer wij daarentegen zeggen dat zij niet van ons zijn, dan spreken wij onwaarheid. Klachten zijn nu eenmaal alleen maar eigen aan mensen die in moeilijkheden verkeren. Hoe zouden al die woorden vol smart en tranen die hier hebben geklonken, van Hem kunnen zijn, die zelf geen ellende kent? De Heer toch is barmhartig en wij ellendig; de Barmhartige heeft het niet beneden zich geacht te spreken tot ons, die er ellendig aan toe zijn, en heeft het zelfs niet beneden zich geacht gebruik te willen maken van de stem van degenen die er ellendig aan toe zijn. Beide is dus waar: het is onze stem, en het is de onze niet; het is de stem van Gods Geest en het is de zijne niet. Het is de stem van Gods Geest, omdat wij deze woorden niet zouden uiten als Hij ze ons niet ingaf; toch is het niet de stem van Hemzelf, omdat Hij geen ellende kent, noch behoeftig is. Dit echter zijn woorden van ellendigen en behoeftigen. Ze zijn van ons, omdat zij onze ellende aanduiden; eveneens zijn ze niet van ons, omdat wij, dank zij een gave van de Geest, onze klachten kunnen uiten.