Hippo, Hemelvaartsdag
Wij vieren vandaag de hemelvaart van de Heer, hoe Hij met het lichaam waarin Hij was verrezen, is opgegaan naar de hemel. De jaarlijkse plechtigheid is geen herhaling van het feit, maar een hernieuwing van de herinnering eraan. Laten wij intussen samen met Hem opstijgen in ons hart, dan zijn wij zeker dat wij Hem ook zullen volgen met ons lichaam. Niet voor niets hebben wij zojuist gehoord: "Verheft uw hart", en niet zonder reden vermaant de apostel ons met de woorden: "Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse". Verheft u van de aarde: het lichaam kan dat niet, maar laat uw geest zich verheffen. Verheft u van de aarde: verdraagt de moeiten op aarde, maar denkt aan de rust in de hemel. Doet hier het goede, om daar voorgoed te kunnen verblijven. Op aarde is geen plaats waar het hart zijn ongereptheid kan bewaren; als het op aarde verblijft, ontaardt het. Alles wat iemand aan kostbaarheden heeft, bergt hij boven op. Veel mensen, ja, alle mensen zoeken, wanneer zij horen dat er oorlogsgevaren op aarde dreigen, een plaats, waar zij hun kostbaarheden veilig kunnen bewaren. Is dat niet zo? Kan een mensenkind anders zijn dan ik hier beschrijf? Gaat nu eens alles na, wat gij hebt en onderzoekt wat het kostbaarste is, dat gij hebt. Ik vermaan ook de hebzuchtigen. Zij die niet hebzuchtig zijn, luisteren heel wat geruster naar mij! Nu vraag ik u eerst, wat is u het dierbaarste van uw lichaam? Mij dunkt, gij kunt in uw lichaam niets vinden, dat u dierbaarder is dan uw ogen. Als iemand eens tot u zou zeggen: geef mij wat gij daar in de aarde bewaart, of het kost u op staande voet uw ogen; zoudt gij dan niet alles geven voor uw ogen? Gij zoudt hem alles geven, om toch maar niet als een blinde te blijven zitten met uw schatten. Ondervraag uzelf, uw ziel zal u antwoorden voor haar lichaam: Geef alles maar weg, laat mij enkel mijn vensters behouden. Dit zegt uw ziel tot u: Twee vensters heb ik in uw gelaat, daardoor zie ik dit licht; geef uw goud weg, anders worden mijn vensters gesloten. Alles geeft gij dus voor uw ogen. Zeker, gij hebt niets kostbaarders in het lichaam. Want ik zal u namelijk op iets wijzen, dat gij hebt en dat nog kostbaarder is dan uw ogen. Aanstonds zult gij bekennen dat datgene, wat ik in u toespreek, kostbaarder is dan uw ogen. Degene die ik toespreek, wel te verstaan: niet dát; door tussenkomst waarvan ik tot u spreek. Ik bereik uw geest door middel van uw oren, door middel van uw oren wek ik uw geest op, door middel van het geluid spreek ik tot uw geest, spoor ik uw geest aan, sticht ik uw geest. Als gij beide, uw ogen en uw verstand, moogt behouden, is dat een geluk. Als gij niet beide moogt behouden, maar een van beide wordt voorgesteld, kies dan wat het beste is: uw ogen te verliezen of uw verstand. Als gij uw verstand verliest, zult gij een dier zijn; als gij uw ogen verliest, maar uw verstand behoudt, zult gij een mens zijn. Wat wilt gij zijn, een mens die blind is of een dier dat ziende is? Gij hebt mij toegejuicht, gij hebt gekozen. Waarmee gij echter hebt gezien wat gij kiest, dat is uw geest die ik toespreek. Met datgene waarmee gij hebt gekozen wat gij door mijn woord hebt gehoord, moet gij geloven in het woord Gods. Dit krijgt gij te horen en dit doet gij, als er gezegd wordt: "Verhef uw hart".