Home

4 juni  Maria en Marta




Ca het jaar 405

Het deel van Maria is blijvend. Ziehier waarom het blijvend is. Waarvan genoot Maria zo, als zij zat te luisteren? Wat at zij dan? Wat dronk zij dan? Weet gij wat zij at, wat zij dronk? Ondervragen wij de Heer zelf die zo'n tafel voor de zijnen gereed maakt, ja, ondervragen wij Hem. "Zalig zij", zegt Hij, "die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid want zij zullen verzadigd worden". Uit die bron, uit die voorraadkamer van gerechtigheid ontving de vrome Maria, gezeten aan 's Heren voeten gretig enkele kruimels. Zoveel nu gaf de Heer toen als Maria tot zich kon nemen. Waar genoot Maria dan zo van? Wat at zij, wat dronk zij zo gretig van ganser harte? Gerechtigheid en waarheid. De waarheid was haar genot, de waarheid had haar volle aandacht; in de waarheid ging zij helemaal op, naar de waarheid snakte zij. Hongerig at zij de waarheid, dorstig laafde zij zich aan de waarheid; zij kwam op krachten en datgene waarmee zij zich voedde verminderde niet. Waar genoot Maria zo van? Wat at zij? Ik blijf erbij stilstaan omdat ik er ook van geniet. Ja, ik durf zeggen: zij voedde zich met Degene die zij beluisterde. Zij voedde zich met de waarheid; maar heeft Hij niet gezegd: "Ik ben de waarheid". Wat moet ik nog meer zeggen? Hij liet zich eten, omdat Hij brood was: "Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald". Dát is brood dat voedt en niet opraakt. Wie durft dan te beweren dat wij nu gevoed worden door de waarheid, maar dat wij niet worden gevoed als wij tot de onsterfelijkheid zijn gekomen. Is het niet zo, dat wij later aan de volle tafel aanzitten, terwijl wij ons nu voeden met de kruimels? Van dat geestelijk voedsel gewaagde de Heer, toen Hij de honderdman prees om zijn geloof; "Voorwaar, Ik zeg u: bij niemand in Isra?l heb Ik een zo groot geloof gevonden. Ik zeg u, dat velen uit het Oosten en het Westen zullen komen en met Abraham en Isaak en Jakob zullen aanzitten in het Rijk der hemelen". Daar zal geen honger meer zijn; wat er zal gegeten worden raakt niet op. Want ook dat geeft de Heer als beloning aan zijn heiligen in zijn Rijk, als Hij zegt: "Voorwaar, ik zeg u: Hij zal zich omgorden, hen aan tafel doen aanzitten en langs hen gaan om te bedienen". Als de Heer ons hier al voedt en zo voedt, hoe zal Hij ons dáár dan voeden? Wat Maria dus koos, nam toe, het was niet van voorbijgaande aard. Als dit genot dat de waarheid schenkt nu al zo aangenaam is, dan zal het later nog veel aangenamer zijn. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden".