Home

3 mei  Paasmysterie: Christus geeft zichzelf in het brood




Hippo, Paasmaandag ca het jaar 412

Christus heeft ons door de verrijzenis van zijn lichaam iets laten zien, wat gij door goed te leven in de geest moet trachten te beleven. De verrijzenis zelf echter: de verrijzenis in eigenlijke zin, de verrijzenis in werkelijkheid, de onbederfelijkheid van het vlees, daarop moet gij thans niet hopen. Dat is het loon voor het geloof; als de dag ten einde is, wordt het loon uitbetaald. Nu moeten wij in de wijngaard werken, nu moeten wij het einde van de dag afwachten; Hij toch, die ons heeft gehuurd om te werken, verlaat ons niet, zodat wij niet bezwijken. Hij, die zijn werklieden op het einde van de dag hun loon zal betalen, voedt hen ook gedurende het werk. Zo voedt ook thans de Heer ons die op deze aarde werken, niet alleen met lichamelijk voedsel, maar ook met geestelijk voedsel. Als Hij ons niet zou voeden, zou ik nu niet spreken; omdat Hij ons voedt met het Woord, kunnen wij dit doen, wij, die Hem verkondigen niet aan uw buik, maar aan uw geest. Hongerig als gij zijt, ontvangt gij voedsel, en nu gij u te goed doet, prijst gij het voedsel: waarom roept gij ons luid toe, als er geen voedsel komt tot uw geest? Maar wij, wat zijn wij? Zijn dienaren, zijn slaven; wat wij u bieden, is niet van onszelf, maar wij putten uit zijn voorraadkamer. Daarvan leven ook wij, want wij zijn uw mededienaren. Wat dienen wij u dan op? Zijn brood of het Brood zelf? Hij, die werklieden had gehuurd voor zijn wijngaard kon hun brood geven, niet zichzelf. Christus echter geeft zichzelf aan zijn werklieden: zichzelf geeft Hij in het brood, zichzelf houdt Hij te goed in het loon. Het heeft geen zin te zeggen: als wij Hem nu eten, wat zullen wij dan op het einde hebben? Wij eten wel, maar aan Hem komt geen einde: Hij herstelt de krachten van de hongerigen, maar zelf neemt Hij niet af in kracht. Hij voedt nu zijn werklieden, maar straks is Hij hun loon, waaraan niets ontbreekt. Kunnen wij straks iets beters ontvangen dan Hemzelf? Als Hij iets beters had dan zichzelf, zou Hij dat geven; maar er is niets beters dan God en Christus is God. Let goed op: "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God." Wie kan dit bevatten? Wie kan dit omvatten? Wie kan zich hier indenken? Wie kan dit beschouwen? Wie kan dit doorgronden? Niemand. "Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond." Hiertoe roept Hij u, dat gij werkt in zijn dienst. "Het Woord is vlees geworden." Hij roept u: het Woord zal uw roem zijn, de Heer zal uw loon zijn.