Home

2 mei  Paasmysterie: Geneesheer en Geneesmiddel




Hippo, Paasmaandag ca het jaar 412

Wie vriend is van de ziekte, is vijand van de geneesheer. Gesteld dat gij lichamelijk ziek zoudt zijn en een geneesheer u beroepshalve zou bezoeken; zeg mij eens, wat zou hij dan beogen met zijn komst naar u: wat zou hij anders beogen dan u genezen? Als hij dus een vriend van u wil zijn, moet hij een vijand zijn van de koorts; want als hij van uw koorts zou houden, zou hij niet van u houden. Hij haat dus uw koorts; om die te bestrijden is hij uw huis binnengekomen, om die te bestrijden gaat hij naar uw kamer, om die te bestrijden komt hij bij uw bed, om die te bestrijden voelt hij u de pols, om die te bestrijden geeft hij u voorschriften, om die te bestrijden geeft hij u geneesmiddelen en dient hij u die toe: alles doet hij tegen de koorts, alles doet hij voor u. Als hij dus dat alles tegen de koorts doet, als hij dat alles voor u doet, dan zult gij, als gij van de koorts houdt, de enige zijn die tegen uzelf ingaat. Nu zult gij mij antwoorden, ik weet het wel, gij zult mij antwoorden en zeggen: wie houdt er nu van koorts? Ik weet ook heel goed, dat de zieke niet van koorts houdt, maar van dat, wat de koorts vraagt. Wat zegt de geneesheer als hij bij u binnenkomt, met zijn wetenschap gewapend tegen uw koorts? Hij zegt u bijvoorbeeld: gij moogt geen koude dranken drinken. Drink geen koude dranken; dat hebt gij gehoord van de geneesheer, de bestrijder van uw koorts. Als de geneesheer dan is weggegaan, zegt de koorts: drink koude dranken. Als de koorts u dat ingeeft, moet gij zeggen: dit is het brandend verlangen van de koorts. Dan wordt in uw binnenste een gesprek gevoerd zonder woorden, dan maakt de koorts uw keel droog, dan doet zij u behagen scheppen in koude dranken; herinner u dan wat de geneesheer heeft gezegd: niet drinken. Als de geneesheer echter weg is, blijft de koorts u bij. Wat had de geneesheer ook weer gezegd? Wilt gij de koorts te boven komen? Geef haar dan niet toe. Als gij samenspant met de geneesheer tegen de koorts, dan zijt gij met zijn tweeën; maar als gij aan de koorts toegeeft, dan moet de geneesheer het afleggen, maar tot schade van de zieke, niet van de geneesheer. Laat dus de geneesheer Christus niet overwonnen worden in hen, "die Hij tevoren heeft gekend, heeft Hij ook geroepen; en die Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd, en die Hij rechtvaardigde, heeft Hij ook verheerlijkt". Tracht de zonde te bedwingen, onderdruk uw begeerten. "Indien God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?"