Home
31 maart Voetwassing: wonder van nederigheid
Is het eigenlijk wel wonder dat Jezus van tafel opstond en zijn bovenkleren aflegde, Hij die, toen Hij bestond in goddelijke majesteit, zichzelf ontledigd had. Is het wonder dat Hij zich met een linnen doek omgordde, die het bestaan van een slaaf op zich nam en aan de mensen gelijk is geworden? Is het wonder, dat Hij water in een bekken goot om er de voeten van de leerlingen mee te wassen, Hij, die zijn bloed op de aarde heeft gestort, om er het vuil van de zondaren mee af te wissen? Is het wonder, dat Hij met de doek waarmee Hij omgord was de gewassen voeten heeft afgedroogd, Hij, die met het lichaam waarmee Hij was bekleed de schreden van zijn evangelieverkondigers heeft versterkt? Toen Hij zich met de linnen doek ging omgorden, heeft Hij wel de bovenkleren afgelegd die Hij aanhad, maar toen Hij de slavengestalte aannam voor zijn ontlediging, heeft Hij niet afgelegd wat Hij bezat, doch aangenomen wat Hij niet bezat. Op het punt om gekruisigd te worden werd Hij van zijn klederen ontdaan en na de dood in linnen doeken gewikkeld: en heel dat lijden is er om ons te reinigen. Aan de laatste folteringen die Hij zou ondergaan, heeft Hij een dienstbetoon laten voorafgaan, niet alleen bedoeld voor hen voor wie Hij de dood zou ondergaan, maar ook voor hem die door zijn verraad Hem de dood zou doen ingaan. Zo groot is toch de waarde van de menselijke nederigheid, dat ze met eigen voorbeeld werd aanbevolen door de goddelijke verhevenheid; want de trotse mens zou in eeuwigheid zijn omgekomen, als niet een nederige God naar hem toe zou zijn gekomen. "De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was". Verloren gegaan door de hoogmoed na te volgen van de verleider, volge de mens nu hij is gevonden, de nederigheid na van de Verlosser.