Home

9 oktober  Wie zou zich schamen over de dood van Christus?




Carthago, 23 juni 401

Ik wil niet dat wij ons schamen over de naam van Christus. Laat men ons maar bespotten, dat wij geloven in een gekruisigde, in een ter dood gebrachte. Zeker, in een ter dood gebrachte; maar indien zijn bloed niet had gevloeid, zou het handschrift van onze zonden nog van kracht zijn. Zeker, ik geloof in een ter dood gebrachte; maar in Hem is datgene gedood, wat Hij van mij heeft aangenomen, niet vanwaar Hij mij heeft gemaakt. Zeker, ik geloof in een ter dood gebrachte, maar in wat voor een ter dood gebrachte? Wie is dan gekomen? "Hij die bestond in goddelijke majesteit, heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God." Ziedaar, wie is gekomen: wat heeft Hij dan aan ons ontleend? "Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf aangenomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden". Zo is de Verwekker verwekt, zo is de Schepper geschapen. Hoe is Hij dan verwekt en geschapen? In het bestaan van een slaaf; door dat bestaan van een slaaf aan te nemen zonder het bestaan van God te verliezen. In dat bestaan van een slaaf dus, in dát wat Hij van ons, voor ons heeft aangenomen, is Hij geboren en heeft Hij geleden, is Hij verrezen en is Hij opgegaan ten hemel. Vier handelingen vermeld ik hier: Hij is geboren, Hij is gestorven, Hij is verrezen, en is opgegaan naar de hemel. Twee zijn er voorafgegaan, twee zijn er gevolgd; de twee eerste: Hij is geboren en Hij is gestorven; de twee laatste: Hij is verrezen en Hij is ten hemel opgegaan. In de twee eerste handelingen heeft Hij u uw eigen levensomstandigheden duidelijk gemaakt: in de twee laatste heeft Hij u een voorbeeld van de beloning gegeven. Geboren worden en sterven was u bekend; deze twee ziet men allerwege in het oord der stervelingen. Is soms hier in het hele mensdom iets overvloediger aanwezig dan geboren worden en sterven? Twee handelingen waren u bekend; Christus heeft aanvaard wat gij kende, Hij heeft aangetoond wat gij niet kende; verduur wat Hij heeft aanvaard, vertrouw op wat Hij heeft aangetoond. Of gij nu goed hebt geleefd, of slecht geleefd: sterven zult gij; gij zult niet ontkomen aan de dood, hetzij door goed, hetzij door slecht te leven. Als gij echter kiest hier goed te leven, zult gij de eeuwige straf niet ingaan. Omdat gij echter hier niet de keuze kunt maken om niet te sterven, maak dan tijdens uw leven de keuze om niet voor altijd te sterven. Dat is ons geloof; dat heeft Christus ons duidelijk gemaakt door te sterven en te verrijzen. Door te sterven heeft Hij duidelijk gemaakt wat gij, of gij nu wilt of niet, zult te verduren hebben; door te verrijzen heeft Hij duidelijk gemaakt wat gij, als gij goed hebt geleefd, zult ontvangen.