Hippo, Paasmaandag ca bet jaar 412
Het lijden des Heren en zijn verrijzenis drukken voor ons twee levens uit: het ene dat wij thans verdragen, het andere waar wij naar verlangen. Hij toch die het niet beneden zich heeft geacht, het eerste voor ons te verdragen, heeft de macht ons het tweede te geven. Hij heeft ons getoond hoezeer Hij ons liefheeft en Hij heeft gewild dat wij zouden geloven dat Hij, die ons ongeluk met ons heeft willen delen, ons zijn eigen geluk zal geven. Wij zijn geboren: ook Hij is geboren; omdat wij zullen sterven, is ook Hij gestorven. Deze twee dingen kenden wij in ons leven hier: een begin en een einde, geboren worden en sterven; bij de geboorte: een moeizaam begin; bij het sterven: verhuizen naar het onzekere. Die twee dingen kenden wij: geboren worden en sterven. Dit is in overvloed aanwezig in ons gebied hier. Ons gebied, dat is de aarde; het gebied van de engelen, de hemel. Onze Heer nu is uit een ander gebied naar ons gebied gekomen; uit het rijk van het leven naar het rijk van de dood; uit het rijk van geluk naar het rijk van ongeluk. Hij kwam ons zijn geluk brengen, en geduldig verdroeg Hij óns ongeluk. Zijn geluk droeg Hij in het verborgene, ons ongeluk droeg Hij openlijk: de mens was zichtbaar, God ging schuil; de zwakheid was zichtbaar, de majesteit ging schuil; het vlees was zichtbaar, het Woord ging schuil. Het vlees leed; waar was het Woord, toen het vlees leed? Toch zweeg het Woord niet want ons leerde Het geduld. Dan verrijst Christus, de Heer, op de derde dag: waar blijft nu de hoon van de Joden? Waar blijft nu de hoon van de opperpriesters van de Joden, die waanzinnig schreeuwend om Hem heen stonden en hun geneesheer doodden? Denkt nog eens terug, geliefden, aan wat gij hebt gehoord, toen zijn passie werd voorgelezen: "Als Hij de Zoon van God is, laat Hij dan afkomen van het kruis, dan zullen wij in Hem geloven. Als Hij de Zoon van God is, zal Hij Hem redden". Hij hoorde dit en zweeg. Hij bad voor hen die dit zeiden, en zichzelf toonde Hij niet. In een ander evangelie staat zelfs geschreven, dat Hij met luider stem voor hen bad: "Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat ze doen". Hij zag daar dat zij eens de zijnen zouden zijn, Hij zag dat zij weldra in Hem zouden geloven; Hij wilde dat hun vergiffenis werd geschonken. Ons Hoofd hing aan het kruis, maar Hij herkende zijn ledematen op aarde.