Carthago het jaar 400-405
Gods barmhartigheid is overvloedig en zijn welwillendheid grenzeloos; want Hij heeft ons vrijgekocht met het bloed van zijn Zoon, toen wij wegens onze zonden "niets" waren. Hij heeft iets groots tot stand gebracht, toen Hij de mens schiep naar zijn beeld en gelijkenis. Wij echter hebben "niets" willen worden door te zondigen, en wij hebben de erfenis van de sterfelijkheid meegekregen van onze ouders. Toch heeft het God in zijn barmhartigheid behaagd, ons vrij te kopen tegen een zo hoge prijs. Hij heeft voor ons het bloed gegeven van zijn eniggeboren Zoon, die is geboren in onschuld, die heeft geleefd in onschuld en die is gestorven in onschuld. Hij, die ons heeft vrijgekocht, tegen een zo hoge prijs, wil niet dat zij, die Hij heeft vrijgekocht, verloren gaan; want Hij heeft ons niet vrijgekocht om ons in het verderf te storten, maar Hij heeft ons vrijgekocht om ons te doen leven. Ook al bezwijken wij voor de zonde, God schat daarom zijn losprijs niet gering, want het is een hoge losprijs die Hij heeft gegeven. Toch moeten wij ons ook niet enkel vleien met de gedachte aan zijn barmhartigheid, zonder gestreden te hebben tegen onze zonden. Ook moeten wij, als wij grote zonden hebben bedreven, niet hopen dat in de toekomst zijn barmhartigheid zo is dat zij samen kan gaan met onrechtvaardigheid. Kan God soms hen die zich helemaal niet hebben ingespannen om zich in hun leven te beteren, maar die halsstarrig en ongevoelig zijn gebleven, ja, die God zelf hebben beschuldigd om hun zonden te verontschuldigen, dáár een plaats geven, waar Hij de heilige apostelen, de profeten, de aartsvaders en de gelovigen een plaats heeft gegeven, die het hebben verdiend? Zij hebben Hem steeds gediend: eenvoudig en nederig van levenswandel en al even edelmoedig in het geven van aalmoezen, als vergevensgezind ten aanzien van aangedane beledigingen. Zo is immers de levensweg van de rechtvaardigen, zo de levensweg van de heiligen, die God als Vader en de Kerk als Moeder hebben, en die noch die Vader noch die Moeder beledigen, maar die leven in trouw aan hun liefde voor beide ouders: zij haasten zich naar het eeuwig erfdeel, zonder hun Vader en zonder hun Moeder te krenken; zij ontvangen dan ook elk hun erfdeel. Twee ouders toch hebben ons voortgebracht voor het leven. De ouders die ons hebben voortgebracht voor de dood: Adam en Eva; de ouders die ons hebben voortgebracht voor het leven: Christus en de Kerk.