Home

17 juni  Het "Onze Vader": uitgelegd aan doopleerlingen




Hippo, twee weken vóór Pasen 410-412

"Al wie de naam van de Heer aanroept, zal gered worden." Aanvankelijk was het alleen Israël dat de naam aanriep van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft. De overige volken riepen stomme en dove afgoden aan, door wie zij niet werden verhoord; of demonen door wie zij tot hun ongeluk werden verhoord. Nu dan de volheid van de tijden is gekomen, gaat het woord in vervulling dat is voorzegd:. "Al wie de naam van de Heer aanroept, zal gered worden". Paulus voegt er terstond aan toe: "Hoe kan men Hem aanroepen, zonder in Hem te geloven? Hoe in Hem geloven, zonder van Hem te hebben gehoord?" Omdat hij dus heeft gezegd: "Hoe zullen zij Hem aanroepen, in wie zij niet hebben geloofd", hebt gij om die reden niet eerst het "gebed" en daarna het "symbolum" ontvangen; maar eerst het "symbolum" waaruit gij leert wat gij moet geloven: en daarna het "gebed" waaruit gij Hem leert kennen die gij moet aanroepen. Het "symbolum" is dus de richtlijn van het geloof, het "Onze Vader" die van het gebed: want hij die gelooft, wordt verhoord in het gebed. Velen echter vragen wat zij niet zouden moeten vragen, omdat zij niet weten wat goed voor hen is. Dus moet iemand die bidt, twee dingen vermijden: vragen wat niet past, en vragen aan wie het niet past. Niets vragen aan de afgoden, maar aan de Heer onze God, Jezus Christus; aan God, de Vader van de profeten, van de apostelen en martelaren, aan de Vader van onze Heer Jezus Christus, aan God die hemel en aarde en de zee heeft geschapen en al wat daarin is; aan Hem moet gevraagd worden, als er iets te vragen is. Toch moeten wij erop letten, dat wij ook Hem niet vragen wat geen pas geeft. Trouwens wat baat het u, als gij aan God de hemelse Vader de dood van uw vijanden vraagt? Onze Heer wil allereerst dat gij alle overdaad van woorden weglaat; gij moet het niet in veel woorden zoeken bij God, alsof gij met uw vele woorden God iets wilde leren. Als gij dan ook iets vraagt, gaat het om oprechte vroomheid, niet om breedsprakigheid: "want uw Vader weet wat gij nodig hebt voordat gij er Hem om vraagt". Dus niet te veel woorden, want Hij weet wat gij nodig hebt. Nu zal iemand misschien zeggen: als Hij weet wat wij nodig hebben, waartoe dan zelfs nog met weinig woorden bidden? Ja, waarom eigenlijk nog bidden? Hij weet het toch al: laat Hij dan geven wat wij, naar Hij weet, nodig hebben. Toch heeft Hij gewild dat gij bidt, omdat Hij wenst dat gij naar zijn gaven verlangt, om te voorkomen dat zijn gaven in uw achting dalen. Trouwens Hijzelf geeft u in waarnaar gij moet verlangen. De woorden dus die onze Heer Jezus Christus ons in het "gebed" heeft geleerd, geven de juiste omschrijving van wat gij moet verlangen. Gij moogt niets anders vragen dan wat daar geschreven staat.