Hippo, twee weken vóór Pasen 410-412
"Maar gij", zegt onze Heer, "moet bidden: Onze Vader die in de hemel zijt". Al aanstonds ziet gij, waar gij God als Vader zult hebben; maar gij zult Hem pas werkelijk als Vader hebben, na uw geestelijke geboorte. Hoewel toch ook nu al vóór die geboorte zijt gij, dank zij zijn genade, reeds ontvangen in de schoot van de Kerk, om geboren te worden in het levend water van de doop. "Onze Vader, die in de hemel zijt". Herinnert u, dat gij een Vader in de hemel hebt. Denkt eraan, dat gij, die geboren zijt voor de dood door Adam uw vader, zult herboren worden voor het leven door God de Vader. Wat gij dus zegt, zegt het van ganser harte. Legt gevoel in uw smeking, en weest zeker van uw verhoring. "Uw Naam worde geheiligd". Waarom die vraag dat Gods Naam worde geheiligd? Die Naam is toch heilig. Waarom vraagt gij dat? Hij is toch reeds heilig, en verder: als gij vraagt dat zijn Naam worde geheiligd, vraagt gij Hem dan niet iets voor Hém en niet voor uzelf? Begrijpt goed, dat gij ook voor uzelf vraagt. Dit immers vraagt gij: dat geheiligd moge worden in u, hetgeen in zichzelf altijd heilig is. "Uw Rijk kome". Wie spreken wij zo aan? Zal zijn Rijk dan niet komen, ook als wij er niet om bidden? Van dit Rijk immers wordt gezegd dat het na het einde van de wereld zal komen. Een Rijk toch heeft God altijd en Hij is nooit zonder Rijk, Hij, aan wie de gehele schepping onderworpen is. Om de komst van welk Rijk bidt gij dan? Het is van dat Rijk waarover geschreven staat in het evangelie: "komt gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is van de grondvesting der wereld". Daarom zeggen wij: "Uw Rijk kome" Wij vragen dat het in ons mag komen, wij vragen dat wij daarin worden aangetroffen. Want komen zal het in ieder geval; wat baat het u echter als het u aan de linkerzijde zal aantreffen? Ook hier wenst gij dus iets goeds voor uzelf, ook hier bidt gij voor uzelf. Dat verlangt gij, dat wenst gij in uw gebed: zo te mogen leven, om te kunnen behoren tot het Rijk Gods, dat aan alle heiligen zal worden gegeven. Gij bidt dus voor uzelf om de genade goed te leven, wanneer gij zegt: "Uw Rijk kome". Mogen wij tot uw Rijk behoren: moge ook voor ons komen, wat zal komen voor uw heiligen en rechtvaardigen.