Home
30 oktober De gehele Christus aan het woord
"Heer zet een wacht voor mijn mond, een post voor de deur van mijn lippen; laat mijn hart naar het kwade niet neigen om slechte dingen te doen". Dit zijn woorden die niet van toepassing zijn op onze Heer Jezus Christus. Welke zonden heeft Hij immers bedreven? Dat zijn woorden van ons. Toch is het Christus die spreekt. Als het nu onze woorden zijn, hoe spreekt Christus dan? Weet gij dan niet dat juist de liefde ons één maakt in Christus? De liefde roept uit ons hart tot Christus; de liefde roept uit Christus' hart voor ons. Hoe roept de liefde van ons uit, tot Christus? "Zo zal het gaan: al wie de Naam van de Heer aanroept, hij wordt gered". Hoe roept de liefde van Christus uit, voor ons? "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?" "Gij", zegt de apostel, "zijt het lichaam van Christus en ieder van u is een lidmaat". Als Christus dus het Hoofd is en wij het lichaam, dan spreekt één enkele Mens; of nu het hoofd spreekt, of de ledematen, toch spreekt dan één Christus. Ook is het eigen aan het Hoofd te spreken in naam van de ledematen. Let maar op onze eigen gewoonte; eerst hoe alleen maar het hoofd kan spreken in naam van onze ledematen en let dan eens op hoe het hoofd werkelijk spreekt in naam van alle ledematen. In het gedrang trapt iemand u op de voet: gij trapt mij, roept het hoofd. Iemand verwondt u aan uw hand: gij verwondt mij roept het hoofd. Toch heeft niemand uw hoofd aangeraakt, maar hieruit spreekt de eenheid van de ledematen van uw lichaam. De tong, die een plaats inneemt in het hoofd, heeft de rol overgenomen van al uw ledematen en zij is het die het woord neemt voor alle. Zo moeten wij dus Christus beluisteren die in deze zin spreekt; maar laat ieder die innig verbonden blijft met Christus' lichaam, in Hem zijn eigen stem terug kennen. Soms zal Christus daar woorden uitspreken waarin niemand van ons zichzelf herkent, woorden die alleen van toepassing zijn op het Hoofd en toch zondert Christus zich niet af van onze woorden om alleen over zichzelf te spreken; en wanneer Hij heeft gesproken in eigen naam acht Hij het niet beneden zich om te spreken zoals wij. Het is immers van Hem zelf en de Kerk dat er gezegd is: "Er zullen er twee zijn in één vlees". Daarom zegt Hij ook in het evangelie juist hierover: "Zo zijn zij dus niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn". Dit zijn geen nieuwe dingen voor u, gij hebt het al heel dikwijls gehoord.