Home

28 januari  "Terstond, ja terstond: Laat me nog wat"

De macht van de gewoonte




De twee willen streden in mij tegen elkaar, de ene oud, de andere nieuw, de ene vleselijk, de andere geestelijk: en door hun onenigheid verdeelden zij mijn ziel. Zo begreep ik uit eigen ervaring, wat ik gelezen had over: "het vlees dat begeert tegen de geest en de geest tegen het vlees". Ik was wel in beide, maar toch was mijn "ik" meer in datgene, wat ik in mij goedkeurde, dan in datgene wat ik in mij afkeurde. Want in dat laatste was het al niet meer het "ik" zelf, omdat ik het goeddeels omwillens leed dan dat ik het willens deed. Toch was door mijn eigen toedoen de gewoonte strijdlustiger tegen mij geworden, omdat ik willens gekomen was, waar ik niet had willen komen. Wie zou zich immers terecht kunnen verzetten, omdat de rechtvaardige straf op de zonde van de zondaar volgde? Nog gebonden aan de aarde, weigerde ik echter in uw dienst te treden, en ik was zó bang om van alle banden te worden bevrijd, als men moet vrezen ermee te worden belast. Zo liet ik mij door de last van de wereld aangenaam neerdrukken zoals dat in de slaap wel gebeurt. Ik wist dan ook waarlijk geen antwoord toen Gij tot mij zeide: "Ontwaak, slaper, sta op uit de dood, en Christus' licht zal over u stralen". Hoewel Gij mij overal toonde dat uw woorden waarheid waren, wist ik helemaal niets te antwoorden overtuigd als ik was door de waarheid. Ik bracht alleen wat trage, slaperige woorden uit: "Dadelijk, ja dadelijk", "laat me nog wat": maar dat "dadelijk, ja dadelijk" had geen einde in een daad, en dat "laat me nog wat" werd lang gerekt. Vergeefs schepte ik naar de inwendige mens te behagen in Gods wet, aangezien een andere wet in mijn handelen strijd voerde tegen de wet van mijn rede en mij gevankelijk uitleverde aan de heerschappij van de zonde over mijn daden. Want de wet van de zonde is de macht van de gewoonte, waardoor de geest, zelfs tegen zijn wil, wordt meegetrokken en vastgehouden. Terecht. Want hij geeft zich vrijwillig aan haar over. "Rampzalige mens, die ik ben! Wie zal mij redden van dit bestaan ten dode? God zij gedankt door Christus Jezus onze Heer"!