Home

21 oktober  Christus: Godsgeschenk




De mens moet wakker worden, zijn geloof; moet ontwaken, hij moet opmerken dat Degene die hij eerst had beschouwd in goddelijke Majesteit nu "het bestaan van een slaaf op zich heeft genomen, en aan de mensen gelijk is geworden. Als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood." Zo heeft Hij de woorden van de psalmist tot de zijne willen maken, toen Hij, hangend op het kruis, uitriep: "Mijn God. mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" In de gestalte van God aanvaardt Hij onze gebeden, maar in de gestalte van dienaar is Hij het die bidt: dáár als Schepper, hier als schepsel: heeft de Onveranderlijke het veranderlijk schepsel in zich opgenomen om het te veranderen, en Hij maakt ons met zichzelf tot die ene Mens, Hoofd en lichaam. Wij bidden dus tot Hem, door Hem en in Hem en wij spreken samen met Hem, en Hij spreekt samen met ons; wij spreken in Hem en Hij spreekt in ons het gebed uit van deze psalm. Omdat onze Heer naar zijn mensheid zoon is van David, maar, naar zijn godheid. Heer van David en Schepper van David bestaat Hij niet alleen vóór David, maar ook vóór Abraham van wie David afstamt maar ook vóór Adam van wie alle mensen afstammen; maar zelfs vóór de hemel en de aarde waarop ieder schepsel leeft. Niemand moet dus, als hij deze woorden hoort zeggen: Het is niet Christus die ze uitspreekt, of ook niet: Ik ben het niet die ze uitspreek. Ja, als hij werkelijk beseft dat hij in Christus` lichaam is, dan kan hij beide zeggen: zowel: Het is Christus die spreekt, als ook: Ik ben het die spreek. Zeg dus niets zonder Hem, dan zegt Hij niets zonder u.