Home

20 mei  Zingt voor de Heer een nieuw lied




Carthago, basilica maiorum 17-24 mei 418

Wij worden uitgenodigd om voor de Heer een nieuw lied te zingen. Alleen de nieuwe mens kent dat nieuwe lied. Een lied is de uiting van vreugde, maar goed beschouwd is het de uiting van liefde. Wie dus van het nieuwe leven weet te houden, weet ook het nieuwe lied te zingen. Vanwege het nieuwe lied worden wij aangespoord om te zoeken wat dan het nieuwe leven is. Alles hoort toch tot dat ene Rijk: de nieuwe mens, het nieuwe lied, het nieuwe testament. De nieuwe mens zal dus het nieuwe lied zingen en zal behoren tot het nieuwe testament. Er is niemand, die niet bemint, maar wat bemint hij eigenlijk, vraagt men zich af. Wij krijgen dan ook niet de raad om niet lief te hebben, maar om de goede keuze te maken wát wij liefhebben. Doch wat kiezen wij als wij niet eerst gekozen worden? Wij kunnen toch ook niet beminnen zonder eerst bemind te worden? Luistert maar naar de apostel Johannes. Hij is de apostel die rustte aan het hart van de Heer en die bij dat feestmaal hemelse geheimen indronk. Tengevolge van die drank en van die gelukkige bedwelming, heeft hij dit weergegeven: "In het begin was het woord". Wat een verheven nederigheid en wat een sobere dronkenschap! Die grote prediker dus, die onder meer weergaf wat hij had ingedronken aan het hart van de Heer heeft ons ook dit gezegd: "Wij hebben God lief, omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad". Zeker, met de woorden: "wij hebben lief", veronderstelde hij veel bij de mens; hij sprak immers over de liefde tot God toen hij zei: 'Wij hebben lief".