Home

5 juni  Geen leven zonder geloof




"Wie in Mij gelooft, zal leven ook al is hij gestorven en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven". Wat betekent dit? "Hij zal leven"; God is toch geen God van doden, maar van levenden. Over de lang geleden gestorven vaders: Abraham, Isaak en Jakob, gaf Jezus dit antwoord aan de Joden: "Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob". Hij is toch geen God van doden, maar van levenden, want voor Hem zijn allen levend. Geloof dus: en gij zult leven ook al zijt gij gestorven; gelooft gij niet, dan zijt gij nu reeds dood, ook al zijt gij nog in leven. Laat ons ook dit bewijzen: dat gij, ook terwijl gij nog in leven zijt, dood zijt als gij niet gelooft. Iemand die bereid was de Heer te volgen doch om uitstel verzocht, zei tot Hem: "Laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begraven". Jezus zei hem: "Laat de doden hun doden begraven; kom, volg Mij". Daar was een dode te begraven; daar waren ook doden om die dode te begraven: de eerste was lichamelijk dood, de anderen waren geestelijk dood. Vanwaar komt de dood in de ziel? omdat zij niet gelooft. Vanwaar komt de dood in het lichaam? omdat het ontzield is. Dus, de ziel van uw ziel is het geloof. "Wie in Mij gelooft", zegt de Heer, "zal leven" naar de ziel, "ook al is hij gestorven" naar het lichaam, totdat ook het lichaam weer zal verrijzen om daarna nooit meer te sterven. Dit is dus de zin van: "Wie in Mij gelooft, ook al sterft hij, zal leven. En ieder die leeft" naar het lichaam, "en gelooft in Mij" ook al zal hij tijdelijk de lichamelijke dood sterven, "zal in eeuwigheid niet sterven", wegens het leven van de geest en het verrijzen van het lichaam tot onsterfelijkheid. Dit is het wat Jezus wil zeggen: "Ieder die leeft in geloof aan Mij zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit? Marta zei tot Hem: Ja, Heer, ik geloof vast dat Gij de Christus zijt, de Zoon Gods, die in de wereld komt". Wanneer ik dit geloof, heb ik geloofd dat Gij de verrijzenis zijt: heb ik geloofd dat Gij het leven zijt; heb ik geloofd dat "de mens die in U gelooft zal leven, ook al is hij gestorven; en dat hij die leeft en in U gelooft in eeuwigheid niet zal sterven". In dit leven heeft de overgang plaats van dood naar leven; in dit leven, dat het eeuwige leven nog niet is, heeft van hier uit de overgang plaats van dood naar leven. Welke is die overgang? "Wie luistert naar mijn woord", zegt de Heer, "en gelooft in Hem die Mij zond". Als gij die woorden in acht neemt gelooft gij en de overgang heeft plaats.