Home

25 juli  De nederige God




God is al nederig en de mens is nog hoogmoedig! Mocht hij luisteren en eens iets leren! "Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven", zegt de Heer. Als gij alles verlangt zult gij het met Mij bezitten. Als gij naar de Vader verlangt, zult gij Hem bezitten door Mij, zult gij hem bezitten in Mij. "Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij." "Leert van Mij", zegt Christus, niet hoe Ik het schepsel vorm dat door Mij is gemaakt. Ook niet, zeg Ik, dat gij moet leren wat Ik aan sommigen heb geschonken aan wie Ik dat wilde, niet echter aan allen: om doden op te wekken, om blinden te doen zien, om de oren van doven te openen; ook dat moet gij niet willen leren van Mij als iets groots. "De leerlingen waren verheugd, en vol blijdschap keerden zij terug en zeiden: Zelfs de duivels onderwerpen zich aan ons door uw Naam." De Heer geeft hun ten antwoord: Toch moet gij u niet verheugen over het feit dat de duivels aan u onderworpen zijn; verheugt u veeleer dat uw namen staan opgetekend in de hemel." Duivels heeft Hij laten uitdrijven door hen aan wie Hij de macht daartoe wilde geven: doden heeft Hij ten leven laten wekken door hen aan wie Hij de macht daartoe wilde geven. De Heer zelf heeft dit alles geschonken, Hijzelf heeft het door tussenkomst van mensen gedaan, maar niet aan allen heeft Hij het gegeven. Moeten zij dan, aan wie Hij het niet heeft gegeven, wanhopen, en zeggen dat zij niet bij Hem horen, omdat zij deze gaven niet verdienden te ontvangen? Zij zijn de ledematen van het lichaam: het ene lidmaat kan dit, een ander dat. God heeft het lichaam samengesteld: Hij heeft aan het oor niet gegeven dat het kan zien, en aan het oog niet dat het kan horen, aan het voorhoofd niet dat het kan ruiken en aan de hand niet dat zij kan proeven. Dat heeft Hij niet gegeven: aan alle ledematen echter heeft Hij de gezondheid gegeven, heeft Hij de saamhorigheid gegeven, heeft Hij de eenheid gegeven. Door de Geest heeft Hij alles samen tot leven gewekt en één gemaakt. Zo heeft Hij het dus aan deze niet gegeven doden ten leven te wekken, aan een ander heeft Hij het niet gegeven te redetwisten; maar wat heeft Hij toch aan allen gegeven? Wij hebben de Heer horen zeggen: "Leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart". De enige medicijn die wij nodig hebben, is deze: "Leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart". Wat baat het eigenlijk iemand als hij wonderen doet, en hij is daarbij hoogmoedig en niet ootmoedig en nederig van hart? Wordt hij dan niet gerekend onder hen die op het einde komen zeggen: "Hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw Naam veel gedaan? Wat krijgen zij dan te horen? "Nooit heb Ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet."