Home

6 juli  De zieke mens en de geneesheer

Voorbeeldige en inschikkelijke geneesheer




ca het jaar 410

Nemen wij u eens twee zieken: de een die onder tranen naar de geneesheer vraagt; de ander die ten gevolge van zijn ziekte, aan verstandsverbijstering lijdt en de spot drijft met de geneesheer. De geneesheer geeft goede hoop aan degene die treurt, en betreurt degene die lacht. Waarom anders, dan omdat hij des te gevaarlijker ziek is naar mate hij denkt gezond te zijn? Zo was het ook gesteld met de Joden. Voor zieken is Christus gekomen; allen heeft Hij ziek aangetroffen. Niemand mag zich vleien met de gedachte gezond te zijn, op gevaar af, dat de geneesheer niet naar hem omziet. Allen heeft Christus ziek aangetroffen, volgens de mening van de apostel: "Allen hebben gezondigd en zijn verstoken van de goddelijke heerlijkheid". Hij trof dus allen ziek aan, maar toch waren er twee soorten van zieken. Sommigen van hen kwamen naar de geneesheer toe, hechtten zich aan Christus, luisterden naar Hem, brachten Hem hulde, volgden Hem en bekeerden zich. Christus ontving allen zonder de geringste afkeer, om hen te genezen, en Hij genas hen om niet, omdat zijn almacht zorg droeg voor hen. Omdat Hij hen dan opnam en aan zich bond om hen te genezen, waren zij van vreugde vervuld. Er was echter nog een ander soort zieken, die reeds aangetast door hun verdorvenheid, de gezondheid van geest hadden verloren; en zij waren zich niet bewust van hun ziekte. Zij beledigden de geneesheer omdat Hij de zorg op zich nam voor de zieken en ze zeiden aan zijn leerlingen: "Die Meester van u, wie is dat eigenlijk? Wij zien Hem met zondaars en tollenaars eten". Hij echter die wist wát zij waren en wié zij waren, antwoordde hun: "Niet de gezonden hebben een geneesheer nodig, maar de zieken." Dan maakte Hij hun duidelijk wie de gezonden en wie de zieken waren, met de woorden: "Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars."