Home

9 januari  Epifanie

Nieuw licht geopenbaard, oud licht verduisterd




6 januari

Onlangs hebben wij de dag gevierd waarop onze Heer temidden van de Joden is geboren; vandaag vieren wij het feit dat Hij door de heidenen is aanbeden. "Want het heil komt uit de Joden"; maar, "dat heil moet reiken tot in de uithoeken der aarde". Op die eerste dag toch waren het de herders die Hem hebben aanbeden, vandaag zijn het de Magiërs. Aan de eersten hebben engelen Hem aangekondigd, aan de anderen echter een ster. Beiden hebben, toen zij de Koning des hemels op aarde zagen, vanuit de hemel vernomen, dat "eer aan God in den hoge werd gegeven en op aarde vrede aan de mensen van goede wil". Want Hij is "onze Vrede", "Hij, die de twee werelden één gemaakt heeft". Reeds van nu af verschijnt het onmondig Kind, dat werd geboren en aangekondigd, als dé hoeksteen; zo openbaart Het zich reeds vanaf zijn geboorte. Reeds begint Het in zichzelf de twee uiteenlopende muren te verenigen: door de herders uit Judea en de Magiërs uit het Oosten naar zich toe te leiden: "om vrede te stichten door in zijn persoon uit die twee één nieuwe Mens te scheppen; vrede voor hen die veraf waren en vrede voor hen die dichtbij waren". Zodoende hebben de Joden op de dag zelf van dichtbij naderend, en de Magiërs vandaag van verre komend, twee dagen voor het nageslacht ter viering vastgelegd, terwijl beiden één en hetzelfde Licht der wereld hebben gezien. Vandaag moeten wij spreken over hén die door hun geloof uit verwijderde streken tot Christus zijn geleid. Want zij zijn gekomen en zij hebben naar Hem gezocht; zij vroegen: "Waar is de pasgeboren Koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en zijn gekomen om Hem hulde te brengen". Zij kondigen Iemand aan en zij stellen een vraag, zij geloven en zij zoeken; zij zijn als het ware de voorafbeelding van hen die de weg gaan van het geloof, en die de werkelijkheid verlangen te zien. Waren er niet reeds in Judea zovele malen andere Joodse koningen geboren? Wat is het dan, dat Deze door vreemdelingen aan de hemel wordt herkend en op aarde gezocht; dat Hij boven schittert, en beneden schuilgaat? De Magiërs zien in het Oosten een ster en zij begrijpen dat in Judea een koning is geboren. Wie is deze koning, zo klein en toch zo groot; die op aarde nog niet spreekt, en in de hemel zijn wetten afkondigt?