Home
9 juni De ware Rijkdom (vervolg)
De mensen willen zo graag hun eigen rijkdom zien; maar zijn zij, die schatten hebben verzameld op aarde, soms niet bang dat hun schatten worden gezien? Ja, zij maken een geheime bergplaats, zij begraven ze en bedekken ze helemaal. Zien de mensen dan soms wat zij hebben? Zelfs de eigenaar zelf ziet ze niet. Zijn wens is dat zijn rijkdom verborgen blijft en hij is bang dat deze aan de dag komt. In de ogen van de mensen wil hij rijk zijn, maar in werkelijkheid is hij het niet. Het lijkt alsof het hem voldoende is te weten, dat hij iets onder de aarde verborgen houdt! O, wat zou uw geweten heel wat geruster zijn en in betere staat, als gij uw schatten zoudt bewaren in de hemel! Als gij ze hier begraaft in de aarde, zijt gij bang dat uw knecht ze te weten komt, ze weghaalt en ermee op de vlucht gaat; hier zijt gij bang dat uw knecht ze u weghaalt. Dáár hoeft gij niet bang te zijn, omdat uw Meester ze uitstekend voor u bewaart. Maar, zegt gij, ik heb een trouwe knecht, die weet waar mijn goed verborgen is, die het niet verraadt en het mij ook niet ontsteelt. Vergelijk die eens met uw Heer. Toegegeven dat gij een trouwe knecht hebt gevonden; zeg eens, wanneer heeft uw Meester u bedrogen? Als uw knecht u uw goed dan al niet kan ontstelen, kan hij het toch verliezen. Uw Heer kan het niet ontstelen, Hij kan het ook niet verliezen, en Hij staat niet toe dat het verloren gaat. Hij bewaart het voor u, het blijft voor u, Hij bevrijdt u en maakt u een blijvend bezitter. Hij laat ú niet verloren gaan en Hij laat niet verloren gaan wat gij Hem hebt toevertrouwd.