Carthago of Hippo, Pasen ca het jaar 409
Het hoofdstuk uit het evangelie brengt ons een groot en goddelijk geheim in herinnering. De heilige Johannes heeft ons dit begin van het evangelie, wat hijzelf had ingedronken uit het hart van de Heer, als het ware weergegeven. Herinnert u immers hoe de heilige evangelist Johannes zelf aan de zijde van de Heer rustte. Dit heeft hij duidelijk willen uitdrukken met de woorden: "tegen de borst van de Heer". Wat denken wij dat hij dronk, aldus leunend tegen 's Heren borst? Laten wij niet denken, maar drinken: want nu hebben ook wij gehoord wat wij moeten drinken. "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God". Welk een prediking! Welk een rijk voedsel geeft hij weer uit dat hart van onze Heer! "In het begin was het Woord": wat zoekt gij daarvóór nog? "In het begin was het Woord". Als het Woord was geworden, - geworden is immers niet waardoor alles is geworden - als het Woord was geworden, dan zou de Schrift zeggen: In het begin schiep God het Woord, zoals zij in het boek Genesis zegt: "In het begin schiep God hemel en aarde". Waar was dan dat Woord dat in het begin was? Lees verder: "En het Woord was bij God". Omdat wij echter gewend zijn dagelijks woorden van mensen te horen, hebben wij een te lage dunk van deze uitdrukking "Woord". Hier echter moet gij van de uitdrukking "woord niet een te lage dunk hebben, want "het Woord was God". "Dit", namelijk het "Woord", was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden". Geeft van harte uw volle aandacht, vult de armoede van mijn woorden aan. Luistert naar wat ik onder woorden kan brengen: denkt na, over wat ik niet onder woorden heb kunnen brengen. Wie zou het blijvend Woord kunnen begrijpen? Al onze woorden klinken en verklinken! Wie zou het blijvend Woord kunnen begrijpen dan alleen hij die in het woord zelf blijft? Wilt gij dat blijvend Woord begrijpen? Volg dan niet de natuurlijke stroom van het aardse bestaan. Want dat aardse bestaan is als een stroom: het is immers niet blijvend. Als uit een verborgen levensbron van de natuur komen de mensen voort, leven de mensen en sterven de mensen: wij weten niet waar zij vandaan komen en wij weten ook niet waar zij heen gaan. Ook het water blijft verborgen totdat het te voorschijn komt uit de bron; het neemt zijn loop en wordt zichtbaar in de stroom; maar weer gaat het onder in de zee. Laten wij niet een te hoge dunk hebben van die stroom die zijn loop volgt en weer verdwijnt. "Want alle vlees is als gras, het gras verdort, de bloem verwelkt". Wilt gij toch blijvend bestaan? "Maar het Woord van onze God houdt in eeuwigheid stand".