Home

24 maart  Het lijden van onze Verlosser




Goede vrijdag, ca het jaar 410

Het lijden van onze Heer en Zaligmaker, Jezus Christus, doet ons vertrouwen op de heerlijkheid en leert ons lijdzaamheid. Wat zouden de harten van de gelovigen al niet durven verwachten van Gods genade, nu het de enige Zoon van God, eeuwig levend met de Vader, nog te weinig is geweest om geboren te worden voor hen als mens onder de mensen, maar dat Hij ook door de handen van mensen, die Hij heeft geschapen, zou sterven? Het is iets groots dat ons door de Heer voor de toekomst wordt beloofd, maar veel groter is datgene wat in het verleden reeds voor ons is gedaan en wat wij nu gedenken. Waar waren de goddelozen, of wat waren zij, "toen Christus voor hen is gestorven"? Wie zal eraan twijfelen dat Hij zijn leven zal geven voor zijn heiligen, nu Hij zijn dood al voor hen heeft gegeven? Waarom aarzelt de menselijke zwakheid te geloven, dat eens de mensen met God zullen leven? Iets heel wat ongelooflijkers is reeds gebeurd: God is omwille van de mensen gestorven. Wie anders toch is Christus dan dat, wat "in het begin het Woord was en het Woord was bij God en Het Woord was God?" Dit Woord van God "is vlees geworden en heeft onder ons gewoond". Er was immers niets in zijn natuur waardoor Hij voor ons kon sterven, als Hij niet ons sterfelijk vlees had aangenomen. Zo kon de Onsterfelijke sterven, zo wilde Hij zijn leven aan stervelingen geven: zo zou Hij hén later zijn deelgenoten maken, die eerst hún deelgenoot was geworden. Wij hadden namelijk niets in onze natuur, waardoor wij konden leven en Hij had niets in zijn natuur waardoor Hij kon sterven. Zo is Hij een wonderlijke ruil met ons aangegaan: van óns was, waardoor Hij is gestorven, van Hém zal zijn, waardoor wij hopen te leven.