Home
14 oktober Heer, waar gaat Gij heen?
Toen de Heer Jezus, de leerlingen op het hart drukte hoe zij ten opzichte van elkander een heilige liefde moesten betrachten, zei Simon Petrus Hem: "Heer, waar gaat Gij naar toe?" Zo toch zei de leerling dit aan zijn Meester, de dienaar aan zijn Heer, alsof hij bereid was Hem te volgen. Daarom ook antwoordde de Heer die doorzag waarom Petrus dit vroeg, hem aldus: "Waar Ik heenga kunt gij Mij nu niet volgen", alsof Hij wilde zeggen; Wat gij Mij vraagt, kunt gij nu niet. De Heer zegt niet: gij kunt het niet; maar: "gij kunt het nu niet". Uitstel geeft Hij hem aan, de hoop neemt Hij niet weg; en dezelfde hoop die Hij niet wegneemt, maar eerder geeft, bevestigt Hij, door de volgende woorden eraan toe te voegen: "Later kunt gij Mij wel volgen". Wat een haast, Petrus? De "Petra" heeft u nog niet bevestigd met zijn Geest. Laat u niet meeslepen door uw vermetelheid, "gij kunt het nú niet"; geef de hoop niet helemaal op; "later kunt gij Mij volgen." Wat antwoordt Petrus daarop nog aan de Heer? "Waarom kan ik U niet terstond volgen? Mijn leven zal ik voor U geven". Petrus zag wat er aan verlangen in zijn hart leefde; wat er aan kracht in hem was, zag hij niet. Hij was ziek en ging groot op zijn wilskracht; maar de geneesheer lette op zijn gezondheid; Petrus beloofde alleen maar, doch de Heer zag in de toekomst; wie niet wist, die waagde; wie vooruitzag. die onderwees. Waarop had Petrus al geen aanspraak gemaakt door alleen voor ogen te hebben wat hij wilde, zonder te weten wat hij aankon? Waarop had Petrus al geen aanspraak gemaakt! Onze Heer was gekomen om zijn leven te geven voor zijn vrienden, en bijgevolg ook voor Petrus, terwijl deze vertrouwde het te kunnen aanbieden voor de Heer; Christus had zijn leven nog niet gegeven voor hem en hij beloofde zijn leven te zullen geven voor Christus. Jezus antwoordde hem dan: "Uw leven zult gij voor Mij geven"? Wat nu? Kunt gij voor Mij doen wat Ik nog niet voor u heb gedaan? "Uw leven zult gij voor Mij geven?" Kunt gij voorop gaan, gij die nog niet eens kunt volgen? Wat een aanspraak? Wat denkt gij van uzelf? Wat meent gij wel te zijn? Luister wat gij zijt: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, nog eer de haan kraait, zult gij Mij driemaal verloochend hebben". Let eens op hoe u spoedig zal blijken wie gij zijt, gij, grootspreker, gij die niet weet hoe klein gij zijt. Gij, die Mij uw dood belooft, zult uw Leven driemaal verloochend hebben! Gij, die al denkt te kunnen sterven voor Mij, leef eerst eens voor uzelf; want door de dood te vrezen van uw lichaam, zult gij de dood toebrengen aan uw ziel. Want het openlijk belijden van Christus is evengoed "leven", als het verloochenen van Christus "dood" betekent.