Home

3 oktober  Waarom bidt Christus?




"U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd." Dat is het toch wat wij hebben gezongen. Laten wij eerst eens nauwkeurig letten op de Heer zelf, die het niet beneden zich heeft geacht de menselijke natuur aan te nemen, en die als mens heel goed deze profetische woorden als zijn eigen woorden heeft kunnen uitspreken. Want vanaf het ogenblik dat Hij mens is, is Hij ook zwak; en vanaf het ogenblik dat Hij zwak is, heeft Hij ook gebeden. Als men onze Heer Jezus Christus beschouwt als God, wie bidt dan? tot wie bidt Hij? waarom bidt Hij? Bidt God soms? bidt Hij tot een gelijke? Welke reden om te bidden bestaat voor Hem die aldoor gelukkig is, aldoor almachtig is, aldoor onveranderlijk, eeuwig en mede-eeuwig met de Vader? Als wij nu eens luisteren naar de stem die Hijzelf als door een wolk heen bij monde van Johannes heeft doen weerklinken in deze woorden: "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden, in Hem was leven en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan." Tot hiertoe vinden wij in deze woorden niet dat er sprake is van bidden, noch van een reden tot bidden, noch van een aanleiding tot bidden, noch van een verlangen naar bidden. Even later echter zegt Johannes: "En het Woord is vlees geworden en Het heeft onder ons gewoond". Hier hebt gij dus een Majesteit tot wie gij moet bidden, en een mens die voor u zal bidden. Want dit wordt onder woorden gebracht door de apostel Paulus zelfs na de verrijzenis van onze Heer Jezus Christus: "Die", zegt hij, "gezeten aan Gods rechterhand, onze zaak bepleit". Waarom bepleit Hij iets voor ons? Omdat Hij Middelaar wilde zijn. Wat wil zeggen: "Middelaar tussen God en de mensen"? Niet tussen de Vader en de mensen, maar tussen God en de mensen. Wat wil zeggen: God? Vader, Zoon en heilige Geest. Wat wil zeggen: mensen? Zondaren, goddelozen, sterfelijken. Tussen die drie Personen en de zwakke, zondige mensen, is een mens Middelaar geworden, niet zondig, maar toch zwak; om u nader te brengen tot God uit hoofde van zijn onzondigheid; en om u nader te komen uit hoofde van zijn zwakheid. Zo is dan het Woord vlees geworden; anders uitgedrukt: het Woord is mens geworden om Middelaar te zijn tussen God en de mensen.