Home

27 maart  Verlangen naar de doop




Hippo, kort vóór Pasen, het jaar 391 of 397

"Ik druk mij erg menselijk uit", want, als het Woord is vlees geworden, is het om u ertoe te brengen, "om uw ledematen nu in dienst te stellen van de gerechtigheid, tot eer van God, zoals gij ze eertijds in dienst hebt gesteld van onreinheid en steeds grotere bandeloosheid". Ziet nu eens op welke voorwaarde en tot welke prijs gij u als gelovige het Rijk der hemelen eigen kunt maken. Let goed op, en verzamelt uw geestvermogens; bundelt welgemoed de schatten van uw hart. Toch maakt gij u dat Rijk kosteloos tot eigendom, als gij de genade beseft die u om niet wordt aangeboden. Niets geeft gij uit, en toch krijgt gij veel in uw bezit. Hebt geen geringe dunk van uw eigen persoon, terwijl de Schepper van het heelal en van uzelf, u zo'n hoge prijs waard acht, dat Hij dagelijks voor u het aller kostbaarst bloed van zijn eniggeboren Zoon stort. Zo zult gij, geen geringe dunk hebben van uzelf, als gij het kostbare weet te onderscheiden van het minderwaardige; als gij niet de schepselen, maar de Schepper dient; als gij u niet laat beheersen door datgene wat lager is dan uzelf, "en op die wijze smetteloos blijft en rein van zware en dodelijke zonden"; als in u het zaad van Gods Woord, dat ook nu de goddelijke Landbouwer op de akker van uw hart uitstrooit niet wordt platgetreden of verstikt. Als gij een afkeer hebt van de onvruchtbaarheid van de grond, zult gij toch met grote vreugde aan uw goddelijke Zaaier en Bevloeier honderdvoudig vrucht kunnen teruggeven. Of, als gij dit misschien niet mocht bereiken, kunt gij rijkelijk zestigvoudige vrucht inlossen; en als gij dit niet haalt, zal Hij met een dertigvoudige opbrengst niet ontevreden zijn. Want allen zullen worden opgenomen in de hemelse voorraadschuren, allen zullen worden toegelaten om te genieten van de eeuwige rust. Dat hemels brood zal worden samengesteld uit de opbrengst van allen, en ieder eerlijke werker in 's Heren wijngaard, zal er rijkelijk en overvloedig mee worden verzadigd: op voorwaarde dat de faam van zo'n voorstreffelijke Zaaier, Bevloeier en Besproeier en ook nog Schenker van de wasdom zelf, door de prediking van het evangelie wordt verbreid. Nadert dus tot Hem met gebroken hart, "want gebroken harten blijft de Heer nabij, en vermorzelde zielen komt Hij te hulp". Nadert tot Hem om strijd, om verlicht te worden. Gij zijt immers nog in de duisternis, en de duisternis is nog in u. Dan echter zult gij licht zijn in de Heer, die, "ieder mens verlicht, die in deze wereld komt". Gij paste u aan deze wereld aan, schikt u nu naar God; verlangt te leven voor God, gij, die vele en slechte jaren hebt geleefd voor de zonde. Want terwijl gij nu in de Kerk als gelovigen God zegent, zult gij u dan overvloedig laven aan de bronnen van Israël van aangezicht tot aangezicht.