Home

7 januari  Kerstmis




25 December vóór het jaar 411-412

Al zijn engelen prijzen Christus met passende lof; Hij is dan ook hun eeuwig voedsel, want Hij schenkt hun het leven met een onbederfelijke spijs. Hij toch is het Woord van God; door wiens leven zij leven, door wiens eeuwigheid zij aldoor leven, door wiens goedheid zij aldoor gelukkig leven. De engelen van hun kant prijzen Hem, God bij God, met passende lof, en betuigen hun eerbewijzen aan God in den Hoge. "Wij echter, zijn volk en de kudde aan zijn hand", laten wij, zwak als wij zijn, door de inzet van onze goede wil ons met Hem verzoenen, om zo te verdienen in vrede te leven. Het is toch juist vandaag dat de engelen zelf, bij de geboorte van de Zaligmaker voor ons, met geestdrift hebben uitgezongen: "Eer aan God in den hoge en op aarde vrede aan de mensen van goede wil". Zij prijzen Hem dus luisterrijk, prijzen wij Hem dan door volgzaamheid. Zijn de engelen zijn boden; wij, de kudde aan zijn hand. Vult Hij hun tafel in de hemel; Hij vult onze kribbe op aarde. Hun tafel is immers overdadig gevuld, want "in het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God". Onze kribbe is overdadig gevuld, want: "het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond". Om de mens het brood van de engelen te laten eten, is de Schepper van de engelen mens geworden. Zij loven Hem, door voor Hem te leven, wij, door in Hem te geloven; zij, door van Hem te genieten, wij, door aan Hem te vragen; zij, door Hem te ontvangen, wij, door Hem te zoeken; zij, door binnen te treden, wij, door te kloppen.