Home

16 juni  Zalig de barmhartigen en de zuiveren van hart




Ca het jaar 410 of later

Nadat Jezus heeft gezegd: "Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden", voegt Hij hier - in uitstekende volgorde - aan toe. "Zalig de barmhartigen, want God zal tegenover hen barmhartig zijn". Gij hongert en dorst immers naar de gerechtigheid. Als gij hongert en dorst, zijt gij een bedelaar van God. Gij staat dus als bedelaar voor de deur van God; maar er is ook een andere bedelaar die voor uw deur staat: wat gij met uw bedelaar doet, dat doet God met de zijne. "Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien". Men heeft een zuiver hart als men geen vriendschap veinst, en geen vijandschap bewaart in zijn hart. Waar God dit ziet, daar bekroont Hij het. Wat het ook is, dat u daar in uw hart bekoort, gij moet er niet op ingaan, gij moet het niet prijzen; als een zondige begeerte u prikkelt, geef er dan niet aan toe, en als zij hevig begint te branden, roep God dan om hulp in uw gebed, opdat er binnen in u iets gebeurt en uw hart, waarin tot God wordt gebeden, zuiver moge worden. Gij moet toch, wanneer gij God wilt uitnodigen in uw binnenste, dat binnenste reinigen; gij moet uw binnenste reinigen, opdat God u verhoort. Soms zwijgt de tong, maar zucht de ziel; dan wordt er in het binnenste van uw hart tot God gebeden. Daar mag dan echter niet iets zijn, dat de ogen van God hindert, daar mag niet iets zijn, dat God mishaagt. Misschien hebt gij moeite met het reinigen van uw hart: roep Hém dan te hulp, die het niet beneden zich zal achten voor zichzelf een woonplaats te reinigen en die graag bij u wil wonen. Of ziet gij er soms tegen op, om een zo Oppermachtige op te nemen en zijt gij bang dat Hij u in de war zal brengen, zoals middelmatige en bekrompen mensen vaak bang zijn, dat zij mensen, die meer zijn dan zij, moeten ontvangen in hun huis, als dezen op hun reis langs komen? Ongetwijfeld is er niets, groter dan God; maar vrees geen bekrompenheid; neem Hem gerust op, en Hij verruimt u. Hebt gij Hem niets voor te zetten? Neem Hem gerust op, Hij voedt u ook en - wat heerlijker is om te horen - Hij voedt u met zichzelf. Hij zelf zal uw voedsel zijn, want Hij heeft gezegd: "Ik ben het levend brood dat uit de hemel is neergedaald". Zulk brood doet in krachten toenemen, zonder zelf in hoeveelheid af te nemen. Dus "zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien".