Home

18 mei  "Alle volken, klapt in de handen"




"Alle volken, klapt in de handen", want Gods genade is doorgedrongen tot bij u allen. "Klapt in de handen". Wat betekent dat: "klapt"? Verheugt u. Waarom dan "met de handen"? Met uw goede werken. Verheugt u dus, niet alleen met uw mond, terwijl uw handen werkeloos zijn. Als gij u verheugt, "klapt dan in de handen''. Alle gij volken, klapt in de handen, jubelt voor God met blij geroep. Verheugt u dus met uw mond en met uw handen. Alleen maar met uw mond is niet genoeg omdat uw handen dan werkeloos zijn; alleen maar met uw handen is ook niet genoeg, omdat uw tong dan sprakeloos is. Handen en tong moeten overeenstemmen; de tong moet luid belijden, de handen moeten iets ondernemen. "Jubelt voor God met blij geroep. "Want verheven is de Heer en alom geducht." Verheven is Hij, die als een voorwerp van spot is geworden door naar de aarde te komen, maar die, door op te gaan naar de hemel geducht is geworden. "Een grote koning is God, over heel de aarde." Het is Hem niet genoeg te heersen over één volk; want daarom heeft Hij een zo grote prijs gegeven: het bloed uit zijn zijde, om de gehele aarde te verlossen. "God stijgt ten troon onder gejubel". Wat betekent dat gejubel anders dan een vreugde vol bewondering, die niet onder woorden kan worden gebracht? Hoe uitten de leerlingen hun bewondering, verrukt als zij waren toen zij de Heer, die zij als een dode hadden beweend, naar de hemel zagen opgaan? Ja, werkelijk, deze vreugde ging alle woorden te boven en er bleef slechts over, te jubelen over datgene wat niemand onder woorden kon brengen. Daar was ook trompetgeschal, die stem van engelen. Engelen verkondigden luid de hemelvaart van de Heer; zij zagen de leerlingen bij 's Heren hemelvaart als vastgenageld aan de grond en vol bewondering, ontzet en sprakeloos, maar van harte jubelend. Dan klonk als trompetgeschal in de heldere stem van de engelen: "Mannen van Galilea, wat staat gij hier? Dit is Jezus." Alsof zij niet wisten dat het Jezus was! Hadden zij Hem niet kort tevoren met eigen ogen gezien? Hadden zij Hem niet horen spreken met hen? Ja, hadden zij niet allen zijn uiterlijk gezien maar ook zijn ledematen aangeraakt? Wisten zij niet dat het Jezus was? De engelen echter spreken als tot mensen die buiten zichzelf zijn van bewondering en jubelend van vreugde, met deze woorden: "Dit is Jezus." Ziet hoe Hij opstijgt, gelooft, nu Hij afwezig is, vertrouwt dat Hij zal wederkomen, maar bemerkt toch ook al, dank zij een verborgen barmhartigheid, dat Hij aanwezig is.