Home
13 augustus Geroepen door God (vervolg)
De apostel Paulus heeft vier bijzondere kenmerken naar voren gebracht, die betrekking hebben op hen vóór wie God is, te weten: de voorbestemming, de roeping, de rechtvaardiging en de verheerlijking. Nu moeten wij gaan zien, wat wij al bezitten en wat wij nog verwachten. Laten wij door datgene wat wij reeds bezitten, God als onze Schenker loven; en laten wij voor wat wij nog niet bezitten, God als onze Schuldenaar houden. Want Schuldenaar is Hij geworden, niet door iets van ons te ontvangen, maar door ons naar verkiezen iets te beloven. In die zin kunnen wij dus eisen stellen aan onze Heer en zeggen: Geef ons wat Gij ons hebt beloofd, want wij hebben gedaan wat Gij hebt bevolen. Tenslotte zijt Gij het die het hebt gedaan, want Gij hebt ons geholpen bij het volbrengen. Niemand moet nu gaan zeggen: daarom heeft God mij geroepen, omdat ik Hem eer heb bewezen. Hoe zoudt gij Hem hebben kunnen eren, als Gij niet geroepen waart? Als God u daarom heeft geroepen, omdat gij Hem hebt geëerd, dan hebt gijzelf het eerst gegeven en heeft Hij u teruggegeven. Doet de apostel niet uw opmerking teniet wanneer hij zegt: "Wie kan vergoeding eisen voor wat hij God heeft gegeven?" Zie nu eens, toen gij zijt geroepen, waart gij er toch al. Hoe zoudt gij voorbestemd zijn geworden, toen gij er niet waart? Wat hebt gij aan God gegeven, toen gij, die iets zoudt geven er niet waart? Wat heeft God dus gedaan toen Hij heeft voorbestemd, die er niet was? Als gij er reeds zoudt zijn, zoudt ge niet voorbestemd zijn geworden; als gij u niet had afgewend, zoudt ge niet geroepen worden; als gij niet zondig zoudt zijn, zoudt ge niet gerechtvaardigd worden; als gij niet aards en verworpen waart, zoudt ge niet verheerlijkt worden. "Wie kan" dus "vergoeding eisen voor wat hij God heeft gegeven? Want uit Hem en door Hem en voor Hem zijn alle dingen". Wat geven wij Hem dan terug? "Hem zij de glorie". Want wij waren er niet toen wij zijn voorbestemd; want wij waren afkerig toen wij zijn geroepen; want wij waren zondaren toen wij gerechtvaardigd zijn: laten wij God danken en wachten wij ons voor ondankbaarheid.