Home

20 maart  Geloofsbelijdenis: Ik geloof in de almachtige Vader

De Almachtige is vergevensgezind




Hippo, twee of drie weken vóór Pasen, vóór het jaar 410

Het "symbolum" bevat in het kort de samenvatting van de geloofswaarheden; het beoogt de geest te onderrichten zonder het geheugen te bezwaren. Het zijn maar weinig woorden maar het resultaat kan groot zijn. "Symbolum" wil zeggen: een teken waaraan de christenen elkaar herkennen: dit zal ik u eerst in het kort uitleggen. Daarna, als het God belieft, zal ik het u verduidelijken; ik wil namelijk dat gij in staat zijt ook te begrijpen wat gij moet onthouden. Dat is het "symbolum". Het is niet veel, en toch is het veel; gij moet de woorden niet tellen, maar gij moet ze wegen. "Ik geloof in God, de almachtige Vader". Let eens op hoe vlug dit wordt gezegd en van welke waarde het is. God is Hij en Vader is Hij: God door zijn macht, Vader door zijn goedheid. Hoe gelukkig zijn wij, die God als onze Vader hebben gekregen! Laten wij dan in Hem geloven en laten wij het volste vertrouwen hebben in zijn barmhartigheid, omdat Hij almachtig is; daarom geloven wij in God, de almachtige Vader. Niemand mag zeggen: Hij kan mij de zonden niet vergeven. Hoe kan de Almachtige dat niet? Gij zegt dan: Ik heb veel gezondigd. Ik zeg u: Hij is de Almachtige. Gij weer: Ik heb zonden bedreven waarvan ik niet bevrijd en gereinigd kan worden. Ik antwoord: Hij is almachtig. Hoor eens hoe gij Hem in de psalm bezingt: "Loof, mijn ziel, de Heer en vergeet zijn talloze weldaden niet. Hij is het die al uw zonden vergeeft en al uw zwakheden geneest". Hiervoor hebben wij zijn almacht nodig. Alle schepselen toch hadden ze nodig om geschapen te worden: Hij is almachtig om groot en klein te scheppen, Hij is almachtig te om het hemelrijk en het aardrijk te scheppen. Hij is almachtig om het onsterfelijke en het sterfelijke te scheppen, Hij is almachtig om het geestelijke en het stoffelijke te scheppen, Hij is almachtig om het zichtbare en het onzichtbare te scheppen: Hij is groot in het grote en Hij is niet klein in het geringste; tenslotte is Hij almachtig om alles te scheppen wat Hij wil. Laat ik nu eens zeggen wat Hij allemaal niet kan: Hij kan niet sterven, Hij kan niet zondigen, Hij kan niet liegen en Hij kan zich niet vergissen; dát kan Hij niet, en als Hij dát zou kunnen zou Hij niet almachtig zijn. Gelooft dan in Hem en looft Hem. Als gij dus gelooft, moet gij Hem ook loven, wanneer gij de geloofsbelijdenis opzegt. Neemt ze nu op en onthoudt ze, om ze weldra te kunnen opzeggen en ze nooit meer te vergeten.