Home

6 april  "Roemen op het kruis"




Goede Vrijdag ca het jaar 410

Christus heeft het vlees, dat Hij aan ons ontleende, om daarin te sterven, ook nog aan ons gegeven, omdat Hij immers de Schepper ervan is. Het leven echter, waardoor wij in Hem en met Hem zullen leven, heeft Hij niet van ons gekregen. Daarom: wat onze natuur betreft, waardoor wij mens zijn, kunnen wij zeggen dat Hij is gestorven niet door zijn, maar door onze natuur; want door zijn natuur, waardoor Hij God is, kan Hij in het geheel niet sterven. Wat echter die natuur betreft die Hij als God heeft gemaakt, is Hij eveneens vanwege zijn natuur gestorven, want het vlees, waarin Hij is gestorven heeft Hij zelf gemaakt. Wij moeten ons dus niet alleen niet schamen over de dood van onze Heer en God, maar wij moeten in grote mate daarop vertrouwen, ja, er zelfs in grote mate op roemen; want de dood, die Hij bij ons vond, heeft Hij van ons overgenomen, en Hij heeft vast beloofd ons het leven dat wij uit onszelf niet kunnen hebben, maar dat Hem eigen is, te zullen schenken. Als Hij ons toch zo zeer heeft liefgehad, dat Hij, de onzondige, voor zondaren heeft geleden, wat wij door de zonde hebben verdiend, hoe zou Hij die rechtvaardigt, ons niet geven, wat de rechtvaardigheid eist? Hoe zou Hij, die oprecht belooft, de gelovigen hun beloning onthouden, terwijl Hij, zelf zonder ongerechtigheid, de straf van de ongerechtigen op zich heeft genomen? Belijden wij daarom onverschrokken, ja, verkondigen wij openlijk dat Christus voor ons is gekruisigd; laten wij ervoor uitkomen niet met angst, maar vol vreugde, niet met schaamte, maar vol trots. De apostel Paulus heeft gezien, en verkondigd dat dit voor ons een titel is om op te roemen. Hoewel hij vele grote en goddelijke dingen van Christus had kunnen opnoemen zei hij niet te willen roemen op de wonderwerken van Christus: dat Hij, toen hij als God bij de Vader was, de wereld heeft geschapen, dat Hij, toen Hij evenals wij mens was, heerser van de wereld was, maar: "het zij verre van mij", zo zegt de apostel, "op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus". Hij zag, voor wie, Wie en waar Hij had gehangen; en op een zo grote nederigheid van God en een zo goddelijke verhevenheid was de apostel trots. Zij echter, die ons honen omdat wij een gekruisigde als Heer dienen, zijn des te ongeneeslijker en hopelozer onwijs, naarmate zij zelf denken wijs te zijn, en zij begrijpen in het geheel niet, wat wij geloven en verkondigen.