Home

26 januari  "Meer vreugde over een boetvaardige"




Goede God, wat speelt zich af in de mens, dat hij zich meer verheugt over de redding van een ziel waaraan men wanhoopte en die uit een groter gevaar bevrijd is, dan wanneer er altijd hoop voor haar was geweest, of het gevaar geringer was? Maar ook Gij, barmhartige Vader, verheugt U meer over één boetvaardige dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben. Wat speelt zich dan af in de ziel, dat zij zich meer verheugt wanneer zij dingen waarvan zij houdt, vindt of terugkrijgt, dan wanneer zij die altijd had gehad? Want ook de andere dingen getuigen dat en er zijn getuigenissen te over die uitroepen: "Zo is het!" Overal gaat een grotere vreugde een grotere moeite vooraf. Wat heeft dat te betekenen Heer mijn God, terwijl Gij toch U zelf tot eeuwige vreugde zijt, en er wezens rondom U zijn, die zich altijd in U verheugen? Wat heeft dat dan te betekenen, dat er in deze wereld een afwisseling is van afnemen en toenemen, van belediging en verzoening. Of is dit haar wet en hebt Gij haar dat alleen maar toebedeeld, toen Gij van de hoogte der hemelen tot de diepte der aarde, van het begin tot het einde der eeuwen, van de engel tot het wormpje, van de eerste beweging tot de laatste, alle soorten van goede dingen en al uw rechtvaardige werken, ieder op zijn juiste plaats stelde en ieder op de juiste tijd tot stand bracht? Ach, hoe hoog zijt Gij in de hoogte en hoe diep in de diepten! Nergens heen trekt Gij U terug, en toch keren wij met moeite tot U terug.