Home

13 april  Ik ben gestorven door u: Leef gij door mij




Hippo, Paasdag

Hebt gij niet gelezen dat Christus is gestorven? Zouden wij dat durven ontkennen? Als wij Zijn dood ontkennen, ontkennen wij ook zijn verrijzenis. Hij is gestorven met dát, waarin hij mens heeft willen worden; Hij is verrezen met dát, waarin Hij mens heeft willen worden; immers ook wij, mensen, zullen sterven en zullen verrijzen. Is dan het Woord in Hem gestorven? Kon soms dat, wat "in het begin Woord was", iets lijden? Wat kan, zulk een Woord lijden? Toch moest het Woord voor ons sterven; Het kon niet sterven en Het moest sterven. "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het woord was God'. Waar is hier bloed? Waar is hier de dood. Er is toch geen sprake van dood in het Woord? Er is toch geen sprake van bloed in het Woord? Als er geen sprake van dood is in het Woord en als er geen sprake van bloed is in het Woord, waar is dan onze losprijs? Is zijn bloed niet onze losprijs? Waarvan had het Woord dan deze prijs kunnen betalen, als Hij alleen het Woord was gebleven, als het Woord niet het vlees had aangenomen? De Heer onze God, onze Zaligmaker, spreekt ons, mensen, als het ware aldus toe: Mensen, Ik heb de mens "goed" gemaakt, maar hij heeft zichzelf "slecht" gemaakt. Gij hebt u van Mij afgewend; en aan uzelf overgelaten, zijt gij verloren gegaan. Ik echter zal zoeken wat verloren is gegaan. Gij hebt u van Mij afgewend, zo zegt Hij, en daardoor hebt gij het leven verloren. Welk leven? "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God". Het leven was; maar gij laagt terneer in uw dood. Ik, het Woord, had niets waarin Ik kon sterven; gij mens, had niets, waardoor gij in staat waart te leven. Nu heb Ik dát van u aangenomen waarin Ik voor u kon sterven; neem gij nu van Mij dát aan, waardoor gij met Mij kunt leven. Laten wij een ruilovereenkomst aangaan; Ik geef u, geef gij Mij. Ik krijg van u de dood, ontvang gij van Mij het leven. Ontwaak, zie wat Ik geef en wat Ik ontvang. Ik, die hoog in de hemel woon, heb van u op aarde uw nederige staat ontvangen; Ik, uw Heer, heb van u de gestalte van een slaaf ontvangen; Ik, uw gezondheid, heb van u wonden ontvangen; Ik, uw leven, heb van u de dood ontvangen. Ik, het Woord, ben vlees geworden, om te kunnen sterven. Ik heb van u het lichaam ontvangen, om daarin voor u te sterven; ontvang gij van Mij de levendmakende Geest, om daardoor met Mij te leven. Tenslotte: Ik ben gestorven door u; leef gij door Mij.