Home

9 maart  Veertigdagentijd




Begin van de vasten

Met de hulp van de barmhartigheid van de Heer onze God, moeten wij trachten de bekoringen van de wereld, de listen van de duivel, de zorgen van ons bestaan op aarde, de zinnelijke verleidingen, de stormen van de woelige tijden en alle lichamelijke en geestelijke tegenslag, met aalmoezen, vasten en gebed te boven te komen. Terwijl een christen zich hierop heel zijn leven vurig moet toeleggen, moet hij dit toch vooral doen bij het naderen van het Paasfeest. De jaarlijkse terugkeer hiervan is voor ons een aansporing, omdat Pasen de heilzame herinnering wakker roept aan de barmhartigheid, die onze Heer, de enige Zoon van God, ons heeft bewezen, toen Hij gevast heeft en voor ons gebeden. Het woord aalmoes komt van het Griekse "eleemosyna" dat barmhartigheid betekent. Kan er echter groter barmhartigheid denkbaar zijn jegens ongelukkigen, dan die, welke de Schepper van de hemel uit de hemel deed afdalen en de Maker van de aarde bekleedde met een aards lichaam; een barmhartigheid die Hém in de sterfelijkheid aan ons gelijk maakte, die in de eeuwigheid gelijk blijft aan de Vader; die de gestalte van een slaaf oplegde aan de Heer der wereld: opdat het Brood zelf hongerig zou zijn, de Verzadiging dorstig zou zijn, de Kracht zwak zou zijn, de Gezondheid gewond zou worden, het Leven zou sterven? Dit alles opdat onze honger zou worden gestild, onze dorst zou worden gelest, onze zwakheid zou worden getroost, onze zonde zou worden teniet gedaan, onze liefde zou ontvlammen. Kan er groter barmhartigheid denkbaar zijn dan dat de Schepper geschapen werd, de Meester dienstknecht werd, de Verlosser verkocht werd, dat Hij die ons verheft werd vernederd en Hij, die ons ten leven wekt, werd gedood? Ons wordt bevolen om als aalmoes brood aan de hongerige te geven, maar Hij heeft zich eerst voor ons aan zijn beulen gegeven, om zichzelf aan ons te kunnen geven ten einde onze honger te stillen. Ons wordt bevolen de vreemdeling op te nemen, Hij echter kwam voor ons in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Laat onze ziel dan Hem loven, die genadig is tegenover al haar ongerechtigheden, die haar geneest van al haar zwakheden, die haar leven redt van het bederf, die haar kroont met ontferming en barmhartigheid, die al haar verlangens bevredigt.