Home

11 februari  Ongeloof in Christus: De grote zonde




Het jaar 410-412

Het geneesmiddel voor alle zielewonden, en het enig middel voor 's mensen zondedelging is: geloven in Christus. Niemand, zonder uitzondering, kan van zonde worden gezuiverd dan door één te worden met Christus en door ingelijfd te worden krachtens het geloof in het lichaam van Hém, die geen zonde heeft gedaan, en "in wiens mond geen bedrog is gevonden". Zij toch die geloven in Hem worden kinderen van God; want zij worden uit God geboren doordat zij worden aangenomen als kinderen krachtens het geloof in Jezus Christus, onze Heer. Daarom spreekt dezelfde Heer, onze Zaligmaker, terecht van de ene zonde, waarvan de heilige Geest de wereld overtuigt: dat hij niet gelooft in Hem. "Ik", vervolgt de Heer, "zeg u de waarheid: het is goed voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden. Eenmaal gekomen zal Hij de wereld het overtuigend bewijs leveren van wat zonde, gerechtigheid en oordeel is; van wat zonde is, omdat zij niet in Mij geloven; van wat gerechtigheid is, omdat ik naar de Vader ga, zodat gij Mij niet meer ziet; van wat oordeel is, omdat de vorst dezer wereld geoordeeld is". Van deze ene zonde dus heeft onze Heer de wereld willen overtuigen: dat hij niet in Hem gelooft; klaarblijkelijk heeft Hij, omdat alle zonden door te geloven in Hem worden uitgewist, deze éne, waarmee alle samenhangen, willen aanrekenen. Omdat zij dus door te geloven uit God worden geboren, worden zij ook zonen van God: "Aan hen" immers, "die in zijn Naam geloven, gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden". Wie derhalve gelooft in Gods Zoon, zondigt niet in zover hij Hem aanhangt, en ook zelf aangenomen zoon van God en erfgenaam wordt, mede-erfgenaam dus met Christus. Johannes zegt dan ook: "Een kind van God zondigt niet". Daarom is de zonde waarvan de wereld wordt overtuigd deze, dat zij niet in Hem geloven. Dat is de zonde waarvan de Heer eveneens zegt: "Was ik niet gekomen, dan zouden zij geen zonde hebben". Het is van die éne zonde, "dat zij niet in Mij hebben geloofd", dat de wereld schuldig wordt verklaard door de komst van de heilige Geest; met andere woorden, door de gaven van die genade die aan de gelovigen wordt geschonken.