Home

11 mei  De machtige ruil




Hippo, waarschijnlijk maandag of dinsdag na Pasen 412-413

Bedenk eens wat Christus in het oord waar de dood u wacht, heeft aangetroffen. Wat heeft Hij die uit een ander oord kwam, hier anders aangetroffen dan wat hier in overvloed voorhanden is? Hij heeft met u gegeten, wat in overvloed voorhanden is in de voorraadkamer van uw ellende. Azijn heeft Hij hier gedronken, gal heeft Hij hier gehad. Dit heeft Hij aangetroffen in uw voorraadkamer; maar Hij heeft u uitgenodigd tot zijn rijk voorziene feesttafel, tot de feesttafel des hemels, tot de feesttafel der engelen waar Hijzelf het brood is. Toen Hij afdaalde en al die ellende vond in uw voorraadkamer, heeft Hij het niet beneden zich geacht, om aan uw tafel - zoals Hij ze vond - aan te zitten en heeft Hij u zelfs zijn eigen tafel beloofd. Wat zegt Hij nu tot ons? Gelooft, gelooft dat gij zult worden toegelaten tot de geneugten van mijn tafel, omdat Ik de slechte spijzen van uw tafel niet beneden Mij hebt geacht. Uw ellende heeft Christus voor zich genomen, zal Hij u nu ook zijn geluk niet geven? Ja, Hij zal het u geven. Zijn leven heeft Hij ons beloofd: maar nog ongelofelijker is wat Hij heeft gedaan. Zijn eigen dood heeft Hij ons reeds gegeven, alsof Hij zei: Ik nodig u uit deel te hebben aan mijn leven, dáár waar niemand sterft, waar het leven werkelijk gelukkig is, waar een spijs is die niet bederft, die herstelt maar niet op raakt. Zie waartoe Ik u uitnodig: tot het vaderland der engelen, tot de vriendschap met de Vader en de heilige Geest, tot het eeuwig gastmaal, tot het geluk mijn broeders en zusters te zijn; uiteindelijk nodig Ik u uit tot Mij te komen, om deel te hebben aan mijn leven. Wilt gij niet geloven dat Ik u mijn leven zal geven? Ontvangt dan als onderpand mijn dood. Laten wij dus thans, nu wij in dit vergankelijk leven zijn, door een algehele verandering van leven met Christus sterven, en laten wij met Christus leven door de liefde tot de gerechtigheid. Aan het gelukkige leven toch zullen wij pas dan deel krijgen, wanneer wij zijn gegaan naar Hem die naar ons is gekomen, en wanneer zij zullen zijn met Hem die gestorven is voor ons.