Home

24 juli  Christus volgen




Na Hemelvaart, 416-417

Zo spreekt de Heer: "De mens moet zichzelf verloochenen: hij moet zijn kruis opnemen en Mij volgen". Waarheen moet de Heer gevolgd worden? Waar Hij is heengegaan, weten wij. Hij is immers opgestaan en naar de hemel opgegaan: daarheen moet Hij gevolgd worden. Er mag geen sprake zijn van wanhoop; Christus zelf heeft het beloofd, de mens vermag hier niets. De hemel was ver van ons verwijderd, voordat ons Hoofd naar de hemel was gegaan. Waarom zouden wij dan wanhopen, als wij toch ledematen zijn van dat Hoofd? Daarheen moet Hij dus gevolgd worden. Wie zou Hem dan niet willen volgen naar zo'n verblijf? Temeer omdat op aarde zoveel angst en smart wordt geleden. Wie zou Christus daarheen niet willen volgen, waar de volheid van geluk is, waar de volheid van vrede is, eeuwige zekerheid? Het is dus goed Christus daarheen te volgen; maar het is te bezien langs welke weg. Want die woorden "hij moet zichzelf verloochenen en Mij volgen", sprak de Heer niet op het ogenblik dat Hij reeds uit de dood was opgestaan. Hij had nog niet geleden, Hij zou nog aan het kruis komen, Hij zou nog te schande worden gemaakt, nog geseling, nog doornenkroon, nog verwondingen, nog beschimpingen, nog spot, nog de dood verduren. De weg lijkt u wel hard: hij schrikt u af, gij wilt niet volgen; en toch: volg. Hard is wat de mens zichzelf heeft aangedaan, maar geëffend is wat Christus bij het teruggaan naar zijn Vader heeft betreden. Ja, wie zou niet willen opgaan naar die verhevenheid? Allen houden toch van heerlijkheid: maar het gaat trapsgewijze langs de nederigheid. Waarom een stap zetten boven uw maat? Dat staat gelijk met vallen, niet met omhooggaan. Begin met de eerste trede en gij gaat omhoog. Die trede van de nederigheid wilden die leerlingen niet in acht nemen; zij zeiden: "Heer, geef dat in uw glorie één van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerhand moge zitten!" Verhevendheid zochten zij, maar de ladder die erheen leidde, zagen zij niet. De Heer echter wees hun die ladder. Wat antwoordt Hij dan? "Zijt gij in staat de beker te drinken die Ik ga drinken?" Gij, die de hoogste top zoekt van verhevenheid, kunt gij de beker drinken van de nederigheid? Daarom zegt Christus niet alleen: "Hij moet zichzelf verloochenen en Mij volgen", maar Hij voegt eraan toe: "hij moet zijn kruis opnemen en Mij volgen".