Hippo, kort vóór pasen, het jaar 391 of 397
Wij geven onderricht door ons woord, gij moet voortgang maken in de deugd. Wij zaaien het zaad van het woord, aan ú, de vrucht te dragen van het geloof. Laten wij allen volgens de roeping waartoe wij geroepen zijn door de Heer, op zijn weg en in zijn spoor voortgaan; niemand moet omkijken. Want de Waarheid die niet bedriegt en die niet kan bedriegen verklaart openlijk: "Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods". Wel, het is dit Rijk waarnaar gij verlangend uitziet, het is dit waar gij naar haakt met alle kracht van uw geest, zoals uw naam van "competentes" het duidelijk aangeeft. Wat betekent "competentes" anders dan "degenen die gezamenlijk vragen"? die samen één en het zelfde doel nastreven? Wat is dan dat ene doel dat gij verlangt en begeert anders, dan wat een zeker iemand met achterstelling van de al te zinnelijke verlangens en triomferend over de ijdele dreigementen van de wereld onverschrokken uitroept: "Al staan zij in slagorde voor mij, ik ben niet bevreesd; al voeren zij oorlog met mij, toch blijf ik vertrouwen". Om dan uit te drukken wat hij bedoelt, voegt hij er deze woorden aan toe: "Eén ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen: dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef". Hoe heerlijk dat verblijven en dat wonen is, drukt hij uit met de woorden: "Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren, zijn tempel weer met eigen ogen mag zien". Ziet gij, mijn schoolgenoten, welk goddelijk genot uw deel zal zijn, als gij het werelds genot vaarwel zegt; wanneer gij de wereldse genoegens van u afzet, zult gij uw hart zuiver houden en zult gij Hem zien die de wereld heeft gemaakt; en zoals Hij de wereld heeft overwonnen, zult ook gij met zijn genade de wereld overwinnen. Ja, gij zult hem al gauw te boven komen en met voeten treden, als gij niet op eigen krachten rekent, maar op de hulp van de allerbarmhartigste God. Denkt niet gering over uzelf, want, wat gij zult zijn, is nog niet geopenbaard. Weet echter, dat wanneer Hij zal verschijnen gij aan Hem gelijk zult zijn; en wat gij zult zijn, wordt dan geopenbaard. Weet echter dat gij Hem zult zien, niet zoals Hij in de volheid van de tijd tot ons is gekomen, maar zoals Hij altijd was als scheppende God. "Legt dan de oude mens af om u met de nieuwe mens te bekleden". De Heer gaat een overeenkomst met u aan. Gij hebt voor deze wereld geleefd, gij hebt het gedaan volgens de wet van vlees en bloed, gij hebt het beeld van de aardse mens gedragen. "Zoals gij dan het beeld hebt gedragen van deze aardse mens, zo moet gij ook voortaan het beeld dragen van de hemelse Mens".