24 juni, vóór 405
De plechtigheid van deze dag vraagt een feestrede waar men vol verwachting naar heeft uitgezien. Met Gods hulp zal ik u dus aanbieden wat Hij mij ingeeft; ik ben er mij wel van bewust en ik neem de plicht van mijn dienstbaarheid ter harte om te spreken niet als meester, maar als dienaar; niet voor leerlingen, maar voor medeleerlingen: ik spreek immers niet voor dienaren maar voor mede-dienaren. Want wij hebben maar één Meester, wiens school op aarde is en wiens leerstoel in de hemel staat: wiens voorloper Johannes is geboren, van wie wij vandaag volgens de overlevering de geboortedag vieren. Dit hebben wij bij overlevering van onze voorouders ontvangen, en dit dragen wij met eerbied ter navolging over aan het nageslacht. Wie vieren vandaag dus de geboortedag niet van Johannes evangelist, maar van Johannes baptist. Na dit eerst te hebben vastgesteld, rijst een moeilijkheid waaraan wij niet mogen voorbijgaan, namelijk: waarom wij nu eerder de geboortedag vieren van Johannes waarop hij de moederschoot heeft verlaten, dan van welke apostel, martelaar, profeet of patriarch ook? Wat zullen wij antwoorden, als ons deze vraag wordt gesteld? Mij lijkt, tenminste voor zover het mijn middelmatigheid is gegeven, dat dit de reden is: eenmaal geboren en met het toenemen van de jaren tot rijpere leeftijd gekomen, zijn de leerlingen van de Heer in zijn leerschool opgenomen. Daarna hebben zij zich overtuigd aan de Heer gehecht, maar van niemand van hen heeft de geboorte een weg gebaand voor de Heer. Herinneren wij ons ook de profeten, denken wij aan de patriarchen; zij werden geboren gelijk andere mensen: met de jaren werden zij vervuld van de heilige Geest en voorspelden zij Christus; zij werden geboren, om daarna Christus te voorspellen. De geboorte zelf van Johannes echter heeft Christus de Heer voorspeld, want Johannes groette Hem nadat Deze was ontvangen in de moederschoot. Nu volgt er een andere vraag die moeilijker is op te lossen. Johannes had zo'n buitengewone genade ontvangen, dat hij, zoals gezegd, zelfs vanuit de moederschoot de Heer nog niet begroette met woorden, maar door op te springen van vreugde. Het was al duidelijk hoe hij zich tot God voelde aangetrokken, op het ogenblik dat zijn lichaam nog in het andere lichaam lag besloten. Toch wordt deze Johannes niet opgemerkt onder de leerlingen van de Heer, integendeel, er wordt eerder opgemerkt dat hij gelijktijdig met de Heer leerlingen heeft gehad. Wat betekent dat? Wie is die man? Dat is een groot man! Wie is die grote man? Hoe groot is die grote man? Toch volgde hij de Heer niet met zijn leerlingen, ja, hij had zelfs leerlingen, die hém volgden; hiermee zeg ik helemaal niet dat hij tegen de Heer was; toch leefde hij ver van de Heer. Christus had leerlingen, Johannes had leerlingen; Christus gaf onderricht, Johannes gaf onderricht. Wat moet ik nog meer zeggen? Johannes doopte, Christus doopte. Nu zeg ik over het doopsel nog iets meer: Christus is door Johannes gedoopt.