Hippo, maandag of dinsdag na Pasen ca 410-412
Onze Heer Jezus werd herkend; en eenmaal herkend verscheen Hij nergens meer. Lichamelijk ging Hij van hen weg, terwijl Hij bij hen bleef door hun geloof. Daarom toch is de Heer lichamelijk weggegaan van de hele Kerk en is Hij opgegaan naar de hemel, om het geloof een vaste grond te geven. Als gij immers alleen maar kent wat gij ziet, waar is dan uw geloof? Als gij echter toch gelooft, ook wat gij niet ziet, dan zult gij juichen als gij het zult zien. Laat het geloof goed gegrond zijn, want de aanschouwing zal het loon zijn. Ja, wat wij nu niet zien, zal komen; het zal komen, maar let op, hoe het u zal aantreffen. Want wat de mensen onder elkaar zeggen, zal uitkomen: waar is het, wanneer gebeurt het, hoe is het, wanneer zal het zijn, wanneer zal het komen? Wees er zeker van, komen zal het; en niet enkel zal het komen, maar ook als gij niet wilt zal het komen. Wee dan degenen die niet geloven; want voor dezen zal het grote ontzetting zijn, voor hen die geloven grote vreugde. De gelovigen zullen vreugde kennen de ongelovigen daarentegen verwarring. De gelovigen zullen zeggen: Dank aan U, Heer, want de waarheid hebben wij vernomen, de waarheid hebben wij gelovig aanvaard, op de waarheid hebben wij onze hoop gevestigd, het is de waarheid die wij nu duidelijk zien. De ongelovigen echter zullen zeggen: Waar is de reden dat wij niet geloofden? Waar is de reden dat wij dachten dat wat werd voorgelezen, leugens waren? Zo zal aan de verwarring nog kwelling worden toegevoegd, en aan het vertrouwen beloning worden toegekend. "Dezen immers zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven".