Home

9 mei  Tot de Pasgedoopten op Paasdag




Tussen 400-405

Heer, ik heb mijn mededienaren gevoed met de kruimels van uw tafel; voed ook Gij hen en geef geestelijk voedsel aan hen die gij hebt doen herboren worden. Wat was deze schare vroeger? "Duisternis; nu echter licht door uw gemeenschap met de Heer". Want tot hen zegt de apostel: "Eens waart gij duisternis, nu zijt gij licht door uw gemeenschap met de Heer". O, gij die gedoopt zijt, "gij waart vroeger duisternis; nu zijt gij licht door uw gemeenschap met de Heer". Als gij licht zijt, dan ook dag; "want God noemde het licht, dag". Gij waart duisternis, maar Hij heeft u tot licht gemaakt, Hij heeft u tot "dag" gemaakt; van u hebben wij gezongen: "Dit is de dag die de Heer gemaakt heeft, laten wij juichen en ons verblijden op die dag ". Vlucht de duisternis. Dronkenschap is het werk van de duisternis. Gaat hier nu niet nuchter vandaan om straks dronken terug te komen: in de namiddag zal ik u weerzien. De heilige Geest is in u komen wonen, laat Hij niet meer weggaan: sluit Hem niet buiten uw harten. Hij is een goede gast, Hij treft u aan, verstoken van alles, en Hij schenkt u rijkelijk van alles; Hij treft u hongerig aan en Hij voedt u; Hij treft u tenslotte dorstig aan en Hij maakt u dronken. Laat Hij u dronken maken. De apostel immers zegt: "Bedwelmt u niet met wijn, wat tot losbandigheid leidt", en als wilde hij ons leren waarmee wij ons wél moeten "bedrinken", zegt hij: "maar laat u bezielen door de heilige Geest. Spreekt elkander toe in psalmen en hymnen en liederen ingegeven door de Geest. Zingt en speelt voor de Heer van ganser harte". Is hij die zich verheugt in de Heer en die juichend 's Heren lof uitzingt, niet als dronken? Ik kan u die dronkenschap bewijzen: "Want bij U, God, ontspringt de bron die leven geeft, en Gij laaft hen, aan uw stroom van geneugten". Waaruit? "Want bij U, God, ontspringt de bron die leven geeft en in úw licht aanschouwen wij het licht". De Geest van God is zowel drank als licht. Als gij in het donker een bron zoudt vinden, zoudt gij een lamp moeten aansteken om erbij te komen. Bij de bron van het licht hoeft gij geen lamp aan te steken, zij zelf zal u licht geven en u naar zich toe leiden. Als gij daar komt drinken, komt naderbij en wordt verlicht. Gaat niet weg, om niet in duisternis gehuld te worden. Heer God, roep hen, opdat zij tot U komen; geef hun kracht opdat zij niet van U weggaan. Maak uw jonge zonen van kinderen tot grijsaards, maar niet van grijsaards tot doden. In deze wijsheid immers mag men wel oud worden, maar mag men niet sterven.