Home
5 november Harmonische samenwerking
De Heer, onze God, die weet wat Hij aan ieder toebedeelt, ten einde de eenheid van het lichaam in vrede te bewaren, spreekt de Kerk bij monde van de apostel toe: "Het oog kan niet tot de hand zeggen: ik heb je niet nodig, en evenmin het hoofd tot de voeten: ik heb je niet nodig. Als het hele lichaam oog was, waar bleef dan het gehoor? Als het helemaal gehoor was, waar bleef de reuk?" Het is dus duidelijk dat in het menselijk lichaam ieder lidmaat zijn eigen functie heeft. Het oog ziet en het hoort niet; het oor hoort en het ziet niet; de hand werkt, maar hoort noch ziet; de voet loopt, maar hoort noch ziet en doet niet gelijk de hand. Toch ziet in het hele lichaam, als het gezond is en de leden niet met elkaar in strijd zijn; het oor door middel van het oog, hoort het oog door middel van het oor. Men kan dan ook het oor niet verwijten dat het niet ziet, en de opmerking maken: Oor, je bent waardeloos, je blijft in gebreke; kun je soms zien en kleuren onderscheiden, zoals het oog doet? Om de vrede in het lichaam te handhaven, antwoordt het oor dan als volgt: Ik ben dáár waar het oog is, want ik behoor tot hetzelfde lichaam; door mijzelf zie ik niet, maar door het oog waarmee ik tot hetzelfde lichaam behoor, zie ik. Dus, evenals het oor zegt: Het oog ziet voor mij; zo zegt het oog: Het oor hoort voor mij; ogen en oren zeggen: De handen werken voor ons; de handen zeggen: Ogen en oren zien en horen voor ons; ogen, oren en handen zeggen: De voeten lopen voor ons; wanneer alles in het ene lichaam in actie is, als er alles gezond is en de ledematen goed met elkaar overeenkomen, dan heerst er vreugde en zijn ze een vreugde voor elkaar. Als dan een lid enig ongemak lijdt, laten zij elkaar niet in de steek maar betuigen wederkerig medelijden met elkaar. Zouden de ogen die toch in het lichaam ver van de voet verwijderd zijn, deze soms in de steek laten als hij toevallig in een doorn heeft getrapt. Zien wij dan niet hoe het gehele lichaam zich samentrekt en de mens gaat zitten en de rug kromt om de doorn te zoeken die in de voetzool vast is geraakt? Alle leden doen wat zij kunnen om van de laagste en kleinste plaats de doorn die er vastzit, uit te trekken. Laat zo dan diegene in het mystieke lichaam van Christus, die niet bij machte is om een dode op te wekken, daar ook niet naar verlangen; laat hij liever verlangen in het lichaam niet hinderlijk te zijn; zoals het oor hinderlijk kan zijn als het zou willen zien, want het is niet in staat te doen, waarvoor het geen opdracht heeft gekregen.