Ca het jaar 400
Twee blinden riepen in het voorbijgaan tot de Heer, om zijn medelijden op te wekken, maar de menigte, die de Heer omringde, wilde hen dat roepen beletten. Denkt nu niet dat ons dit feit is nagelaten zonder een diepere betekenis te hebben. Die blinden echter overwonnen met hun hardnekkig roepen de menigte, die het hen wilde beletten. Zo trachtten zij met hun stem door te dringen tot de oren van de Heer, alsof Hij hun gedachten niet reeds van tevoren kende. De twee blinden riepen dus om door de Heer gehoord te worden; en zij konden door de menigte niet worden bedwongen. De Heer ging voorbij, en zij bleven roepen. De Heer bleef staan, en zij werden genezen. Inderdaad, "de Heer Jezus bleef stil staan, riep ze bij zich en zei: Wat wilt gij dat Ik voor u doe? Zij antwoordden: "Open onze ogen". Om het geloof van die mannen deed de Heer het; Hij gaf hen het gezicht terug. Als wij al enig begrip hebben gekregen wie de innerlijke zieke is, wie de innerlijke dove is, wie de innerlijke dode is: laten wij daar dan ook zoeken wie de innerlijke blinde is. De ogen van ons hart zijn gesloten: Jezus gaat voorbij met de bedoeling dat wij naar Hem roepen. Wat wil zeggen: Jezus gaat voorbij? Jezus verricht handelingen van tijdelijke aard; met andere woorden: Jezus gaat voorbij, Jezus verricht handelingen van voorbijgaande aard. Let eens op en zie naar de grote werken die Hij heeft verricht en die voorbij zijn. Hij is geboren uit de maagd Maria: wordt Hij soms steeds geboren? Als kind heeft Hij zich met melk gevoed; blijft Hij zich steeds aan de borst voeden? Hij heeft de jaren doorlopen tot de leeftijd van jongeling; blijft Hij daarom steeds lichamelijk groeien? Op de onmondigheid volgden de kinderjaren, op de kinderjaren de jeugd, op de jeugd de jongelingsjaren, terwijl de eerste fase telkens voorbijging en plaats maakte voor de volgende. Ja, ook de wonderen zelf die Hij heeft gedaan, zijn voorgoed voorbij; Tenslotte is Hij gekruisigd, hangt Hij dan nog altijd aan het kruis? Hij is begraven, Hij is verrezen, Hij is opgestegen ten hemel: Hij sterft niet meer, de dood heeft verder geen macht meer over Hem. Toch is alles wat Christus in de tijd heeft verricht, voorbijgegaan: het is te boek gesteld, met de bedoeling dat het wordt gelezen; het wordt gepredikt, met de bedoeling dat het wordt geloofd. In al die daden dus is Jezus aan ons voorbijgegaan. Als Hij nu zichzelf niet had ontledigd door het bestaan van een slaaf aan te nemen, dan zouden de blinden Hem ook niet gewaar zijn geworden om tot Hem te kunnen roepen. Omdat Christus echter daden stelde van voorbijgaande aard, met andere woorden: omdat Hij zich vernederde, gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan het kruis, hebben de twee blinden geroepen: "Heb medelijden met ons, Zoon van David!" Het is juist omdat de Heer en Schepper van David ook zoon van David wilde zijn, dat Hij dit in de tijd heeft gedaan en dat Hij het "in het voorbijgaan" heeft gedaan.