Home
28 mei "De Vader zelf heeft u lief"
"De Vader zelf heeft u lief omdat gij Mij liefhebt", zegt de Heer. Heeft God óns daarom lief, omdat wij Hém liefhebben; of is het veeleer zo dat wij Hem daarom liefhebben omdat Hij óns liefheeft? Laat dezelfde evangelist Johannes ons in zijn brief het antwoord geven: ''Wij hebben lief", zegt hij, "omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad". Vandaar dus komt het dat wij beminnen, omdat wij worden bemind; het is dan ook een gave Gods dat wij God beminnen. Zelf heeft Hij ons het vermogen geschonken Hem te beminnen. Hij, die onbemind, bemind heeft. Ondanks dat wij Hem mishaagden werden wij bemind, opdat er in ons iets zou zijn waardoor wij Hem zouden behagen. Wij zouden Gods Zoon niet liefhebben als wij niet ook de Vader liefhadden. De Vader heeft ons lief omdat wij zijn Zoon liefhebben, terwijl wij van de Vader en de Zoon de genade ontvingen, om zowel de Vader als de Zoon lief te hebben. De liefde Gods immers is in ons hart uitgestort door beider Geest, en door die Geest beminnen wij ook de Vader en de Zoon, en die Geest beminnen wij samen met de Vader en de Zoon. Onze eerbiedige liefde dus waarmee wij God eren, heeft God in ons geschapen, en God heeft gezien dat het goed is; daarom immers heeft Hij ook bemind wat Hij heeft geschapen. In ons echter kon Hij niet scheppen wat Hij zou beminnen, als Hij niet alvorens dit te scheppen ons zou hebben bemind.