Home

24 mei  Christus'Hemelvaart noodzakelijk




"Ik zeg u de waarheid: het is goed voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen; nu ik wel ga, zal ik Hem tot u zenden." Het is alsof Jezus wilde zeggen: Het is goed voor u dat deze gestalte van een slaaf van u wordt weggenomen. Als Woord dat vlees is geworden, verblijf Ik weliswaar temidden van u, maar Ik wil niet meer dat gij Mij nog lichamelijk liefhebt, en dat gij tevreden met die melk altijd kinderen wenst te blijven. "Het is goed voor u dat Ik heenga. Want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen; nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden". Als Ik U deze tere spijzen waarmee Ik u heb gevoed niet onthoud, zult gij nooit trek krijgen in vast voedsel; blijft gij op lichamelijke wijze vasthouden aan het lichamelijke in Mij, dan zult gij niet in staat zijn de Geest in u op te nemen. Want wat betekent: "Als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen; nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden"? Betekent het iets anders dan: Gij kunt de Geest niet ontvangen zolang gij blijft staan bij uw kennis van Christus naar zijn mens-zijn? Vandaar dat Paulus, die de Geest reeds had ontvangen, kon zeggen: "Al hebben wij Christus ooit naar het vlees beoordeeld, dan nu toch niet meer". Want hij beoordeelt het vlees zelf van Christus niet naar het vlees, die het vleesgeworden Woord geestelijk beoordeelt. Dat is juist wat de goede Meester wilde toen Hij zei: "Als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden". Toen Christus echter lichamelijk wegging, was niet alleen de heilige Geest, maar waren ook de Vader en de Zoon hen geestelijk nabij. Want als het weggaan van Christus zo moet worden verstaan dat de heilige Geest in plaats van Hem en niet mét Hem in hen zou zijn, waar blijft dan de belofte van de Heer die zegt: "Zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld"; en ook: "Wij zullen tot hem komen", Ik en de Vader, en verblijf bij hem nemen? Hij beloofde dus de heilige Geest zo te zenden, dat Hijzelf altijd met hen zou zijn.