Home
22 oktober Tot u God, roep ik de hele dag
"Heb medelijden met mij, Heer, want tot U heb ik geroepen de hele dag". Niet één dag: "de hele dag", ofwel: altijd, sinds het "lichaam van Christus" zucht in verdrukking tot het einde van de wereld toe, tevens einde van de verdrukking. Tot dan zucht die Mens" en roept hij tot God; en ieder van ons heeft zijn aandeel in het roepen van dat hele lichaam. Gij hebt geroepen in uw dagen, en uw dagen zijn voorbijgegaan; op u volgt een ander, en hij heeft geroepen in zijn dagen: en gij hier, hij daar, een derde elders: het "lichaam van Christus" roept de hele dag, terwijl de ledematen elkander afwisselen en opvolgen. Een "Mens" bestrijkt de hele tijd tot het einde toe. Het zijn dezelfde ledematen van Christus die roepen; en sommige ledematen rusten reeds in Hem. andere roepen nu, weer andere zullen roepen, als wij zelf te ruste zijn gegaan, en na hen zullen weer andere roepen. Het is dan ook op de stem van het hele lichaam van Christus dat de psalmist hier doelt, als hij zegt: "Tot U heb ik de hele dag geroepen". Want ons Hoofd "Is onze voorspraak aan de rechterhand van de Vader". Sommige ledematen neemt Hij op, andere kastijdt Hij, weer andere loutert Hij of troost Hij; sommige wekt Hij ten leven, andere roept Hij, weer andere roept Hij terug; deze bestraft Hij en andere lijft Hij weer in. "Verblijd het hart van uw dienaar, want tot U, Heer, heb ik mijn hart verheven". Verblijd het, want ik heb het tot U verheven. Het verwijlde op aarde en op aarde ondervond het bitterheid. Om niet weg te kwijnen van bitterheid en om niet alle gevoel van uw genade te verliezen, heb ik mijn hart tot U verheven. Doe het wat vreugde smaken bij U, want Gij alleen zijt de vreugde, en de wereld is vol bitterheid. Terecht spoort dus het Hoofd zijn ledematen aan om het hart hoog te houden. Laten zij luisteren en het ook doen; laten zij tot Hem verheffen wat slecht geplaatst is op aarde. Als het verheven wordt tot God, zal het daar ongerept blijven. Als gij graan zoudt bewaren op een al te lage plaats zoudt gij het overbrengen naar een hoger gelegen plaats om bederf te voorkomen. Voor het graan zoekt gij een andere plaats, en uw hart laat gij op aarde over aan het bederf? Uw graan zoudt gij overbrengen naar een hoger gelegen plaats, verhef uw hart naar de hemel. Hoe moet ik te werk gaan, zegt gij? Wat een kabels, wat een werktuigen, wat een ladders zijn er niet nodig. Die ladders, dat zijn uw gesteltenissen: uw te volgen weg, is uw eigen wil. Door liefde stijgt gij omhoog, door zorgeloosheid gaat gij naar omlaag. Terwijl gij op aarde zijt, verwijlt gij in de hemel als gij God liefhebt. Want uw hart verheft zich niet zoals uw lichaam zich verheft; wil het lichaam omhoog, dan moet het van plaats veranderen; wil het hart zich verheffen, dan moet het van wil veranderen. "Want tot U, Heer, heb Ik mijn hart verheven."