Home

3 juli  Martelaar zijn




Op een feestdag Van martelaren misschien Sixtus 11, 6 augustus

"Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?" De koning is tegen u, en gij zegt: "Wie zal tegen ons zijn?" Het hele volk is tegen u, en gij zegt: "Wie zal tegen ons zijn?" Hoe bewijst gij, roemrijke martelaar; hoe bewijst gij mij wat gij zegt: "Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?" Het is toch overduidelijk: dat "indien God voor u is, wie is dan tegen u?" Bewijs dan eens dat God voor u is. Bewijs ik dat dan niet? Luister, ik leg het uit: "Hij heeft zijn enige Zoon niet gespaard maar voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd". Na die woorden immers: "Indien God voor ons is wie is dan tegen ons?" lijkt het alsof aan Paulus wordt gevraagd: Bewijs nu eens dat God voor u is, waarop hij dan onmiddellijk een indrukwekkend bewijs aanvoert, door onverwijld de Martelaar voor alle martelaren voor te stellen, de Getuige van alle getuigen: de enige Zoon, die niet werd gespaard door de Vader, maar die Hij voor ons allen heeft overgeleverd; aldus heeft de apostel bewezen dat het werkelijk zo is als hij had gezegd: "Indien God voor ons is, wie is dan tegen ons?" Hij heeft zijn enige Zoon niet gespaard maar voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij na zulk een gave niet al het andere schenken? Omdat de Vader ons samen met Hem alles heeft geschonken, is dat een bewijs, dat Hij ons Hém ook heeft geschonken. Schrikt het geraas van de wereld mij soms af, aan wie de Maker van de wereld is geschonken? Laten wij ons verheugen dat Christus ons is geschonken, en laten wij geen enkele vijand van Christus in deze wereld vrezen. Ziet eens Wie ons is geschonken: "In het begin was het Woord en het Woord was bij God, en het Woord was God". Hij is de Christus, Hij is de eniggeboren Zoon van God, Hij is mede-eeuwig met de Verwekker. "Alles is door Hem gemaakt". Hoe zou dan niet aan ons worden geschonken, wat door Hem is gemaakt, wanneer Hijzelf aan ons is geschonken, door Wie alles is gemaakt? Wilt gij zeker weten dat Hij het Woord is: "Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond". Verlang en hunker ernaar dat het leven van Christus u wordt geschonken; maar houd totdat het zover is, uw aandacht gericht op de dood van Christus, als op een kostbaar onderpand. Hij kon ons immers, met de belofte persoonlijk te zullen leven met ons, geen kostbaarder onderpand geven, dan te sterven voor ons. Uw ellende, zegt Hij, heb ik doorstaan; zal Ik u in ruil daarvoor mijn geluk niet geven? Christus heeft het beloofd een waarborg heeft Hij getekend, een onderpand heeft Hij gegeven; en gij weigert te geloven? Hij heeft het beloofd toen Hij hier temidden van de mensen verbleef; Hij heeft een waarborg getekend toen Hij zijn evangelie opstelde. Op dat onderpand van Hem antwoordt gij dagelijks: "Amen". Het onderpand hebt gij ontvangen, dagelijks wordt het u aangereikt. Wanhoop dus niet, gij, die leeft krachtens dat onderpand.