Home

6 oktober  "Mijn God, mijn God" roept Christus in naam van zijn "lichaam"




Zoals het menselijk lichaam met zijn vele ledematen één geheel vormt en alle ledematen, hoe vele ook, samen één lichaam uitmaken: zo is het ook met de Christus. Vele ledematen, één lichaam: dat is de Christus. Wij allen zijn dus samen met ons Hoofd: de Christus; terwijl wij zonder ons Hoofd geen waarde hebben. Waarom is dat zo? Omdat wij samen niet ons Hoofd een wijnstok zijn; en zonder ons Hoofd, wat God verhoede, afgesneden ranken, voor geen enkel werk van de wijnbouwers dienstig, maar alleen nog bestemd voor het vuur. Daarom zegt Christus zelf in het evangelie: "Ik ben de wijnstok, gij de ranken, mijn Vader is de wijnbouwer: en: "Los van Mij", vervolgt Hij, "kunt gij niets". Heer, als zonder U niets mogelijk is, dan alles met U. Want al wat de Heer door ons uitwerkt, dat werken wij ogenschijnlijk uit. Hij kan veel, ja alles, zonder ons; wij niets zonder Hem. Laten wij eens luisteren naar de woorden van de Heer die Hij heeft uitgesproken op het kruis: "In uw handen beveel Ik mijn geest". Zeker, als wij in het evangelie zien dat onze Heer deze psalmwoorden herhaalt, dan mogen wij er toch niet aan twijfelen dat Hij het zelf is die ze heeft uitgesproken. Gij leest in het evangelie dat Hij heeft gezegd: "In uw handen beveel Ik mijn geest; daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest". Om geen andere reden is het dat Hij de woorden van deze psalm tot de zijne heeft gemaakt, dan om u op de gedachte te brengen dat Hij ze in deze psalm heeft uitgesproken. Zoek Hem dus hier; bedenk hoe Hij in die andere psalm wilde gezocht worden. "Zij doorboren mijn handen en voeten, zij werpen begerige blikken en gluren mij aan; verdelen mijn kleren onder elkander en loten om mijn gewaad". Om dus te leren dat dit alles in Hem in vervulling is gegaan, haalde Hij zelf het begin van deze psalm aan: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" Toch was het in naam van zijn "lichaam" dat Hij zo sprak want nooit heeft de Vader zijn enige Zoon verlaten.