Home

6 november  "Zie hoe goed het is"




Dit is een korte psalm; maar overbekend, ja beroemd. "Zie hoe goed en aangenaam het is als broeders eendrachtig samen zijn". Dit vers klinkt zo lieflijk dat zelfs mensen die van het psalmboek niets weten, dit vers toch zingen. Het is even lieflijk als de liefde zelf lieflijk is, die broeders eendrachtig doet samenwonen. "Hoe goed en aangenaam het is samen te wonen", behoeft weliswaar geen verklaring of uitleg; maar wat het vervolg betreft: daar moet geklopt worden opdat de deur open zou gaan. Toch dienen wij eerst zorgvuldig na te gaan of dit vers over alle christenen spreekt, dan wel of het speciaal doelt op enigen, die uit overtuiging en met hogere aspiraties te zamen wonen; en die zegen dan niet voor allen geldt maar voor sommigen, hoewel deze ook dan, door hen, toch de anderen ten goede komt. Deze psalmwoorden, deze lieflijke klank, deze welluidende melodie zowel naar de klank als naar de diepe zin, heeft ook de kloosters in het leven geroepen. Het horen ervan was een krachtige opwekking voor de broeders die naar samenwoning verlangden; dit vers was voor hen de bazuinstoot. Heel de wereld door werd hij gehoord en van overal zijn broeders die verdeeld waren, bijeengekomen. De roep van God, de roep van de heilige Geest, de roep van de profeten werd weliswaar niet verstaan in Judea, maar werd vernomen in de wijde wereld. Toch, geliefden, is wel beschouwd deze zegen allereerst uitgegaan naar het volk der besnijdenis. Zijn soms alle Joden verloren gegaan? Van welk volk stamden dan de apostelen, die zonen van de profeten? Van wie stamden die honderdtwintig, die samen waren op één plaats na 's Heren verrijzenis en hemelvaart toen de beloofde heilige Geest uit de hemel over hen neerdaalde? Zij allen stamden van de Joden, zij waren de eersten die samenwoonden, die alles verkochten wat zij bezaten en de opbrengst ervan neerlegden aan de voeten van de apostelen, zoals wij in het Boek der Handelingen lezen: "Er werd uitgedeeld naar ieders behoefte; er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel, zij bezaten alles gemeenschappelijk". Wat is nu: "eendrachtig te zamen zijn"? "Zij waren", zo staat er, "één van ziel en één van hart in God". Zij waren dus de eersten die de bazuin hoorden: "Zie hoe goed en aangenaam het is als broeders eensgezind samen zijn". Zij waren de eersten die de bazuin hoorden, maar zij waren niet de enigen die ze hoorden. Want die liefde en eensgezindheid onder broeders heeft zich niet tot hen alleen beperkt. Die geestdriftige liefde is ook overgegaan op hen die na hen kwamen, en tevens de belofte aan God gedaan. Er wordt immers een belofte gedaan aan God, gedachtig het woord: "Doet geloften aan de Heer, uw God, en blijft ze trouw". "Daar gebiedt de Heer dat men Hem zegent". Waar gebiedt Hij dat? Temidden van broeders die eensgezind samenwonen. Daar wil de Heer dat men Hem zegent, daar is het dat zij Hem zegenen die eendrachtig samenwonen.