Carthago, "Mensa Cypriani, - het jaar 416
"Ik beeld mij niet in, er al te zijn. Alleen dit!" Wat doe ik dan? "Vergetend wat achter mij ligt, mij uitstrekkend naar wat voor mij ligt, storm ik af op het doel". Nog storm ik af "op de prijs van Gods hemelse roeping" in Christus Jezus. Nog storm ik af, nog ga ik vooruit, nog loop ik, nog ben ik onderweg, nog strek ik mij uit, nog ben ik er niet. Als ook gij dus loopt, als gij u uitstrekt, als gij aan het toekomstige denkt: vergeet dan wat voorbij is, zie er niet meer naar om, om niet daar te blijven stilstaan waarnaar gij hebt omgezien. Herinnert u de vrouw van Lot. "Laten wij, volmaakten, er zo over denken. Ik beeld mij niet in er al te zijn. Niet dat ik het al bereikt heb, ik ben nog niet volmaakt"; en Paulus zegt ook: "Laten wij volmaakten er zo over denken". Gelijktijdig zijn wij dus: volmaakten en onvolmaakten. Volmaakten, maar nog onderweg; want nog niet volmaakte bezitters. Wij zijn dus onderweg, zoals gij ziet. Maakt dus voortgang, onderzoekt stééds eerlijk uzelf, zonder u wat wijs te maken, zonder u te vleien en zonder u te bedriegen. Er is immers niemand in uw binnenste bij u, voor wie gij u zoudt moeten schamen, of uzelf ophemelen. Er is daar Iemand bij u, maar Iemand, die behagen schept in nederigheid; laat Hij u beproeven. Beproef daarom ook uzelf. Steeds moet u mishagen wat gij zijt, als gij wilt geraken tot dat wat gij nog niet zijt. Want eenmaal als gij behagen schept in uzelf, blijft gij stilstaan bij uzelf. Als gij zegt: het is genoeg; dan zijt gij verloren. Steeds verder, steeds in beweging, steeds vooruit: blijf niet onderweg staan, ga ook niet terug en houd geen verkeerde weg aan. Wie niet vooruit gaat, blijft ter plaatse staan; wie terugvalt op wat hij reeds had verlaten, gaat achteruit; wie zich van God afkeert, loopt verkeerd. Beter een lamme op de goede weg dan een hardloper bezijden de weg.