Home

24 oktober  Wie hoopt blijft bidden




"Verblijd het hart van uw dienaar, want tot U, Heer, verhef ik mijn hart". Hoe verhef ik het hart dan? Hoe ben ik er toe in staat geweest? Hoe hebt Gij mij kracht gegeven? Hoe heb ik het kunnen grijpen toen het ontsnapte? Is het u dan ontgaan - zo kan God opmerken - dat gij, telkens als gij voor Mij stondt, u liet afleiden door zo veel ijdele en overbodige gedachten, en gij nauwelijks een gebed aandachtig en vastbesloten hebt gestort? "Maar Gij zijt goedertieren, Heer, en vergevend": vergevend zijt Gij, omdat Gij mij verdraagt. Ik kwijn weg van zwakheid; genees mij en ik zal overeind blijven; sterk mij en ik zal standhouden. Tot dan toe verdraagt Gij mij: "want gij zijt goedertieren, Heer, en vergevend en vol barmhartigheid. Niet alleen barmhartig, maar "vol barmhartigheid". Want overvloedig is onze ongerechtigheid, overvloedig ook uw barmhartigheid. "En Gij zijt vol barmhartigheid voor allen die U inroepen". Waarom spreekt de Schrift op veel plaatsen dat "zij Gods hulp inroepen en dat Hij hen niet zal verhoren", - terwijl Hij toch barmhartig is voor allen die Hem inroepen? - Waarom anders dan omdat velen Gods hulp inroepen zonder Hemzelf binnen te roepen! Van hen wordt gezegd: "Zij hebben God niet ingeroepen". Zij roepen wel in, maar niet God. Gij roept in, al wat gij liefhebt; gij roept in, al wat gij in u roept; gij roept in, al wat gij graag in uw bezit hebt. Dus, als gij daarom God inroept dat geld uw deel is, dat een erfenis uw deel is, dat wereldse eer uw deel is, dan roept gij dát in wat graag uw deel is: gij maakt God dan tot Iemand die helpt om uw begeerten te voldoen; niet tot Iemand die luistert naar uw gebeden. God is goed als Hij geeft wat gij wilt. Wat te zeggen als het niet juist is wat gij wilt; is Hij dan niet eerder barmhartig door het niet te geven? Keer terug tot uw hart. Laat God maar bij zijn besluit. Wat moet ik dan doen, zegt gij? Wat moet ik vragen? Wat gij moet vragen? Wat de Heer u heeft geleerd, wat de hemelse Leraar u heeft geleerd. Roep God in als God, heb God lief als God; niets is beter dan Hij; verlang naar Hem, ja, verlang hevig naar Hem. Als gij een minnaar van God wilt zijn, bemin Hem dan oprecht en van ganser harte en met de zuiverste verlangens; houd echt van Hem, verlang vurig naar Hem, open wijd uw hart voor Hem, want iets aangenamers vindt gij niet; iets beters, vreugdevollers en langdurigers vindt gij niet. Wat is immers zo langdurig als dat wat eeuwig is? Geen vrees dat Hij u ooit verlaat, Hij, die zorgt dat gij niet vergaat. Als gij dus God inroept als God, wees er zeker van dat gij wordt verhoord.