Home
12 oktober In Christus' leerschool
Als iemand Christus wil volgen moet hij luisteren waarheen hij moet volgen. Er gebeurt soms iets verschrikkelijks; iemand wordt voor de keuze geplaatst: ofwel ongerechtigheid doen, of lijden ondergaan. De zwakke geest raakt in de war, en juist daarom is de onoverwinnelijke geest vrijwillig in de war geraakt. Geef dan voorrang aan de wil van God boven uw eigen wil. Want let goed op wat uw Schepper en uw Meester er vervolgens aan toevoegt: Hij, die u heeft gemaakt, en die ook zelf om u te onderwijzen, is geworden wat Hij heeft gemaakt. Mens is Hij immers geworden, Hij, die de mens heeft gemaakt. Intussen is Hij als God onveranderlijk gebleven en heeft Hij de mens in iets beters veranderd. Luister dus wat Hij dan toevoegt aan zijn woorden: "Nu is mijn ziel ontroerd. Wat moet Ik zeggen?' vervolgt Hij, "Vader, red Mij uit dit uur. Maar daarom juist ben Ik tot dit uur gekomen. Vader, verheerlijk uw Naam!" Hij heeft u geleerd wat gij moet denken, Hij heeft u geleerd wat gij moet zeggen, Wie gij moet aanroepen, op Wie gij moet vertrouwen, aan wiens wil - een absoluut zekere en goddelijke - gij voorrang moet geven boven uw menselijke en zwakke wil. Gij moet daarom niet denken dat Hij aan verhevenheid inboet, omdat Hij wil dat gij uit uw lage staat hoger op komt. Want Hij heeft het niet beneden zich geacht, door de duivel te worden beproefd, door wie Hij zeker niet zou worden beproefd, als Hij het niet had gewild zoals Hij ook niet zou lijden als Hij het niet had gewild; Ook antwoordt Hij aan de duivel wat gij in beproevingen moet antwoorden. Christus is dus wel beproefd, maar Hij liep geen gevaar; het was om u tijdens het gevaar van de beproevingen aan de verleider te leren antwoorden, en verder niet in te gaan op de verleider, maar uit het gevaar te geraken van de beproeving. Als Christus hier zegt: "Nu is mijn ziel ontroerd", zoals ook waar Hij zegt: "Ik ben bedroefd tot stervens toe, en elders "Vader, als het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbij gaan," dan hult Hij zich in de gestalte van de mens, om de bedroefde en ontroerde mens te leren zeggen wat volgt: "Maar toch. niet zoals Ik wil, maar zoals gij wilt, Vader." Zo immers wordt de mens uit de menselijke ellende op het goddelijke gericht, als de goddelijke wil voorrang krijgt op de menselijke.