Home
28 oktober De eerste van de trappsalmen
Het is een korte en uiterst nuttige psalm die wij zo juist hebben horen zingen en die wij met onze zang hebben beantwoord. Zoals de titel het aangeeft is het een trappsalm. Nu gaan wij langs treden, ofwel omhoog ofwel omlaag; hier echter in deze psalm worden treden bedoeld die omhoog gaan. Laten wij ze dus opvatten als mensen die omhoog zullen gaan; zoeken wij echter geen lichamelijke opgang, maar zoals in een andere psalm staat: "Wegen omhoog hebt Gij in hun hart aangelegd in het dal van tranen, naar de plaats die Gij hebt bereid". De psalmist spreekt van opgang. Waar is die te zoeken? "In het hart". Van waar dan opgaan? vanuit "het tranendal". Om nu te zeggen waarheen, daar stokt de spraak in zekere zin; dat kan niet worden uitgelegd, misschien niet eens gedacht. Gij hebt zojuist tijdens de lezing van de apostel gehoord: "Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en het is in geen mensenhart opgekomen". "In geen mensenhart opgekomen"; het mensenhart zelf moet ernaar opgaan. Dus, hoe kan er gezegd worden waarheen men moet opgaan als toch "geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en als het in geen mensenhart is opgekomen?" In zijn onmacht zegt de psalmist dan ook: "Naar de plaats die Hij bereid heeft," Wat zal ik u meer kunnen zeggen, antwoordt de man door wie de heilige Geest sprak? Is het hierheen of daarheen? Aan wie zal ik het zeggen? Wie zal er naar luisteren? Wie zal begrip hebben van de plaats waar wij zullen zijn na dit leven, als wij er van harte naar zijn opgegaan? Niemand kan dat begrijpen; Vertrouw daarom op een plaats met een onuitsprekelijk geluk, dat Hij voor u heeft bereid, die ook de wegen omhoog in uw hart heeft voorbereid. Waar voorbereid? "In het dal van tranen".