Vasten ca het jaar 410
Deze heilige dagen waarin wij ons toeleggen op het naleven van de eisen van de Vastentijd, nodigen ons uit om u te spreken over het saamhorigheidsbesef onder broeders. leder toch die iets heeft tegen een ander zou daar nu een einde aan moeten maken, om zelf niet aan een slecht einde te geraken. Neemt dat niet te licht op. In dit sterfelijk en broos bestaan, dat temidden van zoveel bekoringen gevaar loopt, en waar men bidt om niet ten onder te gaan, kan geen enkele gelovige leven zonder aan enige zonden onderhevig te zijn. Toch is er een geneesmiddel dat ons levenskracht kan schenken; want God, onze Meester, heeft ons in het "gebed" leren zeggen: "Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren". Wij hebben met God een schikking getroffen en een contract gesloten; wij hebben als waarborg de voorwaarde van de inlossing van onze schuld ondertekend. Nu vragen wij vol vertrouwen, dat óns wordt vergeven op voorwaarde dat ook wij vergeven: als wij echter niet vergeven, moeten wij er niet op rekenen dat de zonden ons worden vergeven. Laten wij onszelf niet bedriegen. Laat de mens zichzelf niet bedriegen, God is bedrieger van niemand. Het is menselijk zich op te winden: o mochten wij ook dát vermogen niet hebben! Het is menselijk zich op te winden; maar daarom moet de opwinding, aanvankelijk een kleine splinter, niet gevoed worden door argwaan, om uit te groeien tot een balk van haat. De toorn toch is een kwaad, en de haat een ander. Want dikwijls is ook een vader vertoornd op zijn zoon, maar hij haat zijn zoon niet: hij is vertoornd, om hem te verbeteren. Als hij daarom dus vertoornd is om hem te verbeteren, dan wordt die toorn door liefde ingegeven. Daarom wordt er gezegd: "Gij kijkt naar de splinter in het oog van uw broeder, en gij merkt de balk niet op in uw eigen oog". Gij veroordeelt de toorn in de ander, en gij voedt de haat in uzelf. Vergeleken bij de haat, is de toorn een splinter; maar voedt gij die splinter, dan wordt het een balk. Als gij hem uitrukt en verwijdert, wordt het niets.