Hippo, Hemelvaartsdag
Bedenk dat Christus, is gezeten aan de rechterhand van de Vader; bedenk dat Hij zal komen, om levenden en doden te oordelen. Laat het geloof nadenken: het geloof zetelt in de geest, diep in het hart zetelt het geloof. Zie eens, wie voor u is gestorven: let aandachtig op, hoe Hij opstijgt, maar houd van Hem in zijn lijden; let aandachtig op, hoe Hij opstijgt en houd zijn dood in gedachten. Gij hebt een pand voor zo'n grote belofte, u door Christus beloofd: wat Hij vandaag heeft volbracht, zijn hemelvaart, is een belofte aan u. Wij moeten vertrouwen, dat wij zullen verrijzen, dat wij zullen opgaan naar het rijk van God, dat wij daar altijd zullen zijn met God, dat wij zullen leven zonder einde, dat wij ons zullen verheugen zonder enige droefheid, dat wij daar altijd zullen blijven zonder enige moeilijkheid. Daar zal u niet gezegd worden: "Hoed u voor ongeluk", maar: "Behoud het geluk". Iets groots wordt u beloofd; hoe zou een schuchter en een zwak sterveling zich ooit zo iets durven beloven? Hoe zou een vergankelijk mens, bij de overweging van wat hij is, zich ooit zo iets kunnen toezeggen? Het is God, die dat heeft beloofd. Om te kunnen geloven zegt Hij, dat gij zult opgaan naar Mij, kom Ik eerst naar u toe; en om te kunnen geloven dat gij zult leven door Mij, sterf Ik eerst voor u.