Home

7 april  De heilige nacht




Hippo, Paasvigilie ca het jaar 400 of 413

Onze Heer Jezus Christus heeft de dag die Hij door te sterven tot een droeve dag had gemaakt, door te verrijzen tot een roemrijke gemaakt; laten wij daarom, terwijl wij jaarlijks de plechtige gedachtenis in herinnering roepen van deze twee gebeurtenissen, waken bij het herdenken van zijn dood, en ons verheugen bij het verbeiden van zijn verrijzenis. Dit is ons jaarlijks feest, ons Pasen, niet door het doden van een offerdier voorafgebeeld, zoals voor het oude volk maar door het offer van de Zaligmaker, in vervulling gegaan, zoals voor het nieuwe volk. Want "ons Paaslam is geslacht: Christus zelf"; "het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen". Wij treuren dan ook niet of het moest zijn onder de last van onze misstappen, ja, wij verheugen ons maar dan enkel gerechtvaardigd door zijn genade. "Christus is" immers "overgeleverd om onze misslagen en opgewekt om onze rechtvaardiging". Bedroefd over het eerste, verblijd over het laatste, verkeren wij in vreugde. Al wat zich om ons en voor ons heeft voltrokken aan afgrijselijks, alsook al wat voorafgebeeld is aan verblijdens, geven wij niet ondankbaar aan de vergetelheid prijs; maar dankbaar vieren wij de herinnering eraan. Laten wij daarom waken, geliefden, want de herdenking aan Christus' graflegging heeft geduurd tot deze nacht, om nog in deze nacht zelf tot de bekroning van de verrijzenis te komen naar het lichaam, dat toen, hangend aan het kruishout, werd bespot, maar dat nu in de hemel en op aarde wordt aanbeden. Die nacht behoort, zoals bekend, bij de volgende dag, die wij beschouwen als de dag van de Heer. Hij moest vanzelfsprekend 's nachts verrijzen, omdat Hij door zijn verrijzenis juist onze duisternis heeft verlicht. Het is ook niet zonder reden dat Hem zolang tevoren deze zang werd opgedragen: "Gij ontsteekt, Heer, het licht van mijn luchter; mijn God, maak mij het donker licht".