Waarschijnlijk tussen 400-410
Ziet nu eens hoe groot de liefde is van ons Hoofd, Christus. Reeds is Hij in de hemel en hier heeft Hij het zwaar te verduren, zolang als de Kerk het hier zwaar heeft. Hier heeft Christus honger, hier heeft Hij dorst, is Hij naakt, is Hij vreemdeling, is Hij ziek, is Hij in de kerker. Hij heeft gezegd, dat Hij lijdt, wat immers zijn "lichaam" hier lijdt; en op het einde der tijden geeft Hij zijn lichaam een afzonderlijke plaats aan zijn rechterzijde en de overigen die Hem nu met voeten treden, geeft Hij een afzonderlijke plaats aan zijn linkerzijde. Dan zal Hij zeggen tot die staan aan zijn rechterzijde: "Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld". Waaraan hebben wij dat verdiend? "Want ik had honger en gij het Mij te eten gegeven"; en al het andere laat Hij volgen, alsof Hij het zelf had ondervonden. Zo komt het dan dat zij het niet begrijpen en daarom als volgt antwoorden: "Heer wanneer hebben wij U hongerig gezien, of als vreemdeling, of in de gevangenis"? Dan zegt Hij tot hen: "Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan". Zo is ook in ons lichaam het hoofd boven en raken de voeten de grond. Wanneer echter bij een dichte opeenhoping van mensen iemand u in het gedrang op de tenen trapt, zegt het hoofd dan niet: gij trapt mij? Toch heeft niemand op uw hoofd of op uw tong getrapt: dat hoofd is boven, dat is veilig, niets kwaads is het overkomen: en toch is er een onderlinge liefdeband die eenheid doet ontstaan van het hoofd tot aan de voeten; de tong zondert er zich niet van af maar zegt: gij trapt mij, hoewel niemand haar heeft aangeraakt. Zoals nu de tong, die door niemand is aangeraakt, zegt: gij trapt mij: zo zei ook Christus, het Hoofd, waarop niemand trapt: "Ik had honger en gij hebt mij te eten gegeven". Tot hen die dat niet hebben gedaan, zei Hij: Ik had honger en gij hebt Mij niet te eten gegeven". Hoe besluit Hij dan? Aldus: "Dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven".