Home
6 september Het visioen te 0stia (vervolg)
Wij spraken dan als volgt: Als nu eens in iemand de woelige aandrang van het lichamelijke tot zwijgen kwam, als de beelden van aarde en wateren en lucht tot zwijgen kwamen, als het uitspansel tot zwijgen kwam, en de ziel tegen zichzelf zweeg, en zonder aan zichzelf te denken zichzelf oversteeg, als de dromen en de ingebeelde openbaringen tot zwijgen kwamen, als alle taal en alle teken en al wat van voorbijgaande aard is volkomen tot zwijgen kwam, - want als iemand het horen kon, zouden al deze dingen zeggen: "niet wijzelf hebben ons gemaakt, maar Hij heeft ons gemaakt, die blijft in eeuwigheid" - als zij na die woorden dan verder weer zwegen, omdat zij hun oor gericht hielden op Hém die hen gemaakt heeft, en als Hijzelf alleen zou spreken, niet door hen maar door zichzelf, zodat wij zijn woord hoorden, niet door de tong van een mens, noch door de klank van een wolk, noch door het raadsel van een gelijkenis, neen, zodat wij Hemzelf, die wij liefhebben in die geschapen dingen, zonder die geschapen dingen zouden horen, zoals wij ons nu hebben opgericht en in een snel flitsende gedachte de eeuwige, boven alles bestendige Wijsheid hebben aangeraakt; - gesteld eens, dat dit zou voortduren - en dat alle andere wijzen van zien, die van zo geheel andere aard zijn, ophielden, en dat dan dit éne de ziener verrukte en in zich opnam, en hem de diepste innerlijke vreugde deed ondergaan, zodat het eeuwig leven van dezelfde aard zou zijn als dit ene ogenblik van inzicht, waarnaar wij verzuchtten, geweest is: geldt daar dan niet dit woord: "Ga binnen in de vreugde van uw Heer"? Wanneer zal dat zijn? Zal het zijn wanneer wij zullen opstaan, maar niet allen van gedaante zullen veranderen?