Home

4 april  God zoeken




Richten wij de aandacht van onze geest op God en zoeken wij Hem, geholpen door Hemzelf. In een gewijd lied wordt gezongen: "Zoekt naar God, en uw hart leeft weer op". Laten wij zoeken om te vinden, laten wij zoeken na het vinden. Om te vinden moet men zoeken, omdat Hij verborgen is; na het vinden moet men zoeken, omdat Hij onmetelijk is. Vandaar heet het elders: "Houdt niet op, zijn aanschijn te zoeken." Hij verzadigt immers de zoeker voor zover die ontvankelijk is; en Hij maakt de vinder ontvankelijker opdat die opnieuw zoekt verzadigd te worden, zodra hij meer kan opnemen. Dat woord: "Houdt niet op, zijn aanschijn te zoeken" heeft dan ook niet dezelfde betekenis als wat gezegd wordt over sommigen: "Aldoor willen zij leren, maar zij slagen er nooit in de kennis van de waarheid te bereiken"; maar zij stemmen meer overeen met die andere getuige: "Als een mens is uitgedacht, staat hij nog aan het begin"; totdat wij bij dát leven komen, waar wij zo verzadigd worden dat wij niet meer ontvankelijk zijn, omdat wij zover zullen komen dat wij niet meer verder kunnen. Want "dan wordt ons getoond wat ons genoeg is". Intussen moeten wij hier altijd zoeken en de vrucht van het vinden mag niet het einde betekenen van het zoeken. Wij moeten niet denken hier ooit met zoeken te kunnen ophouden. Laten wij dus altijd op de weg voortgaan, totdat wij daar aankomen waar ons de weg naar toe leidt: nergens moeten wij onderweg blijven staan totdat hij ons daar heenleidt waar wij moeten blijven. Zo maken wij al zoekend voortgang; en al vindend bereiken wij iets; en zoekend en vindend komen wij tot datgene wat blijft, daar waar niets meer valt te zoeken, en waar geen mogelijkheid meer is grotere volmaaktheid te bereiken. Mocht door dit woord vooraf, mijn dierbaren, uw aandacht zijn gevestigd op deze toespraak van de Heer die Hij vóór zijn lijden tot zijn leerlingen hield; zij is diepzinnig, en de toehoorder mag niet verslappen waar de spreker zich zo moet inspannen.