Dinsdag of woensdag in de Paasweek, tussen 400-418
De leerlingen zagen het Hoofd, en ten aanzien van het "lichaam" schonken zij geloof aan het Hoofd. Door middel van wat zij zagen, geloofden zij wat zij niet zagen. Wij gelijken dan ook op hen: wij zien immers iets wat zij niet zagen; en wij zien iets niet wat zij wel zagen. Wat zien wij dan, dat zij niet zagen? De Kerk onder alle volkeren verbreid. Wat zien wij niet, dat zij wel zagen? Christus, in zijn bestaan als mens. Zoals zij Hém dus zagen en geloof schonken aan zijn "lichaam": zo zien wij het lichaam en moeten geloof schenken aan het Hoofd. Wat zij en wij zien, moet ons wederkerig helpen. Het zien van Christus helpt hen om te geloven in de toekomstige Kerk: het zien van de Kerk helpt ons om te geloven in de verrezen Christus. Wat zij geloofden, is in vervulling gegaan, ook het onze gaat in vervulling; wat zij geloofden ten aanzien van het Hoofd is in vervulling gegaan; wat wij geloven ten aanzien van het lichaam gaat in vervulling. De "gehele Christus" heeft zich zowel aan hen bekend gemaakt, als ook aan ons bekend gemaakt: maar noch zij hebben Hem in zijn geheel gezien, noch wij hebben Hem in zijn geheel gezien. Zij hebben het Hoofd gezien en zij hebben geloof geschonken aan het lichaam; wij zien het lichaam en wij geloven in het Hoofd. Toch ontbreekt Christus aan niemand: bij allen is Hij "in zijn geheel" aanwezig en niettemin blijft het lichaam "in zijn geheel" nog uit. Zij hebben in Hem geloofd, en door hun toedoen hebben velen uit Jeruzalem geloofd; Judea heeft geloofd en ook Samaria heeft geloofd. Mochten er leden bij komen, mocht het gebouw op zijn fundament rusten. "Want niemand kan een ander fundament leggen", volgens de apostel, "dan wat er reeds ligt, namelijk Jezus Christus." Laat Stefanus maar gestenigd worden, laat Saulus de kleren van de beulen in bewaring houden, Saulus, de latere apostel Paulus. Laat Stefanus maar gedood worden, laat de Kerk van Jeruzalem in verwarring geraken: laten de fakkels uit elkander gaan, laten zij hierheen komen en alles in brand steken. Als fakkels immers brandden zij in zekere zin, in de Kerk van Jeruzalem door de heilige Geest, toen allen voor God "één van ziel en één van hart waren". Na de steniging van Stefanus heeft die groep vervolging gekend: de fakkels zijn verspreid en de wereld is in brand gestoken.