Home

6 maart  Vergeef en u zal vergeven worden.




Als gij geld uitgeeft, geeft gij het aan de arme; als gij vergeving schenkt, vergeeft gij de zondaar. Beide dingen ziet de Heer, beide beloont Hij, beide beveelt Hij aan in één enkele zin: "Vergeeft en u zal vergeven worden, geeft en u zal gegeven worden". Gij echter vergeeft niet en gij geeft niet; aan uw toorn houdt gij vast en uw geld houdt gij vast. Let wel goed op, toorn, waar gij niet door geld kunt worden afgekocht; "de schatten door onrecht verkregen, brengen geen baat". Dit is geen uitspraak van mij, maar van God; zij, die haar hebben gelezen, weten dat. Ik heb haar gelezen, om haar anderen mee te delen; ik heb haar geloofd en wil haar verkondigen: "De schatten door onrecht verkregen, brengen geen voordeel". Zij schijnen voordeel te brengen maar zij zullen geen voordeel brengen. Misschien wel op dit ogenblik, - misschien, als zij al ooit voordeel brengen - maar op die dag zullen zij zeker geen voordeel brengen. Houdt men ze vast, dan zullen zij geen voordeel brengen; schat men ze gering, dan zullen zij wel voordeel brengen. Van de rechtvaardigheid kunt gij pas dan een goed gebruik maken, als gij haar liefhebt; want, hebt gij haar niet lief, dan hebt gij haar niet. Van moed, matigheid, reinheid, liefde en van andere goede eigenschappen van de geest kunt gij dan alleen maar een goed gebruik maken, als gij ze liefhebt, maar uw geld kunt gij slechts goed gebruiken, als gij het niet liefhebt. Tenslotte nog dit; als gij uw geld liefhebt, moet gij het in de hemel bewaren; als gij moet vrezen het te verliezen, zorg dan dat gij het op een veiliger plaats bewaart. Het is toch ondenkbaar, dat bij het bewaren van uw geld uw dienaar te vertrouwen is, maar uw Heer u bedriegt. Hoort gij Hem niet zeggen: "Verzamelt u schatten in de hemel". Zie, Hij beveelt u niet, ze te vernietigen, maar ze naar een andere plaats over te brengen: "Verzamelt u schatten in de hemel, waar geen dief er bij kan en geen mot ze verteert; want waar uw schat is, daar is ook uw hart". Gij verzamelt schatten op aarde, gij laat dus uw hart op aarde verblijven. Wat zal er op aarde van uw hart worden? Het kwijnt weg, het vergaat, het wordt stof. Breng hetgeen gij liefhebt naar boven en bemin het daar. Denk niet, dat gij hetzelfde terug zult krijgen als gij er in bewaring hebt gegeven; gij geeft sterfelijke dingen in bewaring, maar gij zult ontsterfelijke terugkrijgen; gij geeft tijdelijke dingen in bewaring, maar gij zult eeuwige terugkrijgen; gij geeft aardse dingen in bewaring, maar gij zult hemeIse terugkrijgen. Tenslotte geeft gij uit wat de Heer u heeft gegeven en gij zult van de Heer zelf de beloning ontvangen.