Home
8 oktober Twee aan het woord en toch één stem
Als Christus zelf heeft gezegd: "Zo zijn zij dus niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn"; is het dan omdat er één vlees is, te verwonderen dat er maar één stem is, dat het dezelfde woorden zijn als het ware van één vlees: van het Hoofd en het lichaam. Laten wij Christus beluisteren als eenheid, maar dan toch het Hoofd als Hoofd, en het lichaam als lichaam. De personen worden niet gescheiden, maar de waardigheid wordt onderscheiden; want het Hoofd verlost en het lichaam wordt verlost. Het Hoofd moge barmhartigheid bewijzen, het lichaam zijn ellende bewenen. Het Hoofd is er om van zonden te zuiveren, het lichaam om zonden te belijden; toch horen wij maar één stem wanneer niet geschreven staat of het lichaam spreekt of het Hoofd; maar wij, wij maken onderscheid bij het horen; Hij echter spreekt als enkeling. Waarom zou Christus dan niet spreken van "mijn zonden", Hij die gezegd heeft: "Ik had honger, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik had dorst, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven: Ik was vreemdeling en gij hebt Mij niet opgenomen; Ik was ziek en in de gevangenis, en gij zijt Mij niet komen bezoeken"? Zeker, de Heer is niet in de gevangenis geweest en Hij antwoordt: "Al wat gij niet voor een van deze geringsten hebt gedaan, hebt gij ook voor Mij niet gedaan". Waarom zou Hij dan niet zeggen: bij het zien van "mijn" zonden, Hij, die Saul toeriep: "Saul, Saul. waarom vervolgt gij mij?" terwijl Hij toch zeker in de hemel geen vervolger meer had te duchten. Zoals daar dus het Hoofd sprak in naam van het "lichaam", zo neemt ook hier het Hoofd het woord voor het lichaam. Toch moogt gij als gij de stem van het "lichaam" hoort, het Hoofd er niet van scheiden; en als gij de stem van het Hoofd hoort het lichaam er niet van scheiden; omdat zij niet langer twee maar één vlees zijn.