Pasen of Pinksteren 405-411
Datgene, wat gij hier op Gods altaar ziet, hebt gij de afgelopen nacht ook al gezien. Wat dit echter is, wat de bedoeling hiervan is, welk een groots geheim het in zich sluit, dat hebt gij nog niet vernomen. Wat gij dus hier ziet is brood en een beker: dat melden u ook uw eigen ogen; uw geloof moet u echter leren, dat het brood het lichaam van Christus, en de beker het bloed van Christus is. Zo is het in het kort gezegd, en wellicht volstaat dit voor uw geloof. Het geloof echter verlangt ook onderricht te worden. Nu kunt gij tot mij zeggen: gij hebt ons bevolen, te geloven, geef ons nu uitleg, om te kunnen begrijpen. Bij de een of ander kan immers de volgende gedachte opkomen: wij weten waar onze Heer Jezus Christus het vlees heeft aangenomen: in de schoot van de maagd Maria. Als kind heeft Hij de moedermelk gedronken; Hij is gevoed, Hij is opgegroeid, Hij heeft de volwassen leeftijd bereikt, Hij is door de Joden vervolgd, Hij is aan het kruis opgehangen en aan het kruis ter dood gebracht; zijn lichaam is afgenomen van het kruis en begraven, op de derde dag is Hij verrezen en op de dag waarop Hij wilde, is Hij naar de hemel opgegaan. Hij heeft zijn lichaam ten hemel geheven en van daar zal Hij komen om levenden en doden te oordelen; daar zetelt Hij thans aan de rechterhand van de Vader: maar hoe is zijn lichaam dan brood? en hoe is de beker, of wat de beker bevat, zijn bloed? Dit noemt men daarom sacrament of geheim, omdat wij daarbij het éne zien, en het andere aanwezig weten. Wat wij zien, heeft een lichamelijke gedaante: wat wij aanwezig weten, werpt geestelijke vrucht af. Wilt gij dus begrijpen, wat het lichaam van Christus is, luistert dan naar de woorden van de apostel tot de gelovigen: "Welnu, gij zijt het lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit lichaam". Indien gij dus het lichaam van Christus zijt en zijn ledematen, dan ligt uw geheim op de tafel van de Heer, dan ontvangt gij uw geheim. Gij antwoordt dan: "Amen" op wat gij zijt, en door dit te antwoorden onderschrijft gij het. Gij hoort immers de woorden: "Lichaam van Christus" en gij antwoordt: "Amen". Wees dus een lidmaat van Christus' lichaam, opdat uw "Amen" waar moge zijn.