Home

15 februari  Vergeef ons, zoals ook wij vergeven




Carthago, "Mensa Cypriani" een zondag in het jaar 418, na 26 mei

"Vergeef ons onze schulden, zoals wij aan anderen hun schuld vergeven". Neemt allereerst de vergeving ter harte, ja, neemt die ter harte, want gij zult genoemde woorden in het "onze Vader" tegenkomen. Hoe legt gij het aan om ze te zeggen? Hoe legt gij het aan om ze niet te zeggen? Tenslotte vraag ik u: Zult gij ze zeggen of niet zeggen? Gij hebt gehaat en gij zegt ze? Gij zult mij antwoorden: "Dan zeg ik ze niet". Gij bidt en gij zegt ze niet? Gij hebt gehaat en gij zegt ze? Ik antwoord onverwijld. Als gij ze dus zegt, liegt gij. Als gij ze niet zegt, verdient gij niets. Wees op uw hoede, let op uzelf. Aanstonds zult gij bidden; vergeef van ganser harte. Wilt gij twisten met uw vijand, ga dan eerst het gevecht aan met uw eigen hart. Vecht, zeg ik, vecht met uw eigen hart. Zeg tot uw hart: "Gij moogt niet haten"; maar dat hart van u, die geest van u gaat door met haten. Zeg tot uzelf: Gij moogt niet haten. Hoe zal ik bidden, hoe zal ik zeggen: "Vergeef ons onze schulden"? Natuurlijk kan ik dit zeggen; maar hoe zal ik zeggen wat volgt: "Zoals ook wij"? Wat bedoel ik? "Zoals ook wij vergeven". Waar is het geloof? Doe wat gij zegt; "Zoals ook wij". Uw hart echter wil niet vergeven en is bedroefd, omdat gij tot uw hart zegt: Gij moogt niet haten. Geef het dan dit antwoord: "Waarom zijt gij bedroefd, mijn ziel, waarom opstandig? Vertrouw op God". Gij kwijnt weg, gij zucht en zijt verdrietig gestemd, omdat gij geen mogelijkheid ziet die haat op te geven. "Vertrouw op God", Hij is de geneesheer; voor u heeft Hij aan het kruis gehangen en nog heeft Hij zich niet gewroken. Wat zint gij op wraak? Daarom haat gij immers, om u te wreken. Zie uw Heer aan het kruis hangen, zie Hem hangen en vanaf het kruis als vanaf een rechterstoel u een les geven. Zie Hem daar hangen en u met zijn eigen bloed een geneesmiddel bereiden voor uw slepende kwaal. Zie Hem hangen, als gij u wilt wreken. Wilt gij u wreken? Zie Hem hangen, hoor Hem bidden: "Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen". Hij heeft het kunnen doen, zegt gij mij, maar ik kan het niet, want ik ben een mens, Hij is God. Mens dus ben ik; die mens is de God-mens. Wat heeft het dan voor zin dat God mens wordt, als de mens zich niet betert?