Zaterdag, 9 augustus het jaar 413
"Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in mij gelooft, heeft eeuwig leven". Onze Heer heeft willen openbaren wie Hij was; want samenvattend kon Hij zeggen: Wie in Mij gelooft, heeft Mij in bezit. Zelf immers is Christus de ware God en het eeuwig leven. Wie dus in Mij gelooft, zegt Hij, gaat op Mij in; en wie op Mij ingaat, die heeft Mij in bezit. Wat betekent nu: "Mij in bezit hebben"? Dat staat gelijk met: eeuwig leven hebben. Het eeuwig leven heeft de doodsgestalte aangenomen; het eeuwig leven is willen sterven; maar in datgene wat Hij van u heeft aangenomen niet vanuit zichzelf. Hij heeft aan u de menselijke natuur ontleend om daarin voor u te sterven. Van de mensen toch heeft Hij een lichaam voor zich genomen, maar niet op de wijze van de mensen. Want Hij had een Vader in de hemel en koos zich een moeder op aarde; dáár is Hij geboren zonder moeder en hier zonder vader. Het leven heeft dus de dood voor zich genomen, opdat het leven de dood zou doden. Want "wie in Mij gelooft", zegt Hij, "heeft eeuwig leven", nog niet openlijk maar verborgen. "Het Woord" toch "het eeuwig leven: was in het begin bij God, en het Woord was God, en het leven was het licht der mensen". Christus, het het eeuwig leven heeft ook het lichaam, dat werd aangenomen, eeuwig leven gegeven. Hij is gekomen om te sterven, maar op de derde dag is Hij verrezen. Midden tussen het aannemen en het verrijzen van het lichaam is de dood door het Woord gewelddadig gedood.