Home
6 juni Het nieuwe gebod maakt nieuw
De Heer Jezus verklaart uitdrukkelijk dat Hij aan zijn leerlingen als nieuw gebod geeft, elkaar te beminnen: "Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben". Was dit dan al niet voorgeschreven in Gods oude wet, waar geschreven staat: "Bemin uw naaste als uzelf"? Waarom wordt dan door de Heer nieuw genoemd, wat zo oud blijkt te zijn? Of is het wellicht hierom een nieuw gebod, omdat het ons de oude mens uittrekt en de nieuwe aandoet? Want wie het hoort, of liever gehoorzaamt, wordt nieuw gemaakt door de liefde, niet door iedere liefde maar door die welke de Heer onderscheidde van de zinnelijke en ze aanduidde met de woorden: "zoals Ik u heb liefgehad". Want liefde voor elkaar hebben man en vrouw, ouders en kinderen en alle anderen die door menselijke banden met elkaar verenigd zijn, om te zwijgen van die schuldige en misdadige liefde die echtbrekers en echtbreeksters voor elkaar hebben, en wie nog verder door een schandelijke schanddaad met elkaar verbonden zijn. Christus heeft ons dus een nieuw gebod gegeven, dat wij elkaar liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad. Deze liefde maakt ons nieuw, zodat wij nieuwe mensen zijn, erfgenamen van het Nieuwe Testament, zangers van het nieuwe lied. Deze liefde heeft zelfs degenen die toen rechtvaardigen waren, toen aartsvaders en profeten, nieuw gemaakt, zoals later de apostelen: deze vernieuwt ook nu de volken en maakt van het hele mensdom dat over de gehele aarde is verspreid, een nieuw volk: het lichaam van de pasgehuwde bruid van Gods eniggeboren Zoon, van wie in het Hooglied wordt gezongen: "Wie is zij, die daar omhoog stijgt stralend wit?" wit van nieuwheid, vanzelfsprekend; waardoor anders dan door het nieuwe gebod? Om deze reden zijn de ledematen in haar voor elkaar bezorgd; en als één lid lijden alle ledematen mee; en als één lidmaat geëerd wordt delen alle ledematen in de vreugde. Want zij luisteren naar het woord en eerbiedigen het: "Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben".