Datum onbekend
Mens, wat zijt gij? Rijk of arm? Velen zeggen mij: "Ik ben arm", en zij zeggen de waarheid. Ik ken armen die nog iets hebben, ik ken er ook die niets hebben. Gesteld, iemand is rijk aan goud of zilver. O, mocht hij eens beseffen hoe arm hij is! Hij beseft dat hij zelf arm is, als hij besef heeft van de arme naast zich. Want wat is het geval? Hoeveel gij ook hebt, gij die rijk zijt, gij zijt maar een bedelaar bij God. Het uur van bidden is gekomen, en daar bewijs ik het u. Gij vraagt iets. Zijt gij soms niet arm als gij iets vraagt? Ik ga nog verder: gij vraagt om brood. Of zult gij niet bidden: "Geef ons heden ons dagelijks brood"? Als gij om uw dagelijks brood vraagt, zijt gij dan arm of rijk? Toch zegt Christus u: Geef mij van hetgeen Ik u heb gegeven. Want wat hebt gij meegebracht toen gij hier op aarde zijt gekomen? Alles wat Ik heb geschapen, hebt gij, zelf geschapen, hier aangetroffen: niets hebt gij meegebracht, niets kunt gij van hier meenemen. Waarom schenkt ge Mij niet van het Mijne? Want gij hebt overvloed en de arme is in nood. Let beiden op uw oorsprong: beiden zijt ge naakt geboren. Ook gij zijt dus naakt geboren. Veel hebt gij hier gevonden: hebt gij soms iets met u meegebracht? Van het Mijne vraag Ik: geef, en Ik geef terug. Gij hebt Mij als Schenker, maak gauw van Mij een Schuldenaar. Ik zeg: "Gij hebt Mij als Schenker", maar daarmee zeg Ik te weinig; maak van Mij een Schuldenaar en laat Ik u hebben als woekeraar. Weinig geeft gij Mij, meer zal Ik u teruggeven. Aardse dingen geeft gij Mij, hemelse zal Ik ervoor teruggeven. Tijdelijke dingen geeft gij Mij, eeuwige zal Ik ervoor in de plaats geven. Uzelf zal Ik aan u teruggeven, als Ik u aan Mij zal hebben teruggegeven".