Het jaar 400
De apostel Paulus wekt velen, die lichamelijk gezond maar geestelijk dood zijn, aldus op: "Ontwaak, slaper, sta op uit de dood en Christus' licht zal over u stralen". Christus verlicht een blinde, terwijl Hij een dode ten leven wekt. Want het is Christus' stem die door de apostel de dode toeroept: "Ontwaak, slaper". De blinde zal met licht worden overstraald als hij opstaat. Hoeveel doven had de Heer ook niet voor ogen toen Hij zei: "Wie oren heeft, hij luistere"? Wie stond daar nu zonder oren aan het hoofd voor Hem? Welke oren zocht Christus dus anders dan die van de innerlijke mens? Ja, naar welke ogen was Hij ook op zoek, toen Hij toch met mensen sprak die konden zien, maar alleen lichamelijk zien? Want toen Filippus Hem zei: "Heer, toon ons de Vader, dat is ons genoeg", begreep de leerling wel degelijk dat het zien van de Vader alleen genoeg zou zijn. Als het zien echter van Hem die gelijk is aan de Vader niet genoeg was voor iemand, hoe zou dan het zien van de Vader genoeg zijn? Waarom had Filippus niet genoeg aan de Zoon? Omdat hij de Zoon niet zag. Waarom zag hij de Zoon niet? Omdat zijn oog nog niet gezond genoeg was om Hem te zien. Wat immers in de mens Jezus werd gezien met deze ogen, zagen niet alleen de leerlingen die Hem eerden, maar ook de Joden die Hem kruisigden. Hij echter, die anders wilde gezien worden, eiste andere ogen. Daarom ook gaf Hij aan Filippus die zei: "Toon ons de Vader, dat is genoeg", ten antwoord: "Ik ben al zolang bij u en gij kent Mij nog niet? Filippus, wie Mij ziet, ziet de Vader". Het oog echter van Filippus was nog niet gezond genoeg om de Vader te zien, en bijgevolg ook niet om de Zoon zelf te zien, die gelijk is aan de Vader. Zijn oog moest eerst gezalfd worden om te kunnen geloven, zodat hij zou genezen om te kunnen zien. Alvorens dus te zien, wat gij niet kunt zien, moet gij geloven wat gij nog niet ziet. Maak voortgang in het geloof om te komen tot de aanschouwing. De aanschouwing zal niet uw vreugde zijn in het vaderland, als het geloof niet uw troost is onderweg. Zo zegt ook de apostel: "Zolang wij thuis zijn in het lichaam, zijn wij ver van de Heer". Hij voegt er aanstonds aan toe waarom wij nog ver zijn, hoewel wij toch al geloven: "Wij leven in geloof, wij zien Hem niet".