Home

22 april  Ontbijten met de verrezen Christus

Van loochenaar naar minnaar




"Jezus trad dichterbij, nam het brood en gaf het hun, en zo ook de vis". Ziet eens, er wordt zelfs gezegd waarmee zij ontbeten! Ook ik wil iets verrukkelijks en heilzaams zeggen over dit ontbijt, als de Heer ook mij iets te eten geeft. Hogerop is verhaald dat de leerlingen "toen zij aan land waren gegaan, zagen dat er een houtskoolvuur was aangelegd met vis erop en brood ". Op bevel ook van de Heer brachten zij van de vissen aan die zijzelf hadden gevangen. Hiermee maakte de Heer het ontbijt gereed voor die zeven leerlingen, te weten met de vis die zij al op het kolenvuur hadden zien liggen, met enkele vissen die zijzelf hadden gevangen, en met brood dat zij ook zelf wel naar wordt verhaald, hadden gezien. Geschroeide vis, geslachtofferde Christus. Tevens is Hij brood, brood dat uit de hemel in neergedaald. Bij Hem wordt de Kerk ingelijfd om deel te nemen aan zijn eeuwig geluk. Daarom heeft Hij gezegd: "Haalt wat van de vis, die gij juist gevangen hebt". Dit is dan het ontbijt des Heren met zijn leerlingen. "Na het ontbijt zei Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben? Hij antwoordde: Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin. Jezus zei hem: Weid mijn lammeren. Nog een tweede maal zei Hij tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief?, waarop deze antwoordde: Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin. Jezus hernam: Hoed mijn schapen. Voor de derde maal vroeg Hij: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief? Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: hebt gij Mij lief? en hij zei Hem: Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin. Daarop zei Jezus hem: Weid mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen gij jong waart, deed gij zelf uw gordel om en ging waarheen gij wilde, maar wanneer gij oud zijt, zult gij uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen gij niet wilt. Hiermee zinspeelde Hij op de dood waardoor hij God zou verheerlijken". Dit is dan het einde van deze loochenaar en minnaar, vermetel door inbeelding, neergesmakt door loochening, gereinigd door zijn tranen, hersteld door zijn belijden en gekroond door zijn lijden. Dit is Petrus' einde geweest dat hij in volmaakte liefde is gestorven voor Hem aan wie hij in vermetelheid, overijld had verzekerd te zullen sterven; laat hij, gesterkt door diens verrijzenis nu doen, wat hij ontijdig in zwakheid beloofde. Zo was immers de juiste orde: dat eerst Christus stierf voor het heil van Petrus, en daarna Petrus voor de verkondiging van Christus. Het was averechts wat menselijke vermetelheid durfde te ondernemen, ofschoon de Waarheid die andere volgorde had vastgesteld.