Home

26 mei  De kracht van de Geest




Op Pinksterdag is de heilige Geest over de honderdtwintig verzamelde mensen gekomen, onder wie ook alle apostelen waren, die toen van Hem vervuld, de talen van alle volkeren spraken. Verschillenden van hen die onze Heer hadden gehaat, zijn, zo verbijsterd door dat grote wonder, tot berouw en bekering gekomen. Terwijl Petrus aan het woord was, zagen zij dan ook in dat hier een groot en goddelijk getuigenis over Christus werd gegeven, waardoor werd bewezen, dat Hij die door hen was gedood en onder de doden werd gerekend, was opgestaan en leefde. Van harte bedroefd bekeerden zij zich en hebben zij voor het goddeloos en onmenselijk storten van dat heilig bloed vergiffenis ontvangen, verlost door het bloed zelf dat zij hadden vergoten. Christus' bloed immers is in zo'n mate voor de vergiffenis van alle zonden vergoten, dat het ook de zonde zelf waardoor het werd vergoten, kon uitwissen. Dit had dan ook de Heer in gedachten toen Hij zei: "Zij hebben Mij gehaat zonder reden. Wanneer echter de Helper komt, zal Hij over Mij getuigenis afleggen". Het is alsof Hij had gezegd: Zij hebben Mij gehaat en zienderogen Mij gedood, maar de Geest zal van Mij zo'n getuigenis afleggen dat Hij hen in Mij doet geloven, zelfs zonder Mij met hun ogen te zien. "Ook gij moet getuigen", vervolgt de Heer, "want vanaf het begin zijt gij bij Mij". De heilige Geest zal getuigen en ook gij zult getuigen. Omdat gij immers vanaf het begin bij Mij zijt geweest, kunt gij verkondigen wat ge hebt vernomen; en als gij het vanaf nu niet doet dan is het, omdat de volheid van die Geest nog niet in u aanwezig is. "Hij zal dus over Mij getuigenis afleggen, maar ook gij moet getuigen". Gods liefde toch, in uw hart uitgestort door de heilige Geest die u geschonken zal worden, zal u het nodige vertrouwen geven om getuigenis af te leggen. Petrus miste die liefde zeker nog toen hij, hevig geschrokken door de vraag van het dienstmeisje, geen waar getuigenis kon afleggen, maar tegen zijn belofte in door grote vrees ertoe werd gebracht, Christus driemaal te verloochenen. Nu laat liefde geen ruimte voor vrees, want de volmaakte liefde drijft de vrees uit. Kortom, vóór 's Heren lijden werd zijn slaafse vrees ondervraagd door een slavin: na 's Heren verrijzenis echter werd zijn vrijgevige liefde ondervraagd door de Vorst zelf van de vrijheid; en Petrus werd dáár dan ook in de war gebracht, en hier tot rust gebracht; dáár verloochende hij die hij had liefgehad, hier had hij lief die hij verloochend had. Toen was de liefde zelf ook zwak geweest en bekrompen, totdat de heilige Geest die liefde krachtiger zou maken en verruimen.