Home

23 september  Wonderlijke bekering




Het jaar 414

De woorden van Petrus vervulden alle aanwezigen tenslotte met berouw, en zij zeiden tot de apostelen: "Wat moeten wij doen?" Waarom zeiden ze: "Wat moeten wij doen?" Wij weten, wat wij hebben gedaan: "wat moeten wij doen? Wat onze daad betreft, moeten wij wanhopen aan ons heil; mogelijk kan dus uw raad enige hoop op behoud geven. Wij weten wat wij hebben gedaan, zegt gij nu wat wij moeten doen. Wat is het, dat wij hebben gedaan? Wij hebben niet onverschillig wie gedood; wij zouden dan ook al een zwaar misdrijf hebben begaan, als wij onverschillig wie hadden gedood. Aan de rover hebben wij de voorkeur gegeven, de Onschuldige hebben wij gedood; aan de dode hebben wij de voorkeur gegeven, de geneesheer hebben wij gedood. Zegt nu: "wat moeten wij doen?" Petrus zei: "Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus". Gij dacht geen boetvaardigheid nodig te hebben, en gij hoonde bovendien de Heer, terwijl Hij de zondaars tot zich riep om hen tot boetvaardigheid te bewegen. Nu gij dan berouw hebt omdat gij uw zonde hebt ingezien, "doet nu boetvaardigheid en laat ieder van u zich dopen in de naam van onze Heer Jezus Christus". Laat ieder zich dopen in de naam van Hem die gij hebt gedood, hoewel Hij geen misdaad had bedreven; dan zullen uw zonden u worden vergeven. Zo hebben zij weer hoop gekregen: zij waren bedroefd, zij betreurden hun daad, zij bekeerden zich en herkregen hun gezondheid. Zij stonden onze Heer voor de geest, toen Hij bad: "Vader vergeef het hun want zij weten niet wat zij doen."