Home
5 april Nu is de Mensenzoon verheerlijkt
Wat zegt de Heer nadat Judas naar buiten is gegaan om spoedig te doen wat hij voornemens was n.l. de Heer overleveren? Wat zegt de "Dag" als de "nacht" naar buiten is gegaan? Wat zegt de Verlosser als de verkoper naar buiten is gegaan? "Nu", zegt Hij, "is de Mensenzoon verheerlijkt;" Waarom "nu"? Is het omdat hij naar buiten is gegaan die Hem zal overleveren, omdat zij die Hem grijpen en doden reeds aankomen? Is Hij dan "nu verheerlijkt", omdat het uur nabij is dat Hij erger vernederd wordt nu voor Hem het ogenblik dreigt dat Hij gebonden wordt, dat Hij geoordeeld wordt, dat Hij veroordeeld wordt, dat Hij wordt bespot, dat Hij wordt gekruisigd, dat Hij wordt gedood? Is dat verheerlijking, of eerder vernedering? Zei Johannes de evangelist, toen Christus wonderen deed, dan niet over Hem: "De Geest was er nog niet omdat Jezus nog niet verheerlijkt was"? Hij was dus op dat ogenblik, toen Hij doden ten leven wekte nog niet verheerlijkt; en is Hij nu wel verheerlijkt als Hij de doden nabij is? Hij was nog niet verheerlijkt toen Hij als God daden verrichtte, en is Hij nú verheerlijkt als Hij op het punt staat lijden te ondergaan als mens? Verwonderlijk toch dat die goddelijke Meester dat bedoelde en ons dat wilde leren met de boven aangehaalde woorden. Proberen wij verder door te dringen in het gezegde van de Allerhoogste, want soms openbaart Hij zich enigermate opdat wij Hem zouden vinden, en dan weer houdt Hij zich verborgen opdat wij Hem zouden zoeken, om ons zo als het ware stap voor stap van het bekende naar het onbekende te laten opgaan. Hier onderken ik iets dat iets groots voorafbeeldt: Judas gaat naar buiten en Jezus is verheerlijkt; de zoon des verderfs gaat naar buiten en de Mensenzoon is verheerlijkt. Eerstgenoemde was immers naar buiten gegaan en omwille van hem was hen gezegd: "Gij zijt rein, maar niet allen". Terwijl dus de onreine naar buiten ging, bleven allen die rein waren binnen; en zij bleven met Hem die hen had gereinigd. Zo iets zal er gebeuren wanneer deze wereld, overwonnen door Christus, zal zijn voorbijgegaan en niemand in Christus' volk onrein zal achterblijven; wanneer de rechtvaardigen zullen schitteren als de zon in het Rijk van zijn Vader, nadat het onkruid van de tarwe is gescheiden. Dit voorzag de Heer als toekomst en Hij zei: "Nu is de Mensenzoon verheerlijkt", alsof Hij hen te kennen gaf: Zie, in mijn aanstaande verheerlijking treft men geen kwaadwillige meer aan, en zal geen goedwillige meer vergaan.