Home

8 april  Eucharistie

Christus: Offeraar en Offerande




Hippo, Paasdag

De plicht om voor u te preken en de zorg waarmee wij u hebben gekoesterd, om Christus in u te vormen, dwingt ons, u, jonge schaar van toehoorders, die nu uit water en geest herboren, dat voedsel en die drank op deze tafel des Heren met nieuwe ogen waarneemt en met prille piëteit ontvangt, in herinnering te brengen welke de betekenis is: van dit groot en goddelijk sacrament, van dit luisterrijk en edel medicament, en van dit rein en gewillig offer. Dit wordt nu niet in de éne stad, het Jeruzalem van beneden, ook niet in die tabernakel door Mozes noch in die tempel, door Salomo opgericht, - voorafschaduwingen van het komende - maar "van zonsopgang tot haar ondergang", naar voorspelling van de profeten, geofferd, en als een genade van het nieuwe verbond in de vorm van een lofoffer aan God aangeboden. Er wordt geen bloedig dierenoffer meer uit de kudde vereist, ook wordt nu geen schaap of bok naar het altaar van God gebracht; integendeel: het offer van onze tijd is van nu af het lichaam en bloed van de Hogepriester zelf. In de psalmen immers wordt zijn grootheid in feite voorspeld: "Gij zijt priester voor eeuwig, naar de wijze van Melchisédek". Bij het lezen van het boek Genesis vernemen wij, dat Melchisédek, priester van God de Allerhoogste, brood en wijn heeft aangeboden, toen hij onze vader Abraham zegende. Christus onze Heer, die in zijn lijden voor ons heeft aangeboden, wat Hij bij zijn geboorte van ons heeft aangenomen, is derhalve de eerste van de priesters geworden voor eeuwig, en heeft opdracht gegeven, zoals gij ziet, om namelijk zijn eigen lichaam en bloed te offeren. Want zijn lichaam, met een lans doorboord, heeft water en bloed gestort, waardoor Hij onze zonden heeft kwijtgescholden. Deze genade indachtig, bewerkt gij uw eigen heil, omdat het God is die in u werkt; nadert daarom met vrees en schroom om deel te nemen aan dit altaar. Erkent in het brood wat gehangen heeft aan het kruis; erkent in de beker wat heeft gevloeid uit de zijde. Die offers toch van het Godsvolk uit vroegere tijden, waren door hun veelvoudige verscheidenheid een voorafbeelding van dit éne van de toekomst. Christus zelf immers is zowel het lam wegens de onschuld van zijn aard, als de bok wegens de gelijkenis met het zondige vlees. Al het andere dat voorafgebeeld is op zoveel uiteenlopende wijzen in de offers van het oude Verbond, heeft betrekking op dat éne dat in het nieuwe Verbond is geopenbaard.