Home

4 juli  De geboortedag van Stefanus




26 december vóór 425

Gisteren hebben wij de geboortedag van de Heer plechtig gevierd, vandaag is het de geboorte van de dienaar die wij plechtig vieren: de geboortedag echter van de Heer hebben wij gevierd op de dag waarop Hij wilde geboren worden; de geboortedag van de dienaar vieren wij op de dag waarop deze werd gekroond. De geboortedag van de Heer hebben wij gevierd op de dag waarop Hij ons vlees als een kleed om zich heen sloeg; de geboortedag van de dienaar vieren wij op de dag waarop deze het kleed van zijn vlees van zich afwierp. De geboortedag van de Heer hebben wij gevierd op de dag waarop Hij aan ons gelijk is geworden; de geboortedag van de dienaar vieren wij op de dag waarop hij Christus het dichtst is nabij gekomen. Zoals Christus toch door geboren te worden zich heeft aangesloten bij Stefanus, zo heeft ook Stefanus door te sterven zich aangesloten bij Christus. Van onze Heer Jezus Christus herdenkt de Kerk daarom de dag van zijn geboorte en die van zijn lijden met een zelfde wijding, omdat beide dagen genezing brengen. Want Christus is geboren, opdat wij zouden worden herboren: Hij is gestorven, opdat wij in eeuwigheid zouden leven. Martelaren echter gingen door hun geboorte een ongewisse strijd tegemoet, omdat zij de erfzonde in zich droegen; door hun dood evenwel gingen zij over naar het bezit van het onverliesbaar goed, en maakten daardoor een einde aan alle zonde. Hoe zouden zij overigens, ais zij temidden van de vervolging niet werden bijgestaan door de beloning van een toekomstig geluk, zoveel uiteenlopende folteringen hebben kunnen doorstaan? Had de heilige Stefanus, onder de stortbui van stenen niet aan de toekomende beloning gedacht, hoe had hij dan die bui kunnen doorstaan? Het gebod van Christus dat hij voor ogen had in een hemels visioen ging hem ter harte, en blakend van liefde voor Hem verlangde hij zijn lichaam zo spoedig mogelijk te verlaten, om in allerijl naar Hem op te gaan. De dood vreesde hij al niet meer omdat Hij Christus die hij gedood wist voor zichzelf levend voor ogen had; zo haastte hij zich dan ook zelf voor Hem te sterven, om te kunnen leven met Hem. Wat immers de zalige Stefanus voor ogen had toen hij in doodsstrijd verkeerde, herinnert gij u zonder twijfel uit de Handelingen van de Apostelen die gij gewoon zijt te horen. "Ik zie" , roept hij uit, "de hemel open en Christus staande aan Gods rechterhand". Jezus toch zag hij staan: daarom stond Stefanus ook en viel hij niet; want Hij die boven stond en van boven Stefanus zag strijden, voerde voor zijn strijder onoverwinnelijke krachten aan om te voorkomen dat hij zou vallen. "Ik zie", roept hij uit, "de hemel open". Gelukkige mens voor wie de hemel openstond. Na de eerste verfoeilijke zonde werd de hemel voor het mensdom gesloten: na het lijden van Christus is de misdadiger er het eerst binnengegaan, daarna heeft Stefanus de hemel open gezien. Is dat te verwonderen? Maakte hij zich niet met geweld meester van wat hij in waarheid zag, van wat hij in waarheid aanduidde?