Na Hemelvaart, 416-417
Het lijkt ons hard en zwaar wat de Heer heeft bevolen: dat iemand zichzelf moet verloochenen als hij Hem wil volgen. Toch is het niet hard en ook niet zwaar wat Hij beveelt, omdat Hij helpt volbrengen wat Hij beveelt. Want het is echt waar wat Hij zelf heeft gezegd: "Mijn juk is zacht en mijn last is licht". Alles immers wat hard is in de bevelen, wordt licht gemaakt door de liefde. Wij weten toch, waartoe liefde juist in staat is. Heel dikwijls ook is de liefde verwerpelijk en losbandig; wat hebben mensen er al niet voor over gehad, wat voor onwaardigs en ondraaglijks hebben zij niet verduurd, om het doel van hun liefde te bereiken; of het nu de liefde is die uit is op geld, met andere woorden: gierigheid; of de liefde die uit is op eer, met andere woorden: eerzucht; of de liefde die uit is op lichamelijke schoonheid, met andere woorden: hartstocht?; en wie zou tenslotte alle soorten van liefde kunnen opsommen? Toch moet u eens zien, wat al die minnaars er al niet voor over hebben, en zij voelen niet dat zij er iets voor over hebben; en dan juist heeft iemand er des te meer voor over, wanneer men hem verbiedt er iets voor over te hebben! Omdat de mensen veelal zijn zoals hun liefdesuitingen zijn, zouden zij geen andere zorg moeten hebben in hun leven dan deze, dat zij de juiste keuze maken wat zij liefhebben. Is het dan te verwonderen, dat iemand die Christus liefheeft en die Christus wil volgen, zichzelf verloochent door lief te hebben? Als de mens dan verloren gaat door zichzelf lief te hebben, dan vindt hij zeker zichzelf terug door zichzelf te verloochenen.