Home

7 mei  De stem van de Herder




Hippo tussen 405-411

Er is daar eenmaal een zorg waarmee ik ben belast: te luisteren naar de stem van de Herder. Nu is het de tijd om te luisteren, omdat God de tijd om te oordelen nog niet gekomen acht. Hij, die eigenlijk spreekt, zwijgt op het ogenblik; Hij spreekt als Gebieder, Hij zwijgt als Rechter. Het is daarom dat Hij ergens zegt: "Lang heb Ik gezwegen, zal Ik dan altijd zwijgen?" Hoe heeft Hij gezwegen toen Hij juist deze woorden uitsprak? Wie immers zegt: "Ik heb gezwegen", zwijgt niet, omdat juist het zeggen van: "Ik heb gezwegen", geen zwijgen is. Ik hoor u dus spreken, Heer, in zoveel geboden, in zoveel sacramenten, op zoveel bladzijden, in zoveel boeken. Ik hoor U tenslotte tot in deze woorden: "Ik heb gezwegen, zal Ik dan altijd zwijgen?" Hoe hebt Gij dan gezwegen? Omdat Ik nog niet zeg: "Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk". Ook zeg Ik nog niet aan de anderen: "Gaat weg in het eeuwig vuur dat bereid is voor de duivel en zijn trawanten". Dit zeg Ik nog niet op die manier zoals Ik het reeds voorzeg. Dat getuigt dus van grote gematigdheid, van grote barmhartigheid, van grote zachtmoedigheid. Toch moeten wij geen misbruik maken van zijn geduld, wat tot onze ondergang zou zijn; en ook mogen wij niet, omdat Hij onze zonden verdraagt, zonde op zonde stapelen om Hem zo meer te belasten; onder voorwendsel dat Hij meer kan dragen omdat Hij geen last heeft van het dragen. Onze zonden die Hij nog niet wil aanrekenen omdat Hij ze nog verdraagt, geven blijk van zijn geduld maar maken onze zondelast groter. "Beseft gij niet", zegt de apostel, "dat Gods geduld u tot inkeer wil brengen?" Dat is het geduld wat de profeet zwijgzaamheid noemt als hij zegt: "Lang heb Ik gezwegen, zal Ik dan altijd zwijgen?" Denkt gij daarom: omdat Hij goed is, omdat Hij lankmoedig is, omdat Hij toeziet en zwijgt, omdat Hij toeziet en verdraagt, dat Hij onrechtvaardig is? "Lang heb Ik gezwegen, zal Ik dan altijd zwijgen?" Dus, omdat dat een woord is uit Gods mond, moet het mij schrik aanjagen en ook u. Laten wij allen dan luisteren als "schapen" van God, terwijl Hij al zwijgend spreekt, terwijl Hij ons vermaant en ons, die Hij heeft geschapen, nog niet oordeelt; terwijl het nog tijd is om te luisteren, terwijl het ons gegeven is zijn woord ook nog te lezen.