Home

7 oktober  De "gehele Christus" aan het woord




"Er is niets gaafs aan mijn gebeente om mijn zonden." Men vraagt zich af wie zo spreekt. Sommigen nemen aan dat het de stem van Christus is, vanwege enkele uitdrukkingen die hier voorkomen over het lijden van Christus; en wij moeten toegeven dat ze betrekking hebben op het lijden van de Heer. Hoe heeft echter iemand die geen enkele zonde had, de woorden kunnen uitspreken: "Er is niets gaafs aan mijn gebeente, om mijn zonden". Om dit te begrijpen zijn wij genoodzaakt als het ware de volledige en gehele Christus, met andere woorden, Hoofd en lichaam te erkennen. Want als Christus spreekt, spreekt Hij soms in naam van de persoon van het Hoofd alleen, als Verlosser, geboren uit de Maagd Maria, soms ook in naam van zijn lichaam, de heilige Kerk, over de gehele wereld verspreid. Wij behoren immers tot dat lichaam, als tenminste ons geloof in Christus echt is, onze hoop overtuigd en onze liefde brandend. Wij zijn dan in zijn lichaam, ja, wij zijn zijn ledematen en wij ontdekken dat wij daar zelf aan het woord zijn volgens de apostel: "Omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam"; en op vele plaatsen herhaalt de apostel dat nog. Want als wij zouden zeggen dat het geen woorden van Christus zijn, dan zijn ook die andere niet van Christus: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten". Ook daar lezen wij: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Wel ver van mijn heil zijn mijn zonden". Aangezien Christus heel zeker zonder zonde was, beginnen wij te twijfelen, of die psalmwoorden wel van Hem zijn. Het valt ons heel zwaar en wij voelen het als tegenstrijdig aan dat die bekende psalm geen betrekking zou hebben op Christus, want wij hebben daar zijn lijden zo duidelijk voor ogen alsof het ons uit het evangelie werd voorgelezen. Daar treffen wij immers de woorden aan: "Zij verdelen samen mijn kleren, en er wordt om mijn mantel geloot". Wat betekent het dan dat de Heer zelf, aan het kruis hangend, het eerste vers van die psalm persoonlijk heeft uitgesproken toen Hij riep: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" Wat heeft Hij, door het begin van die psalm uit te spreken anders te kennen willen geven, dan dat die hele psalm op Hem betrekking heeft? Waar komen de zonden anders vandaan dan van het lichaam dat de Kerk is? Want hier spreekt het lichaam van Christus en het Hoofd. Waarom spreekt er dan als het ware één? Omdat "die twee één vlees zullen zijn. Dit geheim heeft een diepe zin", volgens de apostel, "ik voor mij betrek het op Christus en de Kerk".