Home
31 oktober Avondoffer en morgengebed
"Tot U heb ik geroepen verhoor mij". Dit kunnen wij allen zeggen. Dit zeg ik niet alleen, de "gehele Christus" zegt het. Toch past dit gebed meer bijzonder bij het "lichaam"; want ook toen Christus hier op aarde was heeft Hij zowel als mens gebeden, als ook in de naam van het "lichaam" de Vader gebeden; en toen Hij bad dropen de bloeddruppels af van zijn gehele lichaam. Zo staat het in het evangelie geschreven: "Jezus bad met meer aandrang, en zijn zweet werd tot dikke druppels bloed". Wat betekent het bloed dat uit zijn gehele lichaam vloeide anders dan het lijden van de martelaren in de gehele Kerk? "Tot U heb ik geroepen, Heer, verhoor mij; geef acht op mijn smekende stem zolang ik tot U blijf roepen". Dacht gij dat de tijd van roepen voorbij zou zijn na de woorden: "Ik heb tot U geroepen?" Gij hebt wel geroepen, maar wees daarom nog niet gerust. Als de beproeving voorbij is, is ook het roepen voorbij; maar als de beproeving van de Kerk en dus van het "lichaam van Christus" voortduurt tot het einde der wereld, dan moet dat "lichaam" niet alleen zeggen: "Tot U heb ik geroepen, Heer, verhoor mij", maar: "Geef acht op mijn smekende stem als ik tot U zal roepen. Laat mijn bidden tot U opstijgen als wierook, mijn geheven handen U een avondoffer zijn". Iedere christen weet dat deze passage gewoonlijk wordt begrepen van het Hoofd zelf. Toen immers de dag reeds ten einde liep en het avond begon te worden, legde de Heer op het kruis zijn leven af om het weer terug te nemen; en Hij verloor het niet zonder zijn instemming. Toch was dat ook een voorafbeelding van ons allen. Wat immers heeft van Hem aan het kruis gehangen, dan wat Hij van ons heeft aangenomen? Hoe kan het dan gebeuren, dat God de Vader ooit zijn enige Zoon prijs geeft en verlaat, die met Hem één God is? Toch hechtte Hij onze zwakheid aan het kruis, waar "onze oude mens", volgens de apostel, "met Hem gekruisigd is", en Hij met de stem van diezelfde mens van ons uitriep: "Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij Mij?" Dat is derhalve het avondoffer: het lijden van de Heer, het kruis van de Heer, de offergave van het heilzame slachtoffer, het brandoffer, aangenaam aan God. Dat avondoffer heeft Christus bij de verrijzenis tot een ochtendgave gemaakt. Het gebed dus, dat zuiver gericht wordt vanuit een gelovig hart, rijst als wierook van het heilig altaar omhoog. Niets is de Heer aangenamer dan deze geur: moge dat de geur zijn van allen die geloven.