Home

22 juni  Johannes: vooruitgezonden stem




Carthago 24 juni 401

Volgens een geheimvolle beschikking van God verpersoonlijkte Johannes de stem, maar hij was niet de enige stem; ieder mens toch die het Woord aankondigt, is de stem van het Woord. Wat de klank van onze mond is met betrekking tot het woord dat wij in ons binnenste bewaren, dat is elke vrome gelovige die het verkondigt met betrekking tot dat Woord, waarvan geschreven staat: "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God". Hoeveel woorden, ja hoeveel stemmen brengt een woord voort, dat in onze geest wordt bedacht! Hoeveel verkondigers heeft het Woord dat bij de Vader blijft, voortgebracht! Dit Woord zond de aartsvaders, Het zond de profeten, Het zond vele en grote berichtgevers vooruit, die het moesten aankondigen. Het Woord dat bij de Vader blijft, zond stemmen vooruit, en na vele vooruitgezonden stemmen, is het Woord zelf gekomen, geheel alleen, gedragen door zijn stem, ja, door zijn vlees, als op zijn heilig voertuig. Breng nu alle stemmen die aan het Woord voorafgingen bijeen, en geef ze alle een plaats in de persoon van Johannes. Van al die stemmen was hij de geheimvolle drager; van al die stemmen was hij alleen de heilige en geheimvolle belichaming. Daarom wordt hij dus terecht "de stem" genoemd, alsof hij het geheimvolle teken was van al die stemmen. De verpersoonlijking van al die stemmen dus was Johannes; het persoonlijke Woord is Christus. Noodzakelijkerwijs moeten alle stemmen afnemen naarmate wij meer in staat zijn om aandacht te hebben voor Christus. Hoe meer iemand immers in staat is om aandacht te hebben voor de Wijsheid, des te minder behoefte heeft hij aan andermans stem. De stem klinkt in de profeten, de stem klinkt in de apostelen, de stem klinkt in de psalmen, de stem klinkt in het evangelie. Moge nu dat Woord komen dat "was in het begin, en het Woord dat was bij God en het Woord dat God was". Als wij Christus zullen zien zoals Hij is, zal daar dan nog het evangelie worden voorgelezen? Zullen wij daar nog luisteren naar de profeten? Zullen wij de brieven van de apostelen nog lezen? Waarom niet? Omdat de stemmen afnemen, naarmate het Woord groeit; "omdat Hij groter, ik echter kleiner moet worden". Op zichzelf beschouwd wordt het Woord niet groter of kleiner; maar wij zeggen dat Het in ons groter wordt, naarmate wij door onze vooruitgang naar Christus toegroeien.