Home

21 januari  Nadere kennismaking met God

God komt de mens tegemoet




O eeuwige waarheid en ware liefde en geliefde eeuwigheid! Gij zijt dat, mijn God, naar U verzucht ik, dag en nacht. Zodra ik U leerde kennen, hebt Gij mij tot U genomen om mij te laten zien dat er iets was om te zien, maar dat ik nog niet in staat was om te zien. Gij hebt mijn zwakke ogen verblind, door de felheid van uw stralen op mij neer te laten komen. Ik ben gaan sidderen van liefde en van ontzetting. Ik ontdekte namelijk dat ik ver van U verwijderd was in een geheel ander gebied, en het was alsof ik uw stem hoorde uit de hoge: "Ik ben de spijs van de volwassenen, groei en gij zult Mij eten. Gij zult Mij niet veranderen in u, gelijk het lichamelijk voedsel, maar gij zult in Mij veranderen". Ook heb ik toen ingezien "dat Gij de mens tuchtigt vanwege zijn ongerechtigheid en "dat Gij mijn ziel deed verdwijnen als een spinrag". Ik zei: "Is dan de waarheid niets, omdat zij geen uitgebreidheid heeft noch in begrensde noch in onbegrensde ruimten?" Gij hebt dan van verre geroepen: "Integendeel, Ik ben die Ik ben". Ik hoorde dat, zoals men hoort met het hart en er was voor mij geen enkele reden meer tot twijfel; ik zou eerder getwijfeld hebben aan mijn leven dan aan het bestaan van een waarheid die "bij enig nadenken uit het geschapene duidelijk te kennen is".