Home

1 april  Voetwassing en zondevergeving




Afgezien van de praktische vertolking herinner ik mij deze verheven daad des Heren eens als volgt te hebben uitgelegd. Door de voeten van zijn reeds reingewassen leerlingen te wassen, heeft de Heer willen uitdrukken, dat wij, hoezeer ook gevorderd in het bereiken van de rechtvaardigheid, tengevolge van onze aandoeningen als mens niet zonder zonden zijn. Deze zonden wist Hij herhaaldelijk uit door voor ons ten beste te spreken wanneer wij onze Vader die in de hemel is, bidden om onze schulden te vergeven zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren. Hoe past nu in deze mystieke vertolking datgene wat Jezus na de voetwassing leerde, toen Hij rekenschap aflegde van zijn daad met de woorden: "Als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat gij zoudt doen zoals Ik heb gedaan". Mogen wij dan zeggen dat ook de christenen elkander van zondesmet kunnen zuiveren? Jazeker, wij moeten weten dat ook wij door Christus' verheven daad hiertoe zijn aangespoord, om elkander onze zonden te belijden en te bidden voor elkaar, gelijk ook Christus ten beste spreekt voor ons. Luisteren wij naar de apostel Jakobus die dit zeer duidelijk beveelt: "Belijd elkander uw zonden en bid voor elkaar", want de Heer heeft ons ook hierin het voorbeeld gegeven. Indien Hij toch, die geen enkele zonde heeft, gehad heeft of zal hebben, voor onze zonden bidt; hoeveel te meer moeten wij onderling voor onze zonden bidden? Als Hij ons dan vergeeft, aan wie wij niets te vergeven hebben, hoeveel te meer moeten wij dan elkander vergeven, wij, die hier niet kunnen leven zonder zonde. Want door deze hoogverheven handeling gepaard met de woorden: "Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen, zoals Ik u heb gedaan", schijnt de Heer hetzelfde te bedoelen als wat de apostel uitdrukkelijk zegt: "Vergeeft elkander, als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven!" Laten wij dus elkanders tekortkomingen vergeven en voor onze tekortkomingen onderling bidden en op die manier als het ware elkanders voeten wassen. Aan ons is het, met zijn hulp, de dienst van liefde en nederigheid te verrichten; aan God is het, ons te verhoren en van alle zondesmet te zuiveren door Christus en in Christus. Dan wordt wat wij elkander kwijtschelden, m.a.w. wat wij ontbinden op aarde, ook ontbonden in de hemel.