Home

12 mei  Belijdenis en bekoring

Waarde en wonder van het geloof




Hippo, dinsdag of woensdag na Pasen na 400

Denkt er nog eens aan hoe Jezus tot zijn leerlingen zei: "Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?" Toen gaven zij de meningen van buitenstaanders: "Sommigen zeggen dat Gij Elia zijt, anderen Johannes de Doper, weer anderen Jeremia of een van de profeten". Dit waren de woorden van buitenstaanders, niet van de leerlingen. Tot dergelijke woorden zijn de leerlingen gekomen. "Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?" Gij hebt Mij de meningen van anderen gegeven maar uw geloof wil ik horen. Toen sprak Petrus, één voor allen, want er was eenheid onder hen allen: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God"; vervulling van de profeten, Schepper ook van de engelen. "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God". Petrus kreeg toen te horen wat hij verdiende te horen na dit antwoord, na zo'n antwoord: "Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de Hemel is. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus: en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen". Het geloof verdiende dit te horen, niet de mens. Terstond na deze woorden kondigde Jezus hun zijn lijden en dood aan. Toen schrok Petrus en zei: "Dat verhoede God, Heer! zo iets mag U nooit overkomen"! Daarop zei de Heer: "Ga weg, satan, terug!" Was Petrus nu satan? Waar blijven dan die woorden: "Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona"? Is satan zalig? Ja, "zalig" was Petrus krachtens Gods genade; "satan" was hij krachtens zijn menselijke natuur. De Heer zelf heeft trouwens uitgelegd waarom Hij hem satan noemde: "Want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil". Waarom noemde Hij hem dan kort te voren zalig? "Want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is". Waarom was hij later satan? "Want gij laat u niet leiden door wat God wil"; toen gij daarop bedacht waart, waart gij zalig; "maar gij laat u leiden door menselijke overwegingen". Welk een wisseling in de ziel van de leerlingen! Een verschil van dag en nacht: het ene ogenblik stond hij, het andere ogenblik lag hij neer; het ene ogenblik overgoten door licht, het andere ogenblik gehuld in duisternis; van God kwam het licht, van hem de duisternis. Vanwaar kwam het licht? "Treedt nader tot Hem en wordt verlicht". Vanwaar de duisternis? "Wie leugentaal spreekt, spreekt naar eigen aard". Petrus had Jezus Zoon van de levende God genoemd en toch vreesde hij dat Hij zou sterven, hoewel hij Zoon van God was en was gekomen om te sterven. Als Hij niet was gekomen om te sterven, hoe zouden wij dan leven?